Posts tonen met het label media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label media. Alle posts tonen

dinsdag, april 23, 2013

Outdooronderzoek in de schijnwerper

Het buitenreclameonderzoek ligt onder vuur. JCDecaux laat het er bij monde van Bart de Vries niet bij zitten. Als fan van het onderzoek, kan ik zijn betoog alleen maar onderschrijven.


1 dingetje. Begrijpelijk dat je zo'n verhaal niet op een Abri of Billlboard kalkt, zelfs niet digitaal. Je gebruikt de vorm die het sterkst communiceert, namelijk de audio-visuele vorm. Dan is het beter om niet te gaan afgeven op het medium dat gebaseerd is op AV: TV. En als PS, Bart de volgende keer alsjeblieft 'real life' in beeld, want jouw comic alter ego leidt misschien te veel van de boodschap af.

woensdag, november 28, 2012

The (electrical) Power of Twizy

Twizy is een speelse vorm van electrische mobiliteit door automerk Renault. Als mediabureau van Renault hebben wij het model in maart-april op de Nederlandse markt geintroduceerd.

Samen met Reclamebureau Publicis en Social Mediabureau Dorst & Lesser en Radio 538  ontwikkelde OMD een media introductie die door bouwde op de internationale verbintenis tussen Renault Twizy en David Guetta. Een aanpak die zijn climax vond op het Amsterdam Pasha Festival.


Recent stelde Renault haar 'team en medewerkers' van OMD in de gelegenheid om de Twizy uitgebreid te beleven.

Als tegenprestatie heeft OMD het Twizy gevoel omgezet in beeld en geluid. En dat ziet er ZO uit!



dinsdag, november 20, 2012

The Tubes Forever


Wat een dag voor TV! Ten eerste werd ik door verschillende nieuwsbrieven attent gemaakt op een gloed nieuw rapport door Deloitte in samenwerking met SPOT en GFK: "a new breed of media?" met als pakkende ondertitel "Report on TV myths & truth". Of, zoals Marketingfacts het verwoordde "TV passé? ... Ik dacht het niet".

Het is niet in de stijl van "De wereld" om teksten van anderen te herhalen. Wat ik wel aan iedere geinteresseerde zou willen aanraden is de links te volgen en kennis te nemen van het onderzoek (in Engels) en de bespreking daarvan. The Tube is not dead yet. Jammer dat er meteen wordt geroepen dat de samenwerking met SPOT verdacht is. Dat zou echter betekenen dat als Deloitte maar genoeg betaald krijgt zij alles aan de wereld presenteren. Dat lijkt wel heel kort door de bocht en zou Deloitte een korte levenslijn bezorgen.

Goed, of dat nog niet genoeg is heeft SPOT er ook voor gezorgd dat 21 november, World Wide (ww) de Dag van de Tube wordt. Wat dat SPOT toch niet vermag! Het is tergend?

Jaap Bloem liet op Marketingfacts blijken er kijk op te hebben: The Tubes gaan nooit verloren. Zo is het maar net. Luisteren er naar is een groot plezier, er naar kijken enorm veel groter.

Doen!

zondag, oktober 23, 2011

Niwuwe media? Oude media?

Het is vermoedelijk al weer een jaar geleden. De discussie over dode bomen media. Gedane zaken? Of nemen zij een keer? Letterlijk is dat de invalshoek van dit filmpje (dat indertijd ook bij de MWG is vertoond). Aanbevolen voor iedereen die een tijdspanningsboog van 2.26 minuut nog aankan. Als je niet wil lezen kan je ook alleen luisteren, als het licht maar gaat branden!

zaterdag, januari 22, 2011

Koffiedik uitgekeken?

Een nieuw jaar! Nieuwe inzichten! ?
De kenners, trendwatchers en andere goeroes hebben hun licht weer laten schijnen over het jaar 2011.
En? Heeft het u nog nieuwe inzichten opgeleverd?

Hieronder twee handen vol headlines van Adformatie.

Reclamecode schiet online tekort


Populaire banners niet het meest effectief

Nederlanders raken folder moe

Tijdschriften bestedingen onder druk


Nederlanders ‘in’ voor online folders


Mobile advertising geen groei platform


Digitale televisie: meer reclame skippen


Rol mediabureau wordt straks kleiner


Marketeers leren niet van reclame effect


Adverteerders negeren mobiele reclame


Nederlandse consument wil niet zonder Blokker, Hema en Kruidvat


VEA moet reclamevak meer verkopen

Van gisteren, eergisteren of nog eerder? Of misschien toch van volgende week?
"A change is gonna come" zong Sam Cooke. Zeker, maar o zo langzaam.
Bent u ook zo benieuwd in welke vorm u bovenstaande vaststellingen in 2011 opnieuw tegenkomt?

Een heel plezierig en leerzaam 2011 toegewenst.

dinsdag, juli 13, 2010

Nutty reclame professor?

