Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen
Posts tonen met het label reclame. Alle posts tonen

woensdag, november 28, 2012

The (electrical) Power of Twizy

Twizy is een speelse vorm van electrische mobiliteit door automerk Renault. Als mediabureau van Renault hebben wij het model in maart-april op de Nederlandse markt geintroduceerd.

Samen met Reclamebureau Publicis en Social Mediabureau Dorst & Lesser en Radio 538  ontwikkelde OMD een media introductie die door bouwde op de internationale verbintenis tussen Renault Twizy en David Guetta. Een aanpak die zijn climax vond op het Amsterdam Pasha Festival.


Recent stelde Renault haar 'team en medewerkers' van OMD in de gelegenheid om de Twizy uitgebreid te beleven.

Als tegenprestatie heeft OMD het Twizy gevoel omgezet in beeld en geluid. En dat ziet er ZO uit!



vrijdag, mei 11, 2012

OMD - Renault: Beste Media/Middelenstrategie AMMA case 2011 "Nuchtere logica'

10 mei 2012 eindigde deze genomineerde case als runner-up in deze belangrijkste AMMA categorie voor mediaplanners. De hoofdjury oordeelde: ‘Simpel, krachtig, geniaal en heel knap gedaan.’ Hoewel de case is gepresenteerd tijdens het door MWG en OMD georganiseerde nominees preview op 26 april 2012 is de inhoud niet wijd bekend. Met gepaste trots, en namens alle betrokkenene, 'By popular demand' volgt hieronder de door Jolanda de Jonge bewerkte tekst die als case is ingestuurd. Veel plezier.

Renault – Nuchtere logica


Samenvatting


Deze case zouden we met hoofdletters willen beschrijven. Een case die je graag in het zicht van anderen legt vanwege de eenvoud en logica.

Renault heeftmodellen in het assortiment met name geschikt voor grote gezinnen. De Renault Espace heeft standaard zeven zitplaatsen en ook de Grand Scenic heeft er zeven. Met een gemiddeldegezinsgrootte in Nederland van 2,22 is de auto voor een doorsnee huishouden te ruim bemeten. OMD stelt voor de ‘bible belt’ te betreden. Als er ergens een ‘plek’ is waarruimte en gezinsgrootte matchen dan is het daar.

We willen geen reguliere campagne in media met een christelijke signatuur, maar een aangepaste campagne in wat voor orthodox christenen reguliere media zijn. Gefocust wordt op de functionele rol die de auto kan vervullen in het leven van de gezinnen. De hoofdboodschap is Beloon uzelf met de luxe van ruimte.

Twee christelijke dagbladen gericht op mensen met een gereformeerde levensovertuiging vormen de basis van het plan, inclusief bijbehorende sites. Op www.renault.nl komt een redactionele special te staan. In een christelijk familieblad komt een auto review. Renault geeft ‘acte de présence’ op een familie beurs gericht op mensen van gereformeerde gezindten. Er komt een speciale dealerpromotie met op de doelgroepafgestemde incentives. Kijk zeker naar de bijlage om bijvoorbeeld te zien hoe de kleurplaten van de beurs weer een rol speelden in de advertenties.

Dit is een case waar boodschap- en doelgroepdifferentiatie tot in het uiterste zijn doorgevoerd. Het is een campagne met aantoonbaar, tastbaar en bewijsbaar effect. Er rijden sinds onze inzet meer Renault Espaces en Grand Scenics rond op de Veluwe en wijde omgeving.

Achtergrond


Orthodox protestants en bevindelijk gereformeerden hebben een gemiddelde gezinsgrootte van 5,8 personen. Met zeven zitplaatsen in de Espace is dat de match die we zoeken. De rivier zal de zee niet halen als niet aan nog twee voorwaarden wordt voldaan. De eerste is fysieke aanwezigheid van voldoende dealers in de ‘regio’ (ja), de tweede is een goede waarde koppeling om de betrokkenheid bij de boodschap te vergroten.

De ‘bible belt’ is een voor media relatief gesloten gemeenschap. Daar staat tegenover dat haar bewoners een herkenbaar homogeen profiel hebben. Het Nederlands Dagblad (ND) en Reformatorisch Dagblad (RD) zijn landelijke dagbladen met hoogbereik in gereformeerde bolwerken. Beide titels zetten we in, offline en online. In het familieblad Terdege, een magazine over en voor christenen, zijn we met advertenties en met redactie (auto review) vertegenwoordigd.


Samen zijn, samen ’doen’ en het wij-gevoel zijn voor de doelgroep belangrijke waarden. De jaarlijkse publieksbeurs Wegwijs is een begrip in gereformeerde kringen. Renault is op de beurs aanwezig met een stand. Er zijn activiteiten voor het hele gezin (kleurplaten, wedstrijd, informatie).


Dat we ‘all the way’ gaan, blijkt ook uit de incentives waarmee de dealers hun prospects kunnen verblijden. Zinvol en relevant. De dealers kunnen vrijkaartenvoor de beurs aan hun klanten geven of een fotoboek over Calvijn.


De opbouw is gelaagd (thema, promotie, actie). De intensiteit van het contact neemt toe naarmate de tijd verstrijkt en moet uiteindelijk resulteren in een bezoek aan de showroom, proefrit, contact op de beurs of aanschaf van de auto. Alle elementen verwijzen naar elkaar zodat een logische route gecreëerd wordt.

Resultaat


De effecten zijn op meerdere niveaus onderzocht. Omdat gedragsbeïnvloeding het hoofddoel was, focussen we op sales in het verzorgingsgebied van beide dagbladen.

De dealers hebben aan hun klanten 800 boeken en 350 vrijkaarten weggegeven. De actie werd door de dealers en de bezoekers (showroom en beurs) sympathiek gevonden.

Tijdens de campagne werden er 11% meer orders genoteerd voor de Renault Espace t.o.v. de zelfde periode in 2010, terwijl de verkoopcijfers een dalende tendens vertoonden. Van alle orders in deze periode is 49% (!) toe te schrijven aan kopers met adressen binnen het verspreidingsgebied van het Nederlands en Reformatorisch Dagblad.
(Bron: Renault Nederland)


Bijdrage


Het idee voor deze gerichte aanpak en het onderliggende inzicht is afkomstig van OMD.

Waarom een Amma?

Met een verschuiving in het denken over doelgroepen zijn er meer auto’s verkocht. Bijna de helft van het totale aantal geplaatste orders tijdens de campagneperiode is afkomstig uit het verzorgingsgebied van de christelijke dagbladen. De (mogelijke) distantie t.a.v. luxe en begeerte van de doelgroep inzake auto’s is ondervangen door de functionaliteit van de auto centraal te stellen en door een volledig op de doelgroep aangepaste promotie.

Laat de betekenis van deze case doordringen en ervaar wat inzicht inhoudt. Die ervaring sluit een stilzwijgend terzijde leggen van deze case ons inziens uit.


Jos van den Bergh (Renault), HP Faber, Rody van Vierssen en Alle Wijmenga (OMD), en namens ND/RD; Arjen Thoutenhoofd en Eibert Spaan.




zaterdag, januari 22, 2011

Koffiedik uitgekeken?

Een nieuw jaar! Nieuwe inzichten! ?
De kenners, trendwatchers en andere goeroes hebben hun licht weer laten schijnen over het jaar 2011.
En? Heeft het u nog nieuwe inzichten opgeleverd?

Hieronder twee handen vol headlines van Adformatie.

