maandag, februari 25, 2008

Connected! to WHAT??


In Adformatie 8 (21 februari) werd op pagina 11 mijn aandacht getrokken door de vermelding van onderzoekbureau Forrester. In de eerste zin wordt Forrester aangemerkt als een gerespecteerd bedrijf dat relevante rapporten op de markt brengt. Zo is het in mijn beleving ook. De afgelopen jaren heb ik mij verlustigd aan de media overzichten die Forrester heeft uitgebracht, dus ik las verder.

Het rapport heeft betrekking op de toekomst van ‘het reclamebureau’. Conclusie van het rapport is dat “reclame bureaus consumenten bij elkaar moeten brengen in 'community’s' en interactie tussen hen (consumenten) faciliteren”. Rob Beemster eindigt zijn kritische benadering van het rapport met “Te vrezen valt echter dat het poneren van de ‘conected agency’ voor veel verwarring gaat zorgen”. Ik denk dat hij gelijk krijgt, maar dat is niet de reden om het toetsenbord te bestijgen.

Rob citeert eerder een deel van de analyse van de samenstellers van het rapport, en vindt dat die analyse ‘hout snijdt’. Ik vind van niet.
Om te beginnen de bedoelde analyse zoals door Rob verwoord: “Reclame bureaus slagen er steeds minder in om klanten in contact te brengen met de juiste doelgroep. Consumenten kijken niet meer naar irrelevante pushadvertenties en hechten meer waarde aan de mening van ‘peers’. Marketeers zien aan de andere kant hun werk steeds complexer worden, o.a. door de enorme fragmentatie van media….”. Tot zover het citaat.

Zucht. Daar zijn wij weer met de eeuwige mantra: ‘het is de schuld van de fragmentatie van media”. Dat maakt het werk van (NL, aw) marketeers veel complexer? O wat verlangen zij terug naar – pak weg – de 70’s van de vorige eeuw. Geen internet, 2 TV en 3 radio zenders - met een STER organisatie die 1x per jaar een paar spotjes per maand uitdeelde – en wat A0 posternetwerken in stegen en achteraf wegen. Echt, toen was het veel beter en makkelijker.
Dat laatste klopt, want er was immers nauwelijks keuze. Voor de rest klopt er natuurlijk ‘geen hout’ van!

Fragmentatie van media is het beste wat marketeers de afgelopen 40 jaar is overkomen!
De toevloed aan mediakanalen, ook binnen bestaande beddingen, hebben geholpen om doelgroepen gerichter te kunnen benaderen. Daarnaast heeft de toegenomen concurrentie tussen de media-aanbieders geholpen om de tarieven, om gebruik te maken van de media, aanzienlijk te laten dalen. We hebben het nog steeds over massa media. Daarin is per definitie geen ‘waste’ te vermijden. Wel aanzienlijk te verlagen. Kortom; een zegen, dat is die media fragmentatie.
Ja maar, hoor ik u al sputteren, de informatie overvloed dan? Daar is de media fragmentatie toch debet aan?
De media fragmentatie heeft er inderdaad voor gezorgd dat het aantal boodschappen dat de wereld ingezonden wordt, dus ook op ons, is verveelvoudigd. Hoewel wij allen, in de loop der tijd, beter worden in het media-multi-tasken, houdt die ontwikkeling de toevloed aan informatie (boodschappen) die aan ons worden gezonden bij lange na niet bij. We besteden bij benadering nog altijd even veel tijd aan media als veertig jaar geleden.
Per saldo krijgen wij dus tegenwoordig zeker meer impulsen ((reclame-) boodschappen), maar wij hebben geleerd er mee om te gaan. De suggestie dat de stijging van het aantal reclame minuten op TV – vergeleken met 20 jaar geleden – er toe heeft geleidt dat wij evenredig meer TV reclame zien is simpelweg niet juist. Om te beginnen kijkt geen mens naar al die zenders tegelijkertijd, en ten tweede missen mensen die TV kijken nog al wat reclame minuten. Meestal bewust.
Daar ligt de kern van het probleem. Die wordt wel verwoord in het eerste deel van de aangehaalde analyse van Forrester; “Consumenten kijken niet meer naar irrelevante pushadvertenties..”. Als zij minder vaak de eindeloze herhaling van de zelfde (voor hen) saaie irrelevante advertenties voor hun kiezen zouden krijgen en meer relevante boodschappen en variatie daarin, dan zou het al een stuk beter gaan. Negen pagina’s verderop in dezelfde Adformatie staat het ook nog eens in een kopregel: “relevantie is van alle tijden”.
Boodschappen, ook reclameboodschappen kunnen naar mijn gevoel nog steeds prima via massa media, zij het dat die lang niet meer zo massaal zijn als een halve eeuw geleden. Al die ervaring en stimuli die leiden tot het gevierde, ongeëvenaard krachtige “Word of Mouth”, die vinden toch echt ergens hun oorsprong: Media.