Aanleiding voor deze ‘post’ is een vraaggesprekje (interview?) dat Paul Onkenhout maandag 5 juli 2010 publiceerde in de Volkskrant op de paginas “Media en Mensen”: “In reclamemakers heb ik totaal geen vertrouwen”.
Aan het woord is hoogleraar Consumer Behaviour, Bob Fennis. Mede auteur van een boek. De Adformatie van 1 juli met op pagina 6 het artikel “Creatieven op niveau AIDA” was mij ontgaan, en daarom reageerde ik negatiever op het Volkskrant artikel. Even enkele citaten:

De consument is onbeschermd wild, “onderzoek…laat een overweldigende rol zien van .. onbewuste beïnvloeding door reclame beïnvloeding die onder de radar duikt”.
“Reclame heeft een grotere invloed dan we altijd dachten…en dat is de griezelige boodschap van ons boek. Effecten zijn niet altijd dramatis..groot..maar ze zijn er wel …structureel en subtiel. Heel lang werd dat ontkend.”

Door wie, vraag ik dan? Door wie wordt dat ontkend? Vooral door mensen die graag wilden dat het niet waar is, zo vermoed ik. Tegen beter weten in.
Want als al die kostbare commerciële communicatie geen structureel effect zou hebben, waarom dan nog adverteren?

Wat hier natuurlijk nog veel sterker de aandacht trekt zijn de zinsneden “onder de radar duikt” en “subtiel”. Personen die reclame per definitie in een kwaad daglicht zien richten daarop direct de focus (zoals ook te radiomakers van ‘de Praktijk’ en ‘Radio Kassa’ en een site zoals Leefbewust). In deze hoeken  duiken dan direct ook weer de verwijzingen op naar ‘subliminal advertising’, waar Fennis vervolgens gretig op inhaakt.
Ook al zou het beter zijn om zijn eigen woorden van de goede context te voorzien.
Een mooi voorbeeld van subtiel onder de radar duiken, meneer Fennis?

En zo gat het vervolgens maar door in het Onkenhout-interview. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat de manier waarop Onkenhout het allemaal heeft opgeschreven verantwoordelijk is voor mijn ‘nare smaak in de mond’ bij het lezen van de tekst, want iedere paar zinnen is er wel iets te vinden waarvan het bloed kan gaan borrelen. Maar oordeel vooral zelf.

Kennelijk hebben nog weinigen uit het vak echt kennis genomen van de interviews met Fennis, want op het net tref ik bijzonder weinig reactie. Wel, beste reclamemakers en aanverwanten, de boodschap van Bob Fennis is dat u er niets van bakt, en als uw baksel een keer slaagt dan is dat: toeval!

Voor mijzelf telt de tekst waarmee het artikel opent zwaar. In de uitzending van ‘de Praktijk’ (23 juni) zegt Fennis dat consumenten elke dag wel duizend reclame impulsen te verwerken krijgt. Dan komt het; “ik verwees naar dat getal omdat het in studies wordt genoemd. Op de weg naar huis twijfelde ik aan dat aantal … na een half uur tellen had ik er tweehonderdzoveel gezien, dus waarschijnlijk is de schatting nog aan de lage kant.”

Juist. Halverwege de 80-er jaren van de vorige eeuw stelden professor van Cuilenburg en Giep Franzen dat het aantal reclame impulsen waarmee consumenten per dag worden geconfronteerd ergens lag tussen de 1000 en 1500. De letterlijke tekst die van Cuilenburg op die vaststelling liet volgen luidde: “het informatie aanbod is over 15-20 jaar 4,2x zo groot als thans het geval is”. En Franzen (Intermagazine 1988) “per generatie (30 jaar) verviervoudigt de marketingcommunicatie”.

Kortom, een schatting dat wij vandaag de dag bestookt worden met 3000+ commerciële impulsen is helemaal niet raar. Mooi dat het wetenschappelijke telwerk (een half uur) van Fennis de voorspellende woorden van Van Cuilenburg nu dus ondersteunen.

Jammer dat Fennis beide voorgenoemde mannen kennelijk heeft gemist in zijn poging om 50 jaar wetenschappelijk psychologisch onderzoek samen te vatten. Fennis claimt nu dat hij nu weet hoe reclame werk, maar hij vertelt het ons niet, ook al weet hij dat wij nog niet half weten hoe reclame werkt. Dat is maar goed ook stelt hij, voor die kansloze consumenten. Als we mogen geloven wat wij lezen sluit hij af met; “Ze (reclamemakers) zijn vaak innemend, maar om hel eerlijk te zijn er zit altijd bellenblazerij omheen, een verhaal dat nergens op gebaseerd is.”

Wij zullen zijn boek ‘The psychology of Advertising' moeten kopen om vast te kunnen stellen welke ‘Hocuspocus’ Fennis zelf heeft gevonden en toegepast. Hoewel ik het gevaar loop dezelfde fout te maken die Fenis maakt, houd ik voorlopig meer vertrouwen in reclameman Franzen’s ‘Hoe reclame echt werkt’ uit 1992.