Reclamecode schiet online tekort


Populaire banners niet het meest effectief

Nederlanders raken folder moe

Tijdschriften bestedingen onder druk


Nederlanders ‘in’ voor online folders


Mobile advertising geen groei platform


Digitale televisie: meer reclame skippen


Rol mediabureau wordt straks kleiner


Marketeers leren niet van reclame effect


Adverteerders negeren mobiele reclame


Nederlandse consument wil niet zonder Blokker, Hema en Kruidvat


VEA moet reclamevak meer verkopen

Van gisteren, eergisteren of nog eerder? Of misschien toch van volgende week?
"A change is gonna come" zong Sam Cooke. Zeker, maar o zo langzaam.
Bent u ook zo benieuwd in welke vorm u bovenstaande vaststellingen in 2011 opnieuw tegenkomt?

Een heel plezierig en leerzaam 2011 toegewenst.

maandag, juli 19, 2010

Reclameprofessor toch niet zo gek!?

Naar aanleiding van de post “Nutty reclameprofessor” deelt Geert-Jan Baltus zijn visie op het interview met ons op ‘Alleswereld’. Geert-Jan is merkstrateeg/planner bij Woedend! in Amsterdam.



"Ondanks het feit dat Fennis stellig is in zijn overtuiging dat reclamemakers te weinig kennis hebben over de psychologie van de mens en dit onvoldoende toepassen in hun werk, moet ik zeggen dat ik veel waarheid zie in wat hij schrijft.

Natuurlijk is er een eeuwige strijd tussen wetenschappers en creatieven waarbij de ene partij zegt dat intuïtie te onbetrouwbaar is om op te varen en de andere partij zegt dat (wetenschappelijke) onderzoek slechts open deuren in trapt en het creatieve denken knecht.

Maar aan de andere kant is het wel degelijk zo dat een hoop kennis over de werking van de menselijke geest ongebruikt blijft in de creatieve industrie. Kennis die gebruikt kan worden om een creatief concept of campagne plan te onderbouwen en te verkopen.

Ik zeg niet dat het niet gebeurt, maar wel dat het te weinig gebeurt. Het algemene kennisniveau over mensen (wat toch het centrale onderwerp is in ons vak); over hoe ze in elkaar steken, zich onderling bewegen en met elkaar onderhouden mag en kan best een beetje hoger zijn.

Deze kennis zou meer gebruikt moeten worden om opdrachtgevers meer zekerheid te geven dat het product dat ze kopen echt gaat werken (en er niet alleen heel cool uitziet). Een onderbouwd plan van aanpak van hoe een campagne gaat werken en een op maat gemaakt meetsysteem om deze werking ook daadwerkelijk te kunnen volgen is volgens mij een noodzakelijkheid voor elk campagnevoorstel. In de praktijk zie je dit echter zelden. Vaak ook omdat er door opdrachtgevers zelden om gevraagd wordt.

Als dit meer zou gebeuren krijgen bureaus zelf meer zicht op de effectiviteit van hun werk en hoeven we met z'n allen niet zo blind te varen op (gestandaardiseerd) marktonderzoek, waarvan in veel gevallen de gehanteerde methodieken al jaren achterhaald zijn.

Te vaak wordt reclamewerking gezien als een simpel en gemakkelijk manipuleerbaar procesmodel. Dit is echter een vreselijk achterhaald gedachtegoed. De meest gebruikte exponent hiervan, AIDA, is niet eens bedoeld voor reclame- of communicatiedoeleinden maar was slechts een model om deur-tot-deur verkopers te ondersteunen. Maar er zijn in het vak te weinig mensen die het model wantrouwen en dus wordt het te pas en te pas gebruikt in briefings en campagnevoorstellen.

Het probleem is, volgens mij, dan ook het blind volgen van wat iemand ooit eens als een standaard heeft gebombardeerd. Het probleem is het onvoldoende nadenken over hoe mensen in elkaar steken en hoe deze mensen in hun dagelijks leven bezig zijn met je product of dienst. Er wordt te weinig gezocht naar alternatieve kennis of modellen dan de meest gangbare. Elkaar na-papegaaien is eerder regel dan uitzondering. Er wordt teveel uit routine gehandeld, zonder zelf na te denken of verder te kijken dan de neus lang is.

De kennis over hoe mensen tot hun houdingen, meningen en beslissingen komen is er wel degelijk. Maar we hebben het dan over een complex interactiesysteem waarin een veelvoud aan invloeden werkzaam zijn. Deze invloeden doen hun werk niet, zoals aangenomen, procesmatig (als een klok), maar simultaan (als een wolk). Omdat mensen nu eenmaal niet in staat zijn alle prikkels bewust te verwerken en veelal gebruik maken van vuistregels en sluiproutes in hun informatieverwerking, speelt het onderbewustzijn een grote rol. Daar moet je je als reclamemaker bewust van zijn en in je creatieve concept en campagneplan rekening mee houden. Enige kennis hierover helpt zeker mee.

Het komt reclamemakers in hun dagelijkse praktijk vaak niet van pas dat deze kennis minder gestructureerd en ingewikkeld is. Aangezien complexiteit niet lekker verkoopt en we met z'n allen liever snel door de bocht willen, worden er op dit gebied een hoop kansen gemist.
Zoals al wordt aangegeven zijn er geen gouden formules of gouden regels, maar volgens mij heb je als reclamemaker een verantwoordelijkheid om je voortdurend zo goed mogelijk op de hoogte te stellen van zoveel mogelijk beschikbare kennis op het gebied van de menselijke geest, menselijke motivaties en drijfveren. Essentiële kennis om uit te putten op het moment dat je een campagne aan het ontwikkelen bent.
Je kunt namelijk niet steeds dezelfde modellen en routines afdraaien, want dan ga je nat. Ieder probleem heeft z'n eigen oplossing nodig en dan kun je maar beter zo goed en zo breed mogelijk op de hoogte zijn en alle alternatieven kennen. Dan kun je daar uit putten om je aanbeveling zo goed en gefundeerd mogelijk te onderbouwen en de effecten ervan te meten.

Ook al is de houding van Fennis nogal pretentieus en dogmatisch, ik zal toch zijn boek lezen om me op de hoogte te stellen van wat hij schrijft. Het zou namelijk altijd van pas kunnen komen. "

zondag, juli 18, 2010

Reclame is het mysterie van de hippe bril

In VK van 5 juli stond een interview, met Bob Fennis, over reclame en psychologie.

Naar aanleiding van dat interview schrijft Willem van Hees op 15 juli een reactie op de pagina Opinie en Debat (p16) van VK.


Al langs en om het onderwerp meanderend, ‘en passant’ enkele verwante artikelen in de VK van 8 juli aanhalend, komt hij in zijn laatste alinea ‘to the point’: Reclame is niet te analyseren”!

Dat wil zeggen, met de kennis van vandaag, kunnen de successen (en misstappen) van gisteren heel ver worden ontrafeld. Maar de kennis van vandaag én gisteren heeft een beperkte voorspellende waarde voor morgen. Grote successen blijken maar al te vaak ‘toevaltreffers’ die onverwacht omarmd worden door ‘de consument’. Die consument evolueert door van dag tot dag, op een volstrekt ongelijkmatige wijze, afhankelijk van prikkels in zijn nabije omgeving..

Dit betekent, wat mij betreft, niet dat reclamemakers aan de psychologische kennis over reclame(ver)werking door consumenten voorbij moeten gaan. Aan de andere kant gaat het te ver om te suggereren dat die kennis een boodschappenlijstje oplevert dat een blauwdruk is voor (reclame) succes.

dinsdag, juli 13, 2010

Nutty reclame professor?