Om deze post niet tot een half boekwerk te laten groeien, ga ook ik hier en daar scherp door de bocht, en dat leidt misschien tot discussie. :-)
Terug naar die “connected agencies, communities’ en relevantie. Ook niet van gisteren is de constatering dat de reclame makers vooral met beide benen in de maatschappij dienen te staan. Onontbeerlijk. Op deze manier bekeken is deze Forrester analyse vooral een kwestie van oude wijn/nieuwe zakken.
Jammer?

dinsdag, februari 12, 2008

Niet alleen

Nog een laatste keer de Vries. Zeer tegen mijn gewoonte in een weergave van een ANP bericht, opgepikt van Reclameweek.nl. En wel hierom. Het bewijs - aan mij zelf - dat ik niet alleen sta met mijn mening verwoord in de vorige post. Broodnodige zelfbevestiging. In dat kader ook nog dank aan Floor.



Daar gaan wij:




Ombudsman hekelt NOS-verslaggeving Joran


11-02-2008 - De NOS is niet kritisch genoeg geweest in haar berichtgeving rond de uitzending van Peter R. de Vries over Joran van der Sloot. Dat meent NOS-ombudsman Ton van Brussel, die vindt dat zijn omroep meer terughoudend had moeten zijn. De NOS gaf veel aandacht vooraf aan de uitzending, omdat De Vries claimde de verdwijningszaak Natalee Holloway opgelost te hebben. De belofte werd niet waargemaakt, meent Van Brussel, omdat het gewoon het ‘zoveelste verhaal’ over de zaak was en De Vries zelf verdachte Joran meerdere malen een leugenaar noemt.


Bron : ANP



Zo is het maar net. Nu SBS nog.

dinsdag, februari 05, 2008

Into the Future, Returning to the Dark Ages!


Laat ik vooraf stellen dat het mannetje dat figureerde in de Peter R de Vries-Show niet hoeft te rekenen op mijn sympathie.

Maar wat zich de afgelopen dagen heeft afgespeeld, met als climax de op zondagavond door 7 miljoen nieuwsgierige Nederlanders – waaronder ikzelf – bekeken ‘show’, tart werkelijk iedere verbeelding. The ‘witchhunter general’ has returned, en wel in Nederland.
De door de Vries geclaimde volledige bekentenis is mij ontgaan. Wat de TV-kijker wel voorgeschoteld kreeg was een ‘verknipt’ betoog van een jongen die continue aan een joint zoog, wat hem, al dan niet, inspireerde tot adolescent jonge haantjes uitspraken die kennelijk indruk moesten maken op zijn ‘vriend’ in de auto.

Voor zover wij als kijker misschien nog mochten twijfelen, liet Peter niet na om telkens het getoonde beeld van suggestieve toevoegingen te voorzien. Of waren het wel degelijk insinuaties? Lekker afgemaakt met veel “Gosh” uit de mond van een vertwijfelde moeder.
Waar dat toe leidt? Zes miljoen Nederlanders hebben ‘het mannetje’ ondertussen schuldig bevonden. Zij zullen hem, als zij hem op straat tegen komen, pardoes aan de eerste lantarenpaal opknopen. De gebeurtenissen in Drachten op maandag maken die veronderstelling van mij reëel. Een populistisch volksgericht, dat is wat de Vries heeft aangericht. Hij noemt zich journalist. Waarheidsvinder? Ik betwijfel het ten zeerste. Ik vind de door hem gekozen aanpak weerzinwekkend.