En dat ondanks de inleiding van dit boek, waarin Franzen aangeeft dat er geen toverformules en/of gouden regels in te vinden zijn.

zondag, juli 04, 2010

Volkskrant Advertentie Promotie?

Half juni zorgde de hoofdredacteur van de Volkskrant voor enige ophef in mediakringen. Tijdens een bijeenkomst in Brussel riep hij adverteerders op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarmee bedoelde Pieter Broertjes dat adverteerders veel meer advertenties in zijn mooie krant moeten plaatsen, om deze zo te helpen overleven.

Ik moest er direct aan terugdenken toen ik de Volkskrant van zaterdag 3 juli doorlas. Aangekomen op pagina 29 (maar eigenlijk 61, waarover later meer) zie ik een prachtige full colour advertentie van Pearle (goeie actie!) die inhaakt op de uitslag van de wedstrijd Nederland - Brazilië een dag eerder. “Over verantwoordelijkheid nemen gesproken”, zo schoot het door mijn hoofd.


Even uitweiden.

Sinds VK als tabloid verschijnt, worden de katernen van de krant ineen geschoven. Dat betekent dat op zaterdag in het hart van het, ‘Actuele-nieuwskatern’ eerst een 12-pagina’s tellend Economie-katern wordt geschoven, en in het hart daarvan een 20 pagina’s groot Sportkatern. Samen dit keer dus 64 pagina's.

Hoeveel lezers zullen de moeite nemen om de krant uiteen te rafelen in de drie genoemde katernen om deze vervolgens eenduidig te kunnen lezen? Ik schat dat het er niet veel zijn.

De lezer, ik in ieder geval, bladert gemakzuchtig door van voor naar achteren. Het tabloid wordt daardoor een beetje als magazine benaderd. Zo stel ik vast dat de advertentie op pagina 29 van het ‘actuele-nieuwskatern’ feitelijk de 61e pagina van het eerste deel van de zaterdag VK is.


Waarom val ik hier over?

Als personeelsadvertenties, Mini-advertenties, eigen VK publiciteit en enkele kleien IM’s buiten beschouwing worden gelaten, dat tellen de totaal 64 pagina’s van de drie genoemde katernen samen in totaal 4 commerciële advertentie pagina’s. Twee halve pagina’s, van Vodafone en Marco Polo Reizen,. Drie 1/1 pagina’s; een informatieve “van A naar Beter” aankondiging (p14), een opruimingsadvertentie van Van Til op de achterpagina, en die sympathieke Pearle advertentie dus.

Er is – zegge – één (1) adverteerder die de moeite neemt en lef toont om een (heel leuke) inhaakadvertentie te maken en deze bij de VK aan te bieden. Waar zet de dankbare VK (voor genomen verantwoordelijkheid) deze pagina weg? Op PAGINA één-en-zestig, tegenover een saai grijze personeelswerving pagina, gevolgd door nog twee pagina’s familieberichten en een achterpagina, kortom de krant was na pagina 59 (27 zo u wilt) uit.


Wat zeurt die Wijmenga toch, denkt u misschien?

Nou inderdaad, want deze Pearle advertentie had dus een veel mooiere positie kunnen krijgen en moeten hebben. Deze zaterdag-editie schenkt haar voorpagina aan de overwinning van Oranje. Een overheersende kleurenfoto van de onverzettelijke Kuyt, Van Bommel en Ooijer, met als heading “op karakter langs Brazilië”.
Naast alle aandacht voor de wedstrijd in het sportkatern, kent de redactie zoveel waarde aan dit nieuws toe, dat heel pagina 5 van het actuele nieuwskatern eveneens aan de Oranje voetbalploeg wordt gewijd.

Ja, waarom zou je dan als commerciële krant je verantwoordelijkheid nemen om die ene actuele adverteerder te belonen met een plek die recht zou hebben gedaan aan de moeite en de (plaatsing) kosten daarvan?
Zo bijvoorbeeld:

Ik kan alle tegenwerpingen van VK-zijde zelf ook bedenken, maar gezien de door mij waargenomen en hiervoor beschreven omstandigheden vind ik er ECHT geen één valide.


Tragisch!

dinsdag, februari 16, 2010

‘Schrikbeeld’: Huis aan Huis Televisie

Het stond er echt. Afgelopen week in Adformatie. De TV jaarcijfers over 2009 gepubliceerd door SPOT leidden tot de kwalificatie “een moeizaam jaar”. Met andere woorden; de netto bestedingen aan TV-spots daalden met bijna 9 procent, en die aan non-spot zelfs bijna 13%!

Ik weet niet hoe het u als TV-kijker het afgelopen jaar is vergaan en ook nu vergaat, maar die indruk had ik dus h-e-l-e-m-a-a-l niet.
Integendeel, overeenkomstige groeicijfers hadden mij niet verbaasd. Wat een verwarrende tegenspraak tussen perceptie en realiteit.