Aanleiding voor deze ‘post’ is een vraaggesprekje (interview?) dat Paul Onkenhout maandag 5 juli 2010 publiceerde in de Volkskrant op de paginas “Media en Mensen”: “In reclamemakers heb ik totaal geen vertrouwen”.
Aan het woord is hoogleraar Consumer Behaviour, Bob Fennis. Mede auteur van een boek. De Adformatie van 1 juli met op pagina 6 het artikel “Creatieven op niveau AIDA” was mij ontgaan, en daarom reageerde ik negatiever op het Volkskrant artikel. Even enkele citaten:

De consument is onbeschermd wild, “onderzoek…laat een overweldigende rol zien van .. onbewuste beïnvloeding door reclame beïnvloeding die onder de radar duikt”.
“Reclame heeft een grotere invloed dan we altijd dachten…en dat is de griezelige boodschap van ons boek. Effecten zijn niet altijd dramatis..groot..maar ze zijn er wel …structureel en subtiel. Heel lang werd dat ontkend.”

Door wie, vraag ik dan? Door wie wordt dat ontkend? Vooral door mensen die graag wilden dat het niet waar is, zo vermoed ik. Tegen beter weten in.
Want als al die kostbare commerciële communicatie geen structureel effect zou hebben, waarom dan nog adverteren?

Wat hier natuurlijk nog veel sterker de aandacht trekt zijn de zinsneden “onder de radar duikt” en “subtiel”. Personen die reclame per definitie in een kwaad daglicht zien richten daarop direct de focus (zoals ook te radiomakers van ‘de Praktijk’ en ‘Radio Kassa’ en een site zoals Leefbewust). In deze hoeken  duiken dan direct ook weer de verwijzingen op naar ‘subliminal advertising’, waar Fennis vervolgens gretig op inhaakt.
Ook al zou het beter zijn om zijn eigen woorden van de goede context te voorzien.
Een mooi voorbeeld van subtiel onder de radar duiken, meneer Fennis?

En zo gat het vervolgens maar door in het Onkenhout-interview. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat de manier waarop Onkenhout het allemaal heeft opgeschreven verantwoordelijk is voor mijn ‘nare smaak in de mond’ bij het lezen van de tekst, want iedere paar zinnen is er wel iets te vinden waarvan het bloed kan gaan borrelen. Maar oordeel vooral zelf.

Kennelijk hebben nog weinigen uit het vak echt kennis genomen van de interviews met Fennis, want op het net tref ik bijzonder weinig reactie. Wel, beste reclamemakers en aanverwanten, de boodschap van Bob Fennis is dat u er niets van bakt, en als uw baksel een keer slaagt dan is dat: toeval!

Voor mijzelf telt de tekst waarmee het artikel opent zwaar. In de uitzending van ‘de Praktijk’ (23 juni) zegt Fennis dat consumenten elke dag wel duizend reclame impulsen te verwerken krijgt. Dan komt het; “ik verwees naar dat getal omdat het in studies wordt genoemd. Op de weg naar huis twijfelde ik aan dat aantal … na een half uur tellen had ik er tweehonderdzoveel gezien, dus waarschijnlijk is de schatting nog aan de lage kant.”

Juist. Halverwege de 80-er jaren van de vorige eeuw stelden professor van Cuilenburg en Giep Franzen dat het aantal reclame impulsen waarmee consumenten per dag worden geconfronteerd ergens lag tussen de 1000 en 1500. De letterlijke tekst die van Cuilenburg op die vaststelling liet volgen luidde: “het informatie aanbod is over 15-20 jaar 4,2x zo groot als thans het geval is”. En Franzen (Intermagazine 1988) “per generatie (30 jaar) verviervoudigt de marketingcommunicatie”.

Kortom, een schatting dat wij vandaag de dag bestookt worden met 3000+ commerciële impulsen is helemaal niet raar. Mooi dat het wetenschappelijke telwerk (een half uur) van Fennis de voorspellende woorden van Van Cuilenburg nu dus ondersteunen.

Jammer dat Fennis beide voorgenoemde mannen kennelijk heeft gemist in zijn poging om 50 jaar wetenschappelijk psychologisch onderzoek samen te vatten. Fennis claimt nu dat hij nu weet hoe reclame werk, maar hij vertelt het ons niet, ook al weet hij dat wij nog niet half weten hoe reclame werkt. Dat is maar goed ook stelt hij, voor die kansloze consumenten. Als we mogen geloven wat wij lezen sluit hij af met; “Ze (reclamemakers) zijn vaak innemend, maar om hel eerlijk te zijn er zit altijd bellenblazerij omheen, een verhaal dat nergens op gebaseerd is.”

Wij zullen zijn boek ‘The psychology of Advertising' moeten kopen om vast te kunnen stellen welke ‘Hocuspocus’ Fennis zelf heeft gevonden en toegepast. Hoewel ik het gevaar loop dezelfde fout te maken die Fenis maakt, houd ik voorlopig meer vertrouwen in reclameman Franzen’s ‘Hoe reclame echt werkt’ uit 1992.

En dat ondanks de inleiding van dit boek, waarin Franzen aangeeft dat er geen toverformules en/of gouden regels in te vinden zijn.

dinsdag, februari 16, 2010

‘Schrikbeeld’: Huis aan Huis Televisie

Het stond er echt. Afgelopen week in Adformatie. De TV jaarcijfers over 2009 gepubliceerd door SPOT leidden tot de kwalificatie “een moeizaam jaar”. Met andere woorden; de netto bestedingen aan TV-spots daalden met bijna 9 procent, en die aan non-spot zelfs bijna 13%!

Ik weet niet hoe het u als TV-kijker het afgelopen jaar is vergaan en ook nu vergaat, maar die indruk had ik dus h-e-l-e-m-a-a-l niet.
Integendeel, overeenkomstige groeicijfers hadden mij niet verbaasd. Wat een verwarrende tegenspraak tussen perceptie en realiteit.

Gelukkig opende diezelfde Adformatie met; “TV clutter boven het Europese gemiddelde”. Uit een rapport van Initiative blijkt dat het aantal TV spots dat een gemiddelde Nederlandse TV-kijker per week ziet in 2009 “380” bedraagt. Gemiddeld zelfs één spot meer dan in 2008.
Vergelen met het bericht over de bestedingen is dat enigszins geruststellend, maar niet helemaal. Dan blijkt er ook uit het rapport dat het aantal commercials in 2009 met 15% is gegroeid, in ‘prime-time’ zelfs met 26!! procent. Kijk, nu komen we ergens.

Samengevoegd, is de conclusie uit beide rapporten dus dat de kosten van TV-spots in Nederland bizar laag zijn geworden.

(Ik wil ‘GRP-praat’ voorkomen, maar als het om vergelijken gaat is dat helaas onontkoombaar. Ongeveer 5 jaar geleden kon een mediaplanner voor de kosten van 1 TV-GRP wel 5 hoogwaardige radio-GRP’s kopen. Die ratio ligt nu in de buurt van 1:2. Zo aantrekkelijk goedkoop is TV reclame dus voor adverteerders geworden. Oh ja, 1 GRP = 1% bereikte doelgroeppersonen. Verder ga ik hier niet.)

De consequenties?

Reclameblokken worden tegenwoordig gedomineerd door commercials van retailers en dan vooral Prijsvechters (tot 40% korting alleen deze zaterdag!!). Nickelodeon’s Kaja Wolfers zegt – ook al in deze Adformatie – “TV beste middel om mensen te raken”. Ik ben dat in de grond helemaal met hem eens, maar die prijs ‘crashers’ – helaas – dus ook (“Ik ben toch niet GEK!”).
Verder lees ik uit de samenvatting van het Initiative rapport dat de Nederlandse TV-kijker steeds behendiger wordt in ‘het zappen’. Dat mag niet baten. De prijs-beukers draaien hun budget portemonnee niet eens meer helemaal om voor een paar ‘onsjes’ extra GRP’s.
Kijk naar Adformatie’s Reclame TV Top-10 van week 4. Vier retailers (echte) zijn daarin verantwoordelijk voor 52% van het door deze 10 adverteerders bestede TV-budget. Van de overige zes adverteerders in deze Top-10 kunnen er op basis van de boodschap overigens nog wel 4 als retailers worden aangemerkt. Dat terzijde.