Televisie is een prachtig en krachtig medium. Maar verhoed dat de verkeerde mensen er gebruik, misbruik, van kunnen maken, want dan zijn de gevolgen niet te overzien. In dat opzicht is TV ook een echte ‘doos van Pandorra’.

Als de waarheid ‘onze’ Peter zo na aan het hart had gelegen, dan had hij deze ‘show reel’ moeten afgeven aan het OM, en deze de zaak verder laten uitzoeken. Daarna had hij alle ‘credits’ alsnog kunnen verzilveren. Nu lijkt het er in mijn ogen sterk op dat dit hele verhaal alleen maar over Peter R de Vries gaat. Precies 'dat' wat Peter de vermeende dader verwijt.

Een naar stel, deze inktzwarte pot en ketel.

maandag, januari 14, 2008

Snorkelen! ?

Dit is een ‘post’ die al sinds november 2007 ‘in de pen’ zit. Toch heb ik hem daar bewust een tijdje laten zweven. Ik was namelijk hoogst benieuwd of er een andere partij – welverdiende – aandacht aan zou besteden. Heel vreemd, maar dat is tot vandaag, voor zover ik dat heb kunnen waarnemen, niet gebeurd. Daarom wordt dit mijn eerste ‘media post’ in 2008.

De verbazing dat er uit de hoek van de kranten – en dan in het bijzonder door het Cebuco – nog geen aandacht aan dit onderwerp is besteed, komt bij mij voort uit het in 2007 veel gehoorde: “..kwalitatieve aspecten van dagbladen zijn (veel) belangrijker dan de kwantitatieve ophef…”. Een geluid dat vooral door Cebuco werd benadrukt.
Overigens, het relatieve karakter van dat geluid bleek afgelopen 4 januari maar weer eens in het FD. Op pagina 9 – Ondernemen en Beleggen – een nadrukkelijke opening onder de ‘kop’: “FD en nrc.next groeien snel”. In dit artikel wordt Antoinette de Ridder – uitgever en hoofd marketing van de FD Mediagroep – geciteerd. “Volgens haar bewijzen de laatste cijfers dat de restyling van de FD-krant is aangeslagen. De groei van 11% overtreft haar verwachtingen.”
Als je nu weet dat de rapportage van het HOI waaraan wordt gerefereerd betrekking hebben op het 3e kwartaal van 2007. En als je weet dat de introductie van de restyling van het FD plaatsvond op 4 september van dat jaar. Dan plaatst het de constatering van de Ridder in een bijzonder – opportunistisch – licht. Als je er heel flauw over wil doen, zou je even hard kunnen beweren dat het dan dus voor 4 september wel heel erg slecht ging met het FD. Dat is dus niet waar, de rapportage van het HOI en de mogelijke resultaten van de restyling hebben niet veel met elkaar te maken. Wat dit voorbeeld wel vertelt is dat er als het uitkomt driftig wordt gegoocheld met cijfers en feiten. Als het niet uitkomt, dan zijn cijfers opeens van minder belang.



Hè, nu ben ik op een spoor beland, waar ik helemaal niet wil zijn. Dit is beoogd als een positief bericht over dagbladen!

Op 6 november 2007 werd mijn oog op pagina 17 (Media), getrokken door de ‘heading’: “Kranten lezen is als snorkelen”. Een hoogst interessant artikel voor mediaplanners. Lees het hier. Goed, het is Amerikaans onderzoek, uitgevoerd door het
Poynter Instituut. De onderzoekmethode die werd gebruikt, “eye-tracking”, misschien in Nederland niet zo revolutionair. En ja, dat kranten lezers koppen snellen, dat wisten we wel. Maar dit onderzoek gaat verder dan die constatering en maakt de koppeling met andere media, met de ‘online’-krant in het bijzonder. Het beperkt zich niet tot de redactionele inhoud, en geeft veel informatie over advertenties, het verschil tussen broadsheet en tabloid (in het licht van de veranderingen in Nederland een ‘hot issue’, zo zou je denken).