Gelukkig opende diezelfde Adformatie met; “TV clutter boven het Europese gemiddelde”. Uit een rapport van Initiative blijkt dat het aantal TV spots dat een gemiddelde Nederlandse TV-kijker per week ziet in 2009 “380” bedraagt. Gemiddeld zelfs één spot meer dan in 2008.
Vergelen met het bericht over de bestedingen is dat enigszins geruststellend, maar niet helemaal. Dan blijkt er ook uit het rapport dat het aantal commercials in 2009 met 15% is gegroeid, in ‘prime-time’ zelfs met 26!! procent. Kijk, nu komen we ergens.

Samengevoegd, is de conclusie uit beide rapporten dus dat de kosten van TV-spots in Nederland bizar laag zijn geworden.

(Ik wil ‘GRP-praat’ voorkomen, maar als het om vergelijken gaat is dat helaas onontkoombaar. Ongeveer 5 jaar geleden kon een mediaplanner voor de kosten van 1 TV-GRP wel 5 hoogwaardige radio-GRP’s kopen. Die ratio ligt nu in de buurt van 1:2. Zo aantrekkelijk goedkoop is TV reclame dus voor adverteerders geworden. Oh ja, 1 GRP = 1% bereikte doelgroeppersonen. Verder ga ik hier niet.)

De consequenties?

Reclameblokken worden tegenwoordig gedomineerd door commercials van retailers en dan vooral Prijsvechters (tot 40% korting alleen deze zaterdag!!). Nickelodeon’s Kaja Wolfers zegt – ook al in deze Adformatie – “TV beste middel om mensen te raken”. Ik ben dat in de grond helemaal met hem eens, maar die prijs ‘crashers’ – helaas – dus ook (“Ik ben toch niet GEK!”).
Verder lees ik uit de samenvatting van het Initiative rapport dat de Nederlandse TV-kijker steeds behendiger wordt in ‘het zappen’. Dat mag niet baten. De prijs-beukers draaien hun budget portemonnee niet eens meer helemaal om voor een paar ‘onsjes’ extra GRP’s.
Kijk naar Adformatie’s Reclame TV Top-10 van week 4. Vier retailers (echte) zijn daarin verantwoordelijk voor 52% van het door deze 10 adverteerders bestede TV-budget. Van de overige zes adverteerders in deze Top-10 kunnen er op basis van de boodschap overigens nog wel 4 als retailers worden aangemerkt. Dat terzijde.

Televisie was(!) ooit het domein van de merkenbouwers. Commercials werden gebaseerd op concepten waarover lang was nagedacht en die met zorg en liefde waren vormgegeven en uitgevoerd. Zozeer dat de productiekosten in het eerste jaar van uitzenden hoger waren dan de uitzendkosten. Dat was niet erg, want toen gingen die films ook een jaar of drie (of nog) langer mee dan nu. Dat was in de, heus niet zo heel goede, tijd voordat commerciële TV de Nederlandse huiskamer veroverde.
Een tijd waarin Print het medialandschap domineerde. Print kende ook toen hoogwaardige- en lager aangeslagen ‘kanalen’. Zo zou er in die tijd geen A-merk adverteerder, die een vermogen had besteed aan een (TV) commercial met speelfilmbudget proporties, er over peinzen om te adverteren in Huis-aan-Huis kranten. “Ik ga toch zeker niet met mijn advertentie naast een 1/1 pagina zwart/wit ‘Henk zal je nooit belazeren’-pagina staan. Ben je belazerd?!”

Heftige onderlinge concurrentie tussen de aanbieders van TV-zendtijd en een sterk doorgevoerde focus op inkoopvoordeel door adverteerders – ook A-merk adverteerders – hebben de TV-zendtijd gruwelijk goedkoop gemaakt. Met alle gevolgen van dien.
Het zorgt er voor dat “het beste mediakanaal om mensen te raken” steeds minder goed is te verteren door TV-kijkers. Het lijkt nu nog steeds goed te gaan omdat TV-kijkers zo ontstellend lui zijn, en hun goede tijd nu nog verliezen aan nutteloos zappen. Dat kan echter niet heel lang meer gaan duren. Toch?

Met de huidige stand van de techniek is voor adverteerders die zich niet meer in de huidige TV-scene herkennen, natuurlijk gemakkelijk om te bezwijken voor de lokkende zang van de ‘nieuwe media sirenes’. Ik doe een andere suggestie.
Gebaseerd op de door kenners en zieners gepropageerde hang van de consument naar het authentieke, en haar focus voor de directe omgeving; denk weer eens serieus na over adverteren in Huis-aan-Huis kranten! Die worden immers gelezen.





Zie ook!

woensdag, januari 06, 2010

Waarzeggen?

Voorspellingen zijn van alle tijden. Sommigen zijn gebaseerd op overlevering (2012). Anderen blijven dichter op de huid en beperken zich tot het jaar dat gaat komen.