Televisie was(!) ooit het domein van de merkenbouwers. Commercials werden gebaseerd op concepten waarover lang was nagedacht en die met zorg en liefde waren vormgegeven en uitgevoerd. Zozeer dat de productiekosten in het eerste jaar van uitzenden hoger waren dan de uitzendkosten. Dat was niet erg, want toen gingen die films ook een jaar of drie (of nog) langer mee dan nu. Dat was in de, heus niet zo heel goede, tijd voordat commerciële TV de Nederlandse huiskamer veroverde.
Een tijd waarin Print het medialandschap domineerde. Print kende ook toen hoogwaardige- en lager aangeslagen ‘kanalen’. Zo zou er in die tijd geen A-merk adverteerder, die een vermogen had besteed aan een (TV) commercial met speelfilmbudget proporties, er over peinzen om te adverteren in Huis-aan-Huis kranten. “Ik ga toch zeker niet met mijn advertentie naast een 1/1 pagina zwart/wit ‘Henk zal je nooit belazeren’-pagina staan. Ben je belazerd?!”

Heftige onderlinge concurrentie tussen de aanbieders van TV-zendtijd en een sterk doorgevoerde focus op inkoopvoordeel door adverteerders – ook A-merk adverteerders – hebben de TV-zendtijd gruwelijk goedkoop gemaakt. Met alle gevolgen van dien.
Het zorgt er voor dat “het beste mediakanaal om mensen te raken” steeds minder goed is te verteren door TV-kijkers. Het lijkt nu nog steeds goed te gaan omdat TV-kijkers zo ontstellend lui zijn, en hun goede tijd nu nog verliezen aan nutteloos zappen. Dat kan echter niet heel lang meer gaan duren. Toch?

Met de huidige stand van de techniek is voor adverteerders die zich niet meer in de huidige TV-scene herkennen, natuurlijk gemakkelijk om te bezwijken voor de lokkende zang van de ‘nieuwe media sirenes’. Ik doe een andere suggestie.
Gebaseerd op de door kenners en zieners gepropageerde hang van de consument naar het authentieke, en haar focus voor de directe omgeving; denk weer eens serieus na over adverteren in Huis-aan-Huis kranten! Die worden immers gelezen.





Zie ook!

woensdag, januari 06, 2010

Waarzeggen?

Voorspellingen zijn van alle tijden. Sommigen zijn gebaseerd op overlevering (2012). Anderen blijven dichter op de huid en beperken zich tot het jaar dat gaat komen.


In die laatste categorie heb ik zojuist kennisgenomen van de 10 megatrends in Media - 2010, waarvan Bas Vlugt ons al op 31 december van het vorig jaar deelgenoot maakte. Aan wie ze nog niet heeft gelezen, hierbij de aanbeveling om dat alsnog te doen. Vooral de begeleidende teksten van de trends zijn de moeite waard.
Daarna op naar december 2010 om met elkaar vast te stellen welke trends het hebben gemaakt of toekomst hebben. Sommige trends vinden hun oorsprong in de afgelopen jaren. Nieuw zijn zij dus niet. Laat 2010 voor die trends dan het jaar van de waarheid zijn.


dinsdag, december 29, 2009

Komt een reclameman bij de dokter…..

(eerder te lezen hier en vervolg op)

Dokter! De mensen hebben genoeg van mijn reclame. Help!
Kom, kom reclamemens, niets nieuws onder de zon, toch? Een recept heb ik niet, een advies wel. Doe het allemaal een tikje minder en besteed wat meer aandacht aan de kwaliteit. Je zult het zien, daar leef je van op.

Flauw? Zeker!

Maar niet meer of minder flauw dan mijn inspiratiebron. Laten we beginnen met die kwaliteit van reclame. Daar zijn wij snel mee klaar.
Als de politiek al geen definitie kan verzinnen van zwaar werk, hoe moet een (reclame)mens dan in hemelsnaam een norm kunnen vaststellen voor kwalitatieve reclame? Leuk, informatief, beide? Ja, maar hoe? Onbegonnen werk.
Overigens ook reclamekwaliteitsleverancier Bart Kuiper vond al eens dat slechte reclame van het TV-scherm geweerd moest worden. Ja! Zeker! Het is er niet beter op geworden. ‘To put it
mildly’.

Tenminste, dat gevoel heb ik er ook wel bij als ik de reclame die ik zie algemeen beschouw. Maar dat geldt vast en zeker niet voor de adverteerders die deze reclame op ons af vuren. Als zij al een moment getwijfeld zouden hebben, dan hebben de makers van die reclame de twijfel geheel weg kunnen praten. Niemand stopt geld in iets waar hij niet in gelooft? Maar toch. Uit ongeveer het zelfde verleden waaruit ‘ik koop alleen bekende merken’ stamt, kan ik mij ook herinneren: “dat irritatie een negatieve invloed heeft op merkbekendheid blijkt niet uit onderzoek”. Dus.

En dan de queeste ‘minder reclame’. TV reclame, daar wordt zo vermoed ik op geduid. Het gaat hier immers om reclamebureaus. Hoewel dat in het Volkskrant interview niet helemaal tot uitdrukking komt, want daar lazen wij het volgende: ‘Bij kranten was vroeger de reclamepagina heilig(sic), tegenwoordig zien we er afgeprijsde bankstellen”. Omdat iedereen het in de basis wel met het praatje van Ralph Wisbrun eens is, komt hij er nog mee weg ook.
Maar naast de adverteerder, die al dat reclamegeld uitgeeft, zijn wij nu aangeland bij de andere partij met een enorm belang; de media-exploitanten.

Dat de hoeveelheid reclame in de afgelopen decennia zo is toegenomen heeft ook ‘iets’ te maken met het explosief toegenomen media aanbod. Heel veel van die productie vindt haar fundament in reclameopbrengsten. Kortom het ligt niet voor de hand dat deze partij het idee van minder reclame een warm hart toedraagt. Och ja, misschien onder een bepaalde voorwaarde: een hoger advertentietarief.
Ook daar is de afgelopen twee decennia eerder in de vakpers over van gedachten gewisseld. Of nee, toch niet echt. Voor de mensen die het mediabudget beheren is dat natuurlijk onaanvaardbaar.

Is het ‘onsje minder’-initiatief van de VEA dus een proefballon, een lege huls, een natte krant? Schrijvend vanuit zowel mijn consumentenhart als mijn liefde voor ‘het vak’: “ik hoop het niet, maar ik vrees het ergste”.

Wordt de schrijver gebeld door een onderzoekbureau….’Mevrouw, ik houd niet van reclame, ik ben er gek van’.

maandag, december 07, 2009

Komt een huisvrouw bij een onderzoekbureau….

“Ik let nooit op reclame. Ik koop alleen bekende merken!”

Wanneer was dat? In de jaren 80, 90? Of van alle tijden? Ralph Wisbrun citeerde haar nog maar eens in het kader van de afsluitende vraag van een interview naar aanleiding van zijn oproep tijdens de recente VEA jaarvergadering.
Daar pleitte hij voor minder reclame, maar dan wel van een kwalitatief beter niveau. De afsluitende vraag luidde dan ook of Wisbrun verwachtte dat consumenten in dat geval weer meer open staan voor reclame. Vanzelfsprekend beaamde Wisbrun deze welhaast retorische vraag bevestigend en voegde daar voor het dramatische effect de bovengenoemde, ‘legendarische’, uitspraak van de ondervraagde mevrouw aan toe. Reclame werkt!