Google meldt op 14 januari 2008 21 relevante ‘hits’ op de kop “Kranten lezen is als snorkelen”. Het zijn vooral algemeen media gerelateerde ‘nieuws sites’ die niet veel meer doen dan de artikel ‘link’ plaatsen. Hier en daar een blog. Geen aandacht bij de mediabureau’s te bespeuren. Ook niet bij de sites van dagbladen zelf.
Het artikel in NRC levert ons de topline conclusies van de acht hoofdstukken die het onderzoek beslaat. Er staat vast nog wel meer interessants in. De site van
Poynter Instituut levert minder informatie dan het NRC artikel. Hier lag, maar ligt nog steeds, een mooie kans om de mediaplanningswereld eens te prikkelen met iets ‘nieuws’.Jammer, maar de conclusie van vandaag is dat de belangenbeheerders van de dagbladen de afgelopen maanden hebben zitten ‘snurken’.

maandag, januari 07, 2008

List-O-Mania: Once more

Over de grens 07-08 nog één keer lijstjes. Een beetje de laatste die er bij mij binnen kwam was die van OOR. Ik weet niet goed hoe anderen er over denken, maar OOR heeft zich de afgelopen 2 jaar naar mijn idee enorm verbeterd. Er zit weer diepgang in OOR en daar heeft het lang aan ontbroken. De overstap van krant naar magazine blijkt telkens geen gemakkelijke. Wel begrijpelijk als je hebt gezien wat de problemen zijn waar kranten van broadsheet formaat naar tabloid switchen.. Maar dat terzijde.
OOR – althans de som van de lijsten de OOR-medewerkers – komt voor het tweede achtereenvolgende jaar met de Arctic Monkeys op de proppen. Dat gebeurde eenmaal eerder, door Elvis Costello in 1977 en 1978. Nu vond, en vind, ik die eerste Monkeys cd zeer de moeite waard, maar de tweede lijdt – in mijn oren – aan het ‘meer van hetzelfde’ probleem. Dat was bij de twee Costello albums wel anders, geen (small) step, but a giant leap voorwaarts.
De 2008 lijsten zijn eigenlijk niet zo spectaculair, veel “usual suspects’. Vermoedelijk de reden dat OOR – voor het eerst in 35 jaar – een Top 20 afdrukt. Maar ook daar veel titels die ik in veel ander lijsten al tegen kwam. Speciale aandacht nog even voor de #6 van de lijst. De man die ons (mij) zoveel leed bracht met Streets of Philly duikt weer op.

Een hereniging met zijn E-Street band volstaat en maakt iedereen zo euforisch dat de man weer in de top 10 beland. Of zou het zo zijn dat al die recensenten John Landau persé gelijk willen geven? Toch weer een complot. Jammer voor die Landau trouwens, dat hij de jaren daarvoor had zitten slapen. Dan had hij John Fogerty niet gemist, en zou hij werkelijk de historie in kunnen zijn gegaan als ‘ziener’.
Voor de Arctic Monkeys is het te hopen dat zij hun John Landau mislopen. Wat mij betreft mag 2008 best (weer) hun jaar worden, maar dan graag met iets nieuws.

Moraal? Voor iets nieuws moet je dus niet naar ‘samengevatte’ eindlijsten kijken, maar naar individuele lijsten. Je herkent jouw smaakgenoot snel genoeg, en dan maar hopen dat er iets bij staat dat jou is ontgaan. In sommige titels daar gaat het makkelijker. Neem nu het FD. Ik lees het nog niet lang genoeg, maar schat in dat daar een (1) Pop-cd recensent in dienst is, Johan Doove. Die publiceerde de volgende 10 als ‘Beste internationale cd’:

01. Civillians – Joe Henry
02. Sweet warrior - R Thompson
03. Strange weirdos – Loudon Wainwright lll
04. My name is Buddy – Ry Cooder
05. The scene of the crime – Bettye Lavette
06. Versatile heart – Linda Thompson
07. We’ll never turn back – Mavis Staple
08. Revelation – AJ Roach
09. Made in Dakar – Orch. Baobab
10. 100 days, 100 nights – Sharon Jones & Dap Kings

Het voor de hand liggende grapje over Johan kan achterwege worden gelaten. Ik ben begonnen met #10.

Smullen!