In die laatste categorie heb ik zojuist kennisgenomen van de 10 megatrends in Media - 2010, waarvan Bas Vlugt ons al op 31 december van het vorig jaar deelgenoot maakte. Aan wie ze nog niet heeft gelezen, hierbij de aanbeveling om dat alsnog te doen. Vooral de begeleidende teksten van de trends zijn de moeite waard.
Daarna op naar december 2010 om met elkaar vast te stellen welke trends het hebben gemaakt of toekomst hebben. Sommige trends vinden hun oorsprong in de afgelopen jaren. Nieuw zijn zij dus niet. Laat 2010 voor die trends dan het jaar van de waarheid zijn.


dinsdag, december 29, 2009

Komt een reclameman bij de dokter…..

(eerder te lezen hier en vervolg op)

Dokter! De mensen hebben genoeg van mijn reclame. Help!
Kom, kom reclamemens, niets nieuws onder de zon, toch? Een recept heb ik niet, een advies wel. Doe het allemaal een tikje minder en besteed wat meer aandacht aan de kwaliteit. Je zult het zien, daar leef je van op.

Flauw? Zeker!

Maar niet meer of minder flauw dan mijn inspiratiebron. Laten we beginnen met die kwaliteit van reclame. Daar zijn wij snel mee klaar.
Als de politiek al geen definitie kan verzinnen van zwaar werk, hoe moet een (reclame)mens dan in hemelsnaam een norm kunnen vaststellen voor kwalitatieve reclame? Leuk, informatief, beide? Ja, maar hoe? Onbegonnen werk.
Overigens ook reclamekwaliteitsleverancier Bart Kuiper vond al eens dat slechte reclame van het TV-scherm geweerd moest worden. Ja! Zeker! Het is er niet beter op geworden. ‘To put it
mildly’.

Tenminste, dat gevoel heb ik er ook wel bij als ik de reclame die ik zie algemeen beschouw. Maar dat geldt vast en zeker niet voor de adverteerders die deze reclame op ons af vuren. Als zij al een moment getwijfeld zouden hebben, dan hebben de makers van die reclame de twijfel geheel weg kunnen praten. Niemand stopt geld in iets waar hij niet in gelooft? Maar toch. Uit ongeveer het zelfde verleden waaruit ‘ik koop alleen bekende merken’ stamt, kan ik mij ook herinneren: “dat irritatie een negatieve invloed heeft op merkbekendheid blijkt niet uit onderzoek”. Dus.

En dan de queeste ‘minder reclame’. TV reclame, daar wordt zo vermoed ik op geduid. Het gaat hier immers om reclamebureaus. Hoewel dat in het Volkskrant interview niet helemaal tot uitdrukking komt, want daar lazen wij het volgende: ‘Bij kranten was vroeger de reclamepagina heilig(sic), tegenwoordig zien we er afgeprijsde bankstellen”. Omdat iedereen het in de basis wel met het praatje van Ralph Wisbrun eens is, komt hij er nog mee weg ook.
Maar naast de adverteerder, die al dat reclamegeld uitgeeft, zijn wij nu aangeland bij de andere partij met een enorm belang; de media-exploitanten.

Dat de hoeveelheid reclame in de afgelopen decennia zo is toegenomen heeft ook ‘iets’ te maken met het explosief toegenomen media aanbod. Heel veel van die productie vindt haar fundament in reclameopbrengsten. Kortom het ligt niet voor de hand dat deze partij het idee van minder reclame een warm hart toedraagt. Och ja, misschien onder een bepaalde voorwaarde: een hoger advertentietarief.
Ook daar is de afgelopen twee decennia eerder in de vakpers over van gedachten gewisseld. Of nee, toch niet echt. Voor de mensen die het mediabudget beheren is dat natuurlijk onaanvaardbaar.

Is het ‘onsje minder’-initiatief van de VEA dus een proefballon, een lege huls, een natte krant? Schrijvend vanuit zowel mijn consumentenhart als mijn liefde voor ‘het vak’: “ik hoop het niet, maar ik vrees het ergste”.

Wordt de schrijver gebeld door een onderzoekbureau….’Mevrouw, ik houd niet van reclame, ik ben er gek van’.

maandag, oktober 12, 2009

BUMA/STEMRA et al: "ONS GEVECHT"

Heel soms kom ik iets tegen waarvan ik denk; "delen op de blog"!

Hier kreeg ik tranen van in mijn ogen. BUMA/STEMRA, Stichting Brein, NORMA, CLIP, SENA, STAP, Videma en aanverwanten worden in deze 'clip' op een bijzondere manier 'weggezet'. Althans, waar het hun methoden om greep te krijgen op een losgeslagen wereld betreft.
Met embedden moet je oppassen, daarom:

http://www.youtube.com/watch?v=zXgOJ4wIW6U

Dit is werkelijk brrriljant! 4 minuten die je makkelijk uitzit

vrijdag, mei 08, 2009

Kranten hebben geen idee! Nieuwtjes zijn gratis. Nieuws niet!