En zo is het!

Maar hoe reclame nu precies werkt, dat weet niemand. Precies.
De invloeden zijn omvangrijk en veelzijdig. Boekenplanken vol zijn er over het onderwerp gepubliceerd, op basis van een eindeloze hoeveelheid onderzoeken.
(Latente) interesse is zonder meer de belangrijkste factor die aandacht aan reclame laat schenken. Kwaliteit van de reclame speelt in de daaropvolgende hiërarchische ladder van belangwekkende elementen een rol. Deze rol is echter lang niet zo sterk als het begrip kwaliteit zou doen veronderstellen.
Regelmaat echter wel. Vele onderzoeken hebben aangetoornd dat juist regelmatige confrontaties, en dan liefst ook nog zo kort mogelijk voor een potentieel aankoop moment, grote invloed heeft op consumenten(gedrag).

Opmerkelijk dus dat Wisbrun pleit voor minder reclame per individuele adverteerder(?). Terwijl er recent juist stemmen opgaan om, nu de interactieve technieken dat mogelijk maken, in permanent contact met consumenten te treden. Tijdens een MWG bijeenkomst op 17 november hield Tom Himpe van Ag8 de zaal voor “Merken bewegen van campagnes naar een 24/7 aanwezigheid”.
Toegegeven, Himpe bedoelde daarmee geen spotcampagnes maar, hoe dan ook, reclame is het wel.

Dus is de kardinale vraag, hoe stelt Wisbrun zich dat voor? Uit het hier aangehaalde interview in de Volkskrant van 4 december blijkt het plan te zijn een ‘code’ te ontwikkelen. Die moet ondermeer leiden tot beter reclame? Daarnaast een gezamenlijk streven naar minder reclame.

Oh ja. Dat kunnen de reclamebureaus natuurlijk niet alleen bewerkstelligen. Er is ook steun nodig van de pers, de politiek en de (niet VEA) reclamebureaus en de mediabureaus.
Twee cruciale partijen ontbreken volgens mij in die opsomming: adverteerders en de media-exploitanten, dunkt mij.

Komt een reclameman bij de dokter......(wordt vervolgd)

maandag, december 15, 2008

Non Discussie? Over fragmentatie van TV kijken!

Non discussie? Door wie dan?
(voor begrip van onderstaande tekst verdient het aanbeveling om de aanleiding via bovenstaande link tot je te nemen)
Vanaf het moment dat commerciële televisie zijn intrede in de Nederlandse markt heeft gedaan, wordt er gesuggereerd dat het TV-bereik fragmenteert. En dat is zo. Er kan gekozen worden uit meer zenders. Daar bekijken consumenten programma’s. Hierin zit meteen de crux van de fragmentatie discussie. Mensen die TV kijken, kijken naar programma’s. Voor het overgrote deel van de kijkers is het niet of nauwelijks van belang waar dat programma wordt uitgezonden. Wat je dan ook ziet is dat exploitanten van de brede publiekszenders (PO, RTL en SBS) allen in staat blijken om 80-90% van dekijkers te bereiken. Dat is in de afgelopen jaren de basis geweest voor de zogenoemde ‘2 exploitanten deals’ die populair waren (zijn) in een poging om de kosten per GRP zo laag mogelijk te houden (maar dat is een andere discussie).
Feit blijft dat televisie door de verbreding van het aanbod aan zenders, en daarmee programma’s, veel meer mogelijkheden tot segmenteren heeft gekregen. Adverteerders betalen voor bereik in de doelgroep 20-34 – die kijkt ‘zo’ slecht TV (?) – al meer dan 10 jaar veel minder dan in de tijd dat Nederland nog gezegend was met 3(!) publieke zenders, waar slechts mondjesmaat geadverteerd kon worden.

Het hele fragmentatie verhaal is momenteel dus inderdaad vrij onzinnig, en wordt vooral in stand gehouden door partijen die er baat bij hebben dat adverteerders twijfelen aan de mogelijkheid van het medium om binnen doelgroepen een (effectief) bereik en effectieve contactfrequentie te realiseren binnen een relatief korte tijd tegen zeer acceptabele kosten.
Dat het Spot 2008 rapport het fragmentatie verhaal opeens doet oplaaien, zal dan ook een onbedoeld effect zijn. Paul van Niekerk mag dat best eens fermer pareren. Hij zit immers boven op de cijfers die mijn betoog staven.

“Ja maar” hoor ik alle mensen roepen die iets meer kennis van zaken hebben; “wat dan over ‘overload/clutter’, reclame vermoeidheid, -weerzien, -vermijding?”. Dat komt toch door die fragmentatie?
Ik vind van niet. Dat de markt met 10 zenders heel goed te bereiken is, en met 20 nagenoeg helemaal, biedt in potentie de mogelijkheid om die fenomenen veel beter te beheersen dan nu gebeurt (want daar kan ook ik mijn ogen niet voor sluiten). Maar dat is dus die andere discussie. Een discussie die te maken heeft met concurrentie om de advertentie Euro door de zenders en het onder andere daardoor stevig gevoede gevoel aan adverteerderzijde dat bereik en contacten op televisie niets mogen kosten. De planning er van trouwens ook niet. Het heeft TV-planning 20 jaar terug in de tijd geworpen en zorgt op allerlei fronten, niet in de laatste plaats bij de TV-kijker voor onvrede.


Dat gezeur over fragmentatie van televisie kijken sec, is dus vooral een non discussie, ja..

woensdag, november 26, 2008

Hoedje van papier


Het is al weer een week geleden. De eerste bijeenkomst van/voor de leden van het LinkedIn Group initiatief Dutch Media Professsionals / Rethinking Media. Gerekend naar de bestaansduur van de groep is veel bereikt. Althans, ondertussen zijn ruim 4000 mensen die ‘iets’ met media hebben lid. Nu is dat vrij gemakkelijk, en je ziet mensen dagelijk achteloos lid worden van 4,5 groepen tegelijkertijd. Dus je vraagt je af; “betekent zo’n groep ook werkelijk iets. Met betrekking tot Dutch Media Porfessionals (DMP) kan ik uit de eerste hand vaststellen dat het antwoord bevestigend luidt. Aan het eind van de zomer woonde ik een bijeenkomst van beperkte omvang bij in restaurant Dauphine. Doel was om leden van het eerste uur die hadden aangegeven actief te willen bijdragen aan “Rethinking Media” met elkaar in contact te brengen. Daar werd toen de bijeenkomst van 19 november reeds aangekondigd, zonder dat er al een duidelijk beeld was van het programma.

Het mag gezegd, de bijeenkomst in de Rode Hoed was in meerdere opzichten een groot succes. Qua opkomst misschien op het eerste gezicht niet verwonderlijk. De roegang was gratis voor de leden. De 450 plaatsen waren in ‘no-time’ vergeven, waarna er zelfs een wachtlijst ontstond. Belangrijker en roemenswaardig was de organisatie, die een uiterst professionele indruk maakte. In een media waardige setting met flitsende beeldschermen en zoemende camera’s (virtueel dan, want digitaal zoemt niet). Last, maar niet in de laatste plaats was daar het programma. Dat had in Rick Nieman een aimabele, vaardige gastheer die een flink aantal media BN-ers ontving en aan de tand voelde. Op verschillende plaatsen (hier, hier en hier) kan je kennisnemen van verslagen.
Wat uiteindelijk de meeste ophef veroorzaakte was niet de scoop van ‘PR’ de Vries dat hij over 5 jaar misschien wel geen tv-programma’s meer maakt (zo kan ik het ook), maar wel de ontboezemingen van Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers. Aan tafel, samen met Parool’s hoofdredacteur Barbara van Beukering werd gesproken over het bepalen en betalen van het nieuws. Brouwers gaf zonder omwegen toe dat hij in Sp!ts vergaande handreikingen doet aan adverteerders. In de redactionele kolommen, wel te verstaan. Ingehouden adem, gesis. Ik keek even verbaasd om mij heen. Was dat een verrassing in deze zaal? Gespeeld of niet de verontwaardiging was weer eens niet van de lucht. Op deze wijze werd het journalistieke gebod “Gij zult u in uw schrijven niet met commercie inlaten” met beide voeten tegelijkertijd bruut getreden. Brouwers erkende het deemoedig, gaf aan het inderdaad anders geleerd te hebben – volgens het klassiek journalistiek evangelie – en volharde in zijn gekozen richting.
Waar moet dat naar toe foeterde Boertjes van de Volkskrant, die terloops ook toegaf wel eens een ‘ongelukje’ in zijn krant tegen te komen, en van Beukering viel bijna van haar stoel.

Ik heb het er al eens eerder over gehad hier, journalisten moeten niet zo krampachtig doen. In de eerste plaats zijn hun lezers – jawel, ‘hun lezers!’ – lang niet zo dom, of goedgelovig als zij kennelijk veronderstellen. En het betekent niet dat zij (journalisten) braaf moeten opschrijven wat adverteerders hen voorkauwen. Dat gebeurt meestal niet. Ook niet bij Sp!ts. Ongelukjes, 'die' gebeuren overal. Waar het aan het eind van de dag om gaat is of die lezer van plan is om de volgende keer opnieuw de betreffende titel ter hand te nemen om zich te – laten – 'informeren'.

Misschien kunnen we deze voortdurende stammenstrijd afbreken door de gratis kranten een andere naam te geven. Anders dan kranten. Maar pas op (echte) kranten. Weet waar je afscheid van neemt. Want dankzij Sp!ts en aanverwanten kunnen kranten sinds een paar jaar wel weer ‘claimen’ ook jongere lezers te bereiken. Ruim 10 jaar geleden wezen de media onderzoeken (Summo) uit dat het dagelijks informatief papier op uitsterven aanstuurde. Daar is nu geen sprake meer van (media imperatives).

De foto’s werden gemaakt door Steven Snoep en Ferdinand Sennema




woensdag, oktober 29, 2008

Spookverhaal

De recessie houdt de gemoederen niet zo een beetje bezig. We worden door een ware tsunami van media aandacht murw gebeukt en voelen ons ‘met z’n allen’ steeds ongemakkelijker. Onwillekeurig laten wij ons meesleuren met de trekstroom die ons verleidt het even kalmer aan te doen, en… een extra spaarrekening te openen. Veilig idee!

Communicatienieuws hoofdredacteur Bas Vlugt klopte afgelopen maandag op mijn virtuele mail deur met het verzoek om een reactie op de onderstaande vraag. Eerlijk is eerlijk, ik kon de verleiding niet weerstaan. De bijdrage is ondertussen al hier te lezen. Maar als je moe bent van het surfen, dan kan je het ook hieronder lezen. In de niet geredigeerde vorm.

De vraag
Dat de advertentiebestedingen op dit moment teruglopen, is duidelijk. Maar hoe zit het precies? Hoe hard gaat het naar beneden? Welke soort adverteerders trekken zich het eerst terug en welke adverteerders hebben het lef om anticyclisch te gaan? Welke mediatypen worden het hardst getroffen? En tot welke mediatypen neemt de adverteerder in barre tijden de toevlucht? Wat zijn de kansen voor de mediatypen en hoe kunnen media hun kansen vergroten?

Het antwoord
Dit is ‘een’ vraag uit de categorie “heeft u een dagje”. Daarom maar enige ‘capita selecta’.
Wat teruglopende advertentie bestedingen betreft, staat buiten kijf dat de financiële sector en vooral diensten en producten op het gebied van belegging en vermogensbeheer uiterst behoudend opereren. Nu de berichten over een gearriveerde recessie steeds sterker worden, zullen consumenten op korte termijn nadrukkelijker afwegen welke aanschaf voor korte en/of langere termijn uitgesteld kan worden. Dat zullen in eerste instantie vooral zeer grote investeringen zijn. Zo kan de nieuwe keuken nog wel een jaar wachten. Als de auto echt vervangen moet worden wordt er een goedkoper substituut gekozen, of een kleinere auto. Dat laatste fenomeen doet zich al wat langer voor en biedt bijkomend het milieu excuus. Maar, ook dat dure horloge kan wel even wachten. Afhankelijk van de persoonlijke situatie van mensen zal zich dat op alle niveaus doen gelden, maar tegelijkertijd zijn wij met zijn allen tegenwoordig zo individueel, dat een eenduidig recept niet bestaat.
Van alle voorgaande recessies is de les geweest dat marktleiders het relatief gemakkelijk hebben om de positie te behouden en zelfs te versterken als zij de reclame- en marketing inspanningen op peil houden. Wie het zich kan veroorloven ‘pakt’ nu en straks een extra stuk van de markt en verhoogt de inspanningen. Of dat realistisch is? De markt bestormers zonder een flink ‘bruggenhoofd’ krijgen het moeilijk. Of juist ‘de’ kans in het segment waar de marktleider(s) zich veilig wanen en menen rustig aan te kunnen doen. Vooral de mobiele telefoniemarkt wordt een interessante om te volgen.

De recessie is slecht nieuws voor alle betaal initiatieven in nieuwe media. Consumenten vielen ook in het verleden terug op vertrouwde massamedia die weinig kosten met zich mee brengen. Maar wat is vertrouwd? Ik vraag mij af of PCM niet iets te vroeg heeft besloten om DAG op te geven. Gratis is de komende tijd een gewild alternatief voor betaald.
In het licht van het voorgaande zullen ook magazines die in hoge mate afhankelijk zijn van bijzonder luxe producten het zwaar krijgen. In dat segment is de laatste jaren het aanbod fors toegenomen. Nu gaat het opbreken als HOI en NOM cijfers straks ontbreken. Van TV zullen zich ongetwijfeld kleine adverteerders terugtrekken. Dit tot groot genoegen van de traditioneel grote adverteerders. Niet noodzakelijk goed nieuws voor de TV zenders, maar ik zie voorlopig geen wegvallende reclameblokken. De rol van veel vormen van Internet reclame neemt versneld toe, maar allerlei initiatieven van IPTV tot mobiele TV zullen vermoedelijk nog wat geduld moeten gaan oefenen.

Nu over een jaar eens echt kijken hoe het gelopen is. Want het omgekeerde zou in een aantal gevallen ook goed denkbaar zijn.

zondag, september 07, 2008

Crisis! What Crisis?

Beetje jaloers was ik wel. Die kop had ik graag zelf ingebracht, want hij past wonderwel in dit blog concept (zie ondertitel). Het laatste half jaar niet actief geweest hier. De wereld raast door, maar ik heb niet het idee dat er nu wezenlijk stappen worden gemaakt? En om nu iedere keer door te blijven zagen over de zelfde onderwerpen, dat is zowel voor de schrijver als voor de lezer - denkt de schrijver - niet heel erg inspirerend. Daarnaast is het simpelweg een kwestie van druk, moe geweest. Kijken of het met de start van een nieuw (?) seizoen na de zomer weer op te pakken is?
Zo werd ik weer eens door Bas Vlugt van Communicatienieuws benaderd om een bijdrage te leveren aan de rubriek Forum. De kwestie van deze week luidde: "Er heerst nogal wat verwarring over de recessie. Zitten we in een recessie, moet ie nog komen, zijn we er al uit of komt ie helemaal niet? Storten de advertentiebestedingen nu in of zijn ze juist hoger dan ooit? Of verschuiven ze alleen maar en zo ja: waar vandaan en waar naartoe? En waarom blijft die arbeidsmarkt maar zo krap of zijn we straks juist allemaal werkloos?"