Het komt er al een flinke tijd niet van om zelf nieuwe posts toe te voegen. Tijdens al het lezen in nieuwsbrieven, blogs en anderszins kom ik echter heel lezenswaardige teksten tegen. Ondanks het feit dat het mijn intentie is om hier niet een prikbord voor anderen op te hangen, mag ik van mijzelf wel uitzonderingen maken.



Het artikel - een column - is van Luuk Koeman en ik vond het op Webwereld.nl. Veel goede links en ideeën. Behalve dan die vergelijking tussen een BigMac en biefstuk aan het eind, die klopt gewoon niet. Maar verder, voor iedereen met een kranten en/of online hart; van harte aanbevolen.





Iedereen is zoekende. Waarnaar? Niemand die het weet. Het probleem is bekend. De oplage van betaalde kranten krimpt jaarlijks met drie tot vijf procent. Er lijkt geen houden aan.
De adverteerders zijn al vertrokken. Nog even en het is gedaan met de krant als massamedium. Allemaal de schuld van internet, wordt geroepen. Onzin. Kranten helpen zichzelf om zeep.
Ja maar, ......



En, vond je het wat?

maandag, december 15, 2008

Non Discussie? Over fragmentatie van TV kijken!

Non discussie? Door wie dan?
(voor begrip van onderstaande tekst verdient het aanbeveling om de aanleiding via bovenstaande link tot je te nemen)
Vanaf het moment dat commerciële televisie zijn intrede in de Nederlandse markt heeft gedaan, wordt er gesuggereerd dat het TV-bereik fragmenteert. En dat is zo. Er kan gekozen worden uit meer zenders. Daar bekijken consumenten programma’s. Hierin zit meteen de crux van de fragmentatie discussie. Mensen die TV kijken, kijken naar programma’s. Voor het overgrote deel van de kijkers is het niet of nauwelijks van belang waar dat programma wordt uitgezonden. Wat je dan ook ziet is dat exploitanten van de brede publiekszenders (PO, RTL en SBS) allen in staat blijken om 80-90% van dekijkers te bereiken. Dat is in de afgelopen jaren de basis geweest voor de zogenoemde ‘2 exploitanten deals’ die populair waren (zijn) in een poging om de kosten per GRP zo laag mogelijk te houden (maar dat is een andere discussie).
Feit blijft dat televisie door de verbreding van het aanbod aan zenders, en daarmee programma’s, veel meer mogelijkheden tot segmenteren heeft gekregen. Adverteerders betalen voor bereik in de doelgroep 20-34 – die kijkt ‘zo’ slecht TV (?) – al meer dan 10 jaar veel minder dan in de tijd dat Nederland nog gezegend was met 3(!) publieke zenders, waar slechts mondjesmaat geadverteerd kon worden.

Het hele fragmentatie verhaal is momenteel dus inderdaad vrij onzinnig, en wordt vooral in stand gehouden door partijen die er baat bij hebben dat adverteerders twijfelen aan de mogelijkheid van het medium om binnen doelgroepen een (effectief) bereik en effectieve contactfrequentie te realiseren binnen een relatief korte tijd tegen zeer acceptabele kosten.
Dat het Spot 2008 rapport het fragmentatie verhaal opeens doet oplaaien, zal dan ook een onbedoeld effect zijn. Paul van Niekerk mag dat best eens fermer pareren. Hij zit immers boven op de cijfers die mijn betoog staven.

“Ja maar” hoor ik alle mensen roepen die iets meer kennis van zaken hebben; “wat dan over ‘overload/clutter’, reclame vermoeidheid, -weerzien, -vermijding?”. Dat komt toch door die fragmentatie?
Ik vind van niet. Dat de markt met 10 zenders heel goed te bereiken is, en met 20 nagenoeg helemaal, biedt in potentie de mogelijkheid om die fenomenen veel beter te beheersen dan nu gebeurt (want daar kan ook ik mijn ogen niet voor sluiten). Maar dat is dus die andere discussie. Een discussie die te maken heeft met concurrentie om de advertentie Euro door de zenders en het onder andere daardoor stevig gevoede gevoel aan adverteerderzijde dat bereik en contacten op televisie niets mogen kosten. De planning er van trouwens ook niet. Het heeft TV-planning 20 jaar terug in de tijd geworpen en zorgt op allerlei fronten, niet in de laatste plaats bij de TV-kijker voor onvrede.