De vraag was dan ook "Hoe staat het met de crisis in de communicatiewereld? Hoe staan we ervoor, wat gaat er veranderen, wat is jouw visie op de conjunctuur in de communicatie?"

Hier kan je lezen wat mijn mening is, en waar die lichte jaloezie vandaan komt.

donderdag, juni 12, 2008

Apeldoorn? Wereldstad!

Sinds heugenis houdt iedereen die iets voor reclame voelt van de serie "Even Apeldoorn bellen...". Vaak brilhant, en zo niet, dan toch altijd een paar keer de moeite van het zien en horen waard. De wereldwijde reclamebranche kent CB ondertussen wel, maar nu slaat het verzekeringsbedrijf de vleugels uit naar consumenten buiten Nederland. Een verbod op uitzending via de TV maakt dat mogelijk. Onbegrijpelijk als je de inhoud afzet tegen de gemiddelde Benneton uiting uit de jaren 80-90. Maar veelzeggend in een land waar Christen Unie een stempel drukt op alles wat het niet zint. Zoals gebruikelijk bereiken ze het tegendeel. Heel de wereld zal aan "Adam" worden blootgesteld. Apeldoorn wordt het centrum van het Universum. Gefeliciteerd!


zaterdag, april 12, 2008

Andere tijden 2

Kijk, op pagina 3 van Adformatie 15 een voorspeller van de zoveelste ziener. Je zou er bijna over heen lezen, maar het gele áccent op de eerste twee letters deed zijn werk:

“Reclame verdwijnt uit traditionele media”

De ziener blijkt een trendanalist, Justine Marseille. Voor wie het gemist heeft zal ik de kern van het betoog dat zij woensdag/donderdag 16-17 april in de HMH afsteekt hier – geheel tegen mijn gewoonte – herhalen.

"De nieuwe technologie maakt het mogelijk om het product te maken dat je wilt hebben en het komt ook nog naar je toe ook. Oude marketing was wel heel erg plaats gebonden. De winkel en informatie daarover via radio en TV is een heel inefficiënt systeem. Internet zorgt er voor dat vraag en aanbod overal zijn. En over reclame zegt Justine: Beïnvloeding door reclame verdwijnt niet maar de zender gestuurde beïnvloeding wel. Je krijgt veel meer bron informatie. En dus gaat d winkel als marketingkanaal een groot aandeel verliezen, de traditionele media gaan terug naar redactionele inhoud en reclame verdwijnt uit de media.”

Tja, wie ben ik dan om te gaan beweren dat het niet zo is. Maar internet is er ondertussen al een tijdje, en de komende paar jaar zie ik niet dat het zo’n vaart gaat lopen.

Het is dan ook jammer dat Justine niet wat uitdagender is. Het zou een stuk spannender zijn als zij ook een tijd duiding aan deze trend voorspelling zou hangen. 2010, 2050, 2100?
Het kan nog, misschien van de week tijdens haar praatje. Maar ik denk het niet.

Ik heb zoveel reclame revoluties horen en zien voorspellen, dat ik daar niet meer in geloof. Evolutie vind ik dan weer wel heel aanvaardbaar. Dit scenario ligt dan eerder in de buurt van 2050 dan 2010, denk ik. Hoewel ook ik als liefhebber van science fiction moet toegeven dat ontwikkelingen steeds sneller gaan.
Dir soort praatjes doet mij altijd weer denken aan onze huidige MWG-voorzitter. Hij hield mij eens voor: “als het gebeurd ben ik de pief, want dan weten ze nog wel dat ik het gezegd heb en gebeurd het niet, dan herinnert niemand zich dat meer”.
Maar al te vaak heb ik sindsdien kunnen constateren dat dit principe exact zo opgaat. Het grappige is wel, dat ik het sinds die tijd vaak nog wel weet.

Weet u wat? Als het zover is dan bevestig ik het hier.

donderdag, december 06, 2007

Verleiding?

In een ‘discussie’ naar aanleiding van een artikel op de Nieuwe Reporter “Hoera! Links Hilversum op het matje!”, is er een reactie van ene Lia, die het niet aangetroffen verband tussen ‘koppen’ van artikelen en de inhoud daarvan aan de orde stelt.
Lia (hoe irritant toch dat mensen zich niet echt ‘blootgeven’) lijkt mij, naar aanleiding van haar tekst, een bevlogen, jonge journaliste (?) die er nog wel heil in ziet om de wereld van de journalistiek te verbeteren.
De
administrator van de dNR laat haar echter direct weten dat ‘headers’ alleen al wegens ruimte gebrek ‘soms’ ongenuanceerd zijn.

Je vraagt je af wat deze administrator zo’n beetje doet, de hele dag? Soms? In mijn beleving zijn zeker meer dan de helft van de kopregels in media, dan minder, vooral verleiders. Aandachttrekkende banieren die de lading van de tekst van een artikel bepaald niet dekken.
Ik doel hier echt niet op de Telegraaf – die hier vaak van beschuldigd word.
Ook niet op het verschil tussen consumenten en vakmatige media. Of tussen gedrukte of anders gepubliceerde teksten. Het is dagelijkse kost. Niks verborgen verleiders, maar open en bloot, en geen journalist die zich daar voor schaamt.

Neem nu vandaag op
Reclameweek.nl. “50% kijkt TV op werk”. Als je dan – geïntrigeerd – klikt op de link naar het artikel, dan wordt de aanhef zelfs nog aangezet tot “1 op 2 kijkt TV op werk”.
Het is even niet te bevatten, maar dan lees ik de eerste regel: “helft van alle werkende mensen kijkt wel eens televisie op het werk”.
Zucht. Van opluchting en zeker ook van irritatie.

Overdrijven! Gebrek aan nuance? Het is in dienst van de ‘kunst’ van het verleiden. Een aardige benaming (belazeren kan ook), omdat ik er van uit ga dat de schrijver het ultieme doel nastreeft; zoveel mogelijk lezers van zijn stuk lokken.
Wat ik dan wel moeilijk te begrijpen vind, dat is de historische aversie bij journalisten tegen reclame, dan wel informatie met een commerciële achtergrond (advertorials, sponsoring, etc.). Journalisten tonen zich immers kundige volgers van de reclameverleiders. Los daarvan, hebben de meeste moderne consumenten die in deze commerciële informatie maatschappij leven, doorgaans heel goed in de gaten wat zij toegediend krijgen in de media.
Gelukkig hebben jonge(re) journalisten tegenwoordig al minder weerzin tegen commerciële samenwerking. Het zijn echter de oude(re) redactieleden en –raden die een waterscheiding bepleiten. Veel media, en zeker de gedrukte, gaat het de afgelopen jaren niet voor de wind. Dalende oplages en dito advertentie inkomsten. Misschien dat die ontwikkeling op korte termijn voldoende ‘verleiding’ biedt.



De visual "de Verleiding" is een schilderij van Liesbeth Romeijn.

dinsdag, december 04, 2007

Hot Hot Heat?


Hoe was het ook alweer volgens Mcluhan. Hij noemde TV een ‘cool’ medium. Omdat TV om participatie van de kijker vraagt. Nu ja, het waren de jaren 50 van de vorige eeuw. Je kan het je niet meer voorstellen. Sterker, met een beetje goede wil is Tv tegenwoordig te beschouwen als veel meer involverend dan… nog niet zo lang geleden.
Maar daar gaat het hier eigenlijk helemaal niet over. Ik wilde kwijt dat je tegenwoordig overal struikelt over media. Zo bezien zijn ze allemaal ‘hot’, en TV misschien wel het heetst.

Volgens het ‘hoge bomen’ principe levert dat weerstand op. Dat zorgt dan weer voor veel aandacht. Niet in de laatste plaats.... in de media zelf. Ook politici zien hier regelmatig kansen. Vanzelfsprekend om zich zelf te profileren. Wat te denken van SP-lid de Wit? Hem na te geven, het is voor hem geen ééndagsproject. Maar, zijn strijd tegen de belspelletjes bekijk ik toch nog altijd met een ongemakkelijk gevoel van wantrouwen. Ongemakkelijk, omdat ik zelf ook geen fan ben van deze programma’s. Het wantrouwen komt voort uit het vermeende ‘goede’ dat de Wit met ons voor heeft.
Voor de goede orde, als ik op het TV-scherm “ .agelbui “ lees en er wordt mij door een nieuwe Edwin Evers toevertrouwd dat het om bevroren regen gaat, en dat ik door een telefoontje zo maar € 900 rijker kan worden… Dan bel ik niet. Ik begrijp heel goed dat het geld niet dagelijks in die hoeveelheden op straat voor het oprapen ligt.
Maar volgens de Wit doet het overgrote deel van deze volksstam dat wel. Ik denk ook wel dat hij gelijk heeft. Anders waren die spelletjes er al lang niet meer geweest. Het is een vorm van bedrog die afstamt van de kwakzalverij. Mijn punt is dat mensen zich nu eenmaal graag in de luren laten leggen. BELazeren, volgens de Wit. Dat schaf je niet af. Dat kan je niet verbieden.

Nieuwsmaker de Wit wordt in Adformatie 48 een diepte interview afgenomen. Als ik het lees neemt mijn irritatie alleen maar toe.
Interviewer stelt: Volgens het OM hebben mediabedrijven als SBS 12 miljoen euro winst geboekt in 2006. (Zelf vind ik het moeilijk om dit te interpreteren gaat het hier nu om de SBS bedrijven of ook om RTL etc.?).
Antwoord de Wit: Volgens mij is het veel meer. Mijn eigen schatting komt toch al gauw uit op 50 miljoen winst. Tja, als ik dat zo lees, dan maak ik die de Wit voor een conservatief uit.
Wat nu ‘volgens mij’ en ‘al gauw’. Daar spreekt bepaald geen ‘diepgravendheid’ uit.
De interviewer vindt het al lang mooi, en draaft hijgend door:
“Daarnaast hebben we nog de toeleveranciers 2Way Traffic en Endemol…
Daar komt de Wit weer: Die zullen het ook niet voor niets doen. Bovendien verkopen ze het format over de wereld.
Bent u bij mij? De Wit weet er niets van af. Dat blijkt wel uit die eerste zin. Uit de tweede zin kunnen wij afleiden dat hij niet over een ‘kaasstolp’ blik beschikt. Het is zielig voor alle mensen op de hele wereld. Dat zij belazerd kunnen worden door een bel spelletje.
Van het front van de interviewer valt geen nieuws te verwachten. Een zorgvuldig voorbereid lijstje vragen wordt afgewerkt, daar brengt geen antwoord hem van af.
Een ding is zeker. Jan de Wit (familie?) gaat de TV geschiedenis in.

Dat kan ik ook, dacht CU kamerlid Slob. Het moet maar afgelopen zijn met die seks dating 06 belprogramma’s in de nacht. In het Parool las ik dat het volgens de CU toch niet zo kan zijn dat er s;nachts niets anders aan de man is te brengen dan seks. Bovendien paste het niet in het streven van deze regering om de seksualisering van deze maatschappij tegen te gaan.
Hoon en erger waren Slob’s deel. Hoewel ik van mening ben dat dit soort TV-zendtijd in het genre ‘Gouden Kooi’ kan worden ingedeeld, ben ik blij dat zijn motie kansloos bleek.
Slob had beter moeten opletten. Lenen bij de Wit. Immers, ook hier is sprake van BELazeren. De bellende sufferd krijgt zijn trekken thuis in de vorm van een gepeperde telefoon rekening. En ook hier zal gelden: hele volksstammen. Om het heet van te krijgen.

Benieuwd of McLuhan TV in deze context nog altijd als ‘cool’ zou betitelen. Volgens die participatie definitie natuurlijk wel. Of niet?
Vooruit, hij legt het zelf nog een keer uit:



vrijdag, oktober 26, 2007

Over 'missers' gesproken

Adformatie #43 jaargang 35 bevat een prachtige advertentie reeks, die op een rechter pagina (39) aftrapt met een als opinie geafficheerde platinum misser:

“We vinden hun sound niks en gitaarmuziek is op z’n retour.”

Of wel de manier waarop Decca’s A&R manager de Beatles in 1962 afserveerde. Prachtige tekst in een blauw-zeegroen vlak.

1 rechter pagina verder (41), een vervolg:

“Er is geen enkele reden voor wie dan ook om thuis een computer te hebben.”

Ook zo’n uitspraak die vandaag de dag onbegrijpelijk voorkomt uit de mond van de CEO van Digital Equipment Corporation in het zo nabij ogende 1977.

Weer een rechter pagina verder belanden we met beide benen in het heden. Zelfde simpele pagina nog steeds. Dat blauw-zeegroene vlak in een wit kader met de zin:

‘De Pers wordt nauwelijks gelezen.” Opgetekend uit de mond van John Faase, 'onderzoeker' bij Kobalt.

BENG! Meer “in your face” is niet denkbaar. Boodschap: “LOUD and clear”.


Wat enorm jammer dat de betaler van deze pagina’s heeft gemeend er nog een pagina met 'feiten' op te moeten laten volgen. Allemaal saaie feiten, die niets toevoegen aan de impact van die eerste drie pagina’s. Sterker, die 4e pagina doet regelrecht afbreuk aan de eerste 3.

Was het een 4=3 deal? Had die 4e dan in #44 jaargang 35 geplaatst!
Jammer, jammer, wat een gemiste kans, Cornelis.

Enne, ‘by the way’ over feiten:
Decca’s Rowe valt weinig kwalijk te nemen als je de demo’s beluistert die hij in 1962 kreeg aangeboden. Dankzij internet kan iedere geïnteresseerde tegenwoordig kennisnemen van dat stukje huisvlijt van John en Paul. Typisch geval van ‘je zou willen dat je het nooit gehoord had’.

Aan Ken Olsen van DEC hoef ik toch zeker geen woorden meer te besteden?
Dus ook niet aan de conclusie van John.


Op naar de volgende ‘briljante’ quote

maandag, september 17, 2007

Bloot verkoopt?

Bloot verkoopt kennelijk. Zo opent de Reclameweek nr 37. Bloot verkoopt kennelijk? Vast geschreven door een vrouw, denk ik dan.
Wat blijkt, het gerucht makende spotje van Batavia Stad, waarin ranke, ontklede modellen zich naar de outlet concentratie ploegen om zich in het nieuw te steken blijkt de commercial review van augustus te hebben ‘gewonnen’.
Vast allemaal stemmen van mannen, denk ik dan. Ik kan mij vergissen, maar met verkopen heeft dat niet veel te maken.
Bloot verkoopt?