Dat gezeur over fragmentatie van televisie kijken sec, is dus vooral een non discussie, ja..

woensdag, november 26, 2008

Hoedje van papier


Het is al weer een week geleden. De eerste bijeenkomst van/voor de leden van het LinkedIn Group initiatief Dutch Media Professsionals / Rethinking Media. Gerekend naar de bestaansduur van de groep is veel bereikt. Althans, ondertussen zijn ruim 4000 mensen die ‘iets’ met media hebben lid. Nu is dat vrij gemakkelijk, en je ziet mensen dagelijk achteloos lid worden van 4,5 groepen tegelijkertijd. Dus je vraagt je af; “betekent zo’n groep ook werkelijk iets. Met betrekking tot Dutch Media Porfessionals (DMP) kan ik uit de eerste hand vaststellen dat het antwoord bevestigend luidt. Aan het eind van de zomer woonde ik een bijeenkomst van beperkte omvang bij in restaurant Dauphine. Doel was om leden van het eerste uur die hadden aangegeven actief te willen bijdragen aan “Rethinking Media” met elkaar in contact te brengen. Daar werd toen de bijeenkomst van 19 november reeds aangekondigd, zonder dat er al een duidelijk beeld was van het programma.

Het mag gezegd, de bijeenkomst in de Rode Hoed was in meerdere opzichten een groot succes. Qua opkomst misschien op het eerste gezicht niet verwonderlijk. De roegang was gratis voor de leden. De 450 plaatsen waren in ‘no-time’ vergeven, waarna er zelfs een wachtlijst ontstond. Belangrijker en roemenswaardig was de organisatie, die een uiterst professionele indruk maakte. In een media waardige setting met flitsende beeldschermen en zoemende camera’s (virtueel dan, want digitaal zoemt niet). Last, maar niet in de laatste plaats was daar het programma. Dat had in Rick Nieman een aimabele, vaardige gastheer die een flink aantal media BN-ers ontving en aan de tand voelde. Op verschillende plaatsen (hier, hier en hier) kan je kennisnemen van verslagen.
Wat uiteindelijk de meeste ophef veroorzaakte was niet de scoop van ‘PR’ de Vries dat hij over 5 jaar misschien wel geen tv-programma’s meer maakt (zo kan ik het ook), maar wel de ontboezemingen van Sp!ts-hoofdredacteur Bart Brouwers. Aan tafel, samen met Parool’s hoofdredacteur Barbara van Beukering werd gesproken over het bepalen en betalen van het nieuws. Brouwers gaf zonder omwegen toe dat hij in Sp!ts vergaande handreikingen doet aan adverteerders. In de redactionele kolommen, wel te verstaan. Ingehouden adem, gesis. Ik keek even verbaasd om mij heen. Was dat een verrassing in deze zaal? Gespeeld of niet de verontwaardiging was weer eens niet van de lucht. Op deze wijze werd het journalistieke gebod “Gij zult u in uw schrijven niet met commercie inlaten” met beide voeten tegelijkertijd bruut getreden. Brouwers erkende het deemoedig, gaf aan het inderdaad anders geleerd te hebben – volgens het klassiek journalistiek evangelie – en volharde in zijn gekozen richting.
Waar moet dat naar toe foeterde Boertjes van de Volkskrant, die terloops ook toegaf wel eens een ‘ongelukje’ in zijn krant tegen te komen, en van Beukering viel bijna van haar stoel.

Ik heb het er al eens eerder over gehad hier, journalisten moeten niet zo krampachtig doen. In de eerste plaats zijn hun lezers – jawel, ‘hun lezers!’ – lang niet zo dom, of goedgelovig als zij kennelijk veronderstellen. En het betekent niet dat zij (journalisten) braaf moeten opschrijven wat adverteerders hen voorkauwen. Dat gebeurt meestal niet. Ook niet bij Sp!ts. Ongelukjes, 'die' gebeuren overal. Waar het aan het eind van de dag om gaat is of die lezer van plan is om de volgende keer opnieuw de betreffende titel ter hand te nemen om zich te – laten – 'informeren'.

Misschien kunnen we deze voortdurende stammenstrijd afbreken door de gratis kranten een andere naam te geven. Anders dan kranten. Maar pas op (echte) kranten. Weet waar je afscheid van neemt. Want dankzij Sp!ts en aanverwanten kunnen kranten sinds een paar jaar wel weer ‘claimen’ ook jongere lezers te bereiken. Ruim 10 jaar geleden wezen de media onderzoeken (Summo) uit dat het dagelijks informatief papier op uitsterven aanstuurde. Daar is nu geen sprake meer van (media imperatives).

De foto’s werden gemaakt door Steven Snoep en Ferdinand Sennema




woensdag, oktober 29, 2008

Spookverhaal

De recessie houdt de gemoederen niet zo een beetje bezig. We worden door een ware tsunami van media aandacht murw gebeukt en voelen ons ‘met z’n allen’ steeds ongemakkelijker. Onwillekeurig laten wij ons meesleuren met de trekstroom die ons verleidt het even kalmer aan te doen, en… een extra spaarrekening te openen. Veilig idee!

Communicatienieuws hoofdredacteur Bas Vlugt klopte afgelopen maandag op mijn virtuele mail deur met het verzoek om een reactie op de onderstaande vraag. Eerlijk is eerlijk, ik kon de verleiding niet weerstaan. De bijdrage is ondertussen al hier te lezen. Maar als je moe bent van het surfen, dan kan je het ook hieronder lezen. In de niet geredigeerde vorm.

De vraag
Dat de advertentiebestedingen op dit moment teruglopen, is duidelijk. Maar hoe zit het precies? Hoe hard gaat het naar beneden? Welke soort adverteerders trekken zich het eerst terug en welke adverteerders hebben het lef om anticyclisch te gaan? Welke mediatypen worden het hardst getroffen? En tot welke mediatypen neemt de adverteerder in barre tijden de toevlucht? Wat zijn de kansen voor de mediatypen en hoe kunnen media hun kansen vergroten?

Het antwoord
Dit is ‘een’ vraag uit de categorie “heeft u een dagje”. Daarom maar enige ‘capita selecta’.
Wat teruglopende advertentie bestedingen betreft, staat buiten kijf dat de financiële sector en vooral diensten en producten op het gebied van belegging en vermogensbeheer uiterst behoudend opereren. Nu de berichten over een gearriveerde recessie steeds sterker worden, zullen consumenten op korte termijn nadrukkelijker afwegen welke aanschaf voor korte en/of langere termijn uitgesteld kan worden. Dat zullen in eerste instantie vooral zeer grote investeringen zijn. Zo kan de nieuwe keuken nog wel een jaar wachten. Als de auto echt vervangen moet worden wordt er een goedkoper substituut gekozen, of een kleinere auto. Dat laatste fenomeen doet zich al wat langer voor en biedt bijkomend het milieu excuus. Maar, ook dat dure horloge kan wel even wachten. Afhankelijk van de persoonlijke situatie van mensen zal zich dat op alle niveaus doen gelden, maar tegelijkertijd zijn wij met zijn allen tegenwoordig zo individueel, dat een eenduidig recept niet bestaat.
Van alle voorgaande recessies is de les geweest dat marktleiders het relatief gemakkelijk hebben om de positie te behouden en zelfs te versterken als zij de reclame- en marketing inspanningen op peil houden. Wie het zich kan veroorloven ‘pakt’ nu en straks een extra stuk van de markt en verhoogt de inspanningen. Of dat realistisch is? De markt bestormers zonder een flink ‘bruggenhoofd’ krijgen het moeilijk. Of juist ‘de’ kans in het segment waar de marktleider(s) zich veilig wanen en menen rustig aan te kunnen doen. Vooral de mobiele telefoniemarkt wordt een interessante om te volgen.

De recessie is slecht nieuws voor alle betaal initiatieven in nieuwe media. Consumenten vielen ook in het verleden terug op vertrouwde massamedia die weinig kosten met zich mee brengen. Maar wat is vertrouwd? Ik vraag mij af of PCM niet iets te vroeg heeft besloten om DAG op te geven. Gratis is de komende tijd een gewild alternatief voor betaald.
In het licht van het voorgaande zullen ook magazines die in hoge mate afhankelijk zijn van bijzonder luxe producten het zwaar krijgen. In dat segment is de laatste jaren het aanbod fors toegenomen. Nu gaat het opbreken als HOI en NOM cijfers straks ontbreken. Van TV zullen zich ongetwijfeld kleine adverteerders terugtrekken. Dit tot groot genoegen van de traditioneel grote adverteerders. Niet noodzakelijk goed nieuws voor de TV zenders, maar ik zie voorlopig geen wegvallende reclameblokken. De rol van veel vormen van Internet reclame neemt versneld toe, maar allerlei initiatieven van IPTV tot mobiele TV zullen vermoedelijk nog wat geduld moeten gaan oefenen.

Nu over een jaar eens echt kijken hoe het gelopen is. Want het omgekeerde zou in een aantal gevallen ook goed denkbaar zijn.

zondag, september 07, 2008

Crisis! What Crisis?

Beetje jaloers was ik wel. Die kop had ik graag zelf ingebracht, want hij past wonderwel in dit blog concept (zie ondertitel). Het laatste half jaar niet actief geweest hier. De wereld raast door, maar ik heb niet het idee dat er nu wezenlijk stappen worden gemaakt? En om nu iedere keer door te blijven zagen over de zelfde onderwerpen, dat is zowel voor de schrijver als voor de lezer - denkt de schrijver - niet heel erg inspirerend. Daarnaast is het simpelweg een kwestie van druk, moe geweest. Kijken of het met de start van een nieuw (?) seizoen na de zomer weer op te pakken is?
Zo werd ik weer eens door Bas Vlugt van Communicatienieuws benaderd om een bijdrage te leveren aan de rubriek Forum. De kwestie van deze week luidde: "Er heerst nogal wat verwarring over de recessie. Zitten we in een recessie, moet ie nog komen, zijn we er al uit of komt ie helemaal niet? Storten de advertentiebestedingen nu in of zijn ze juist hoger dan ooit? Of verschuiven ze alleen maar en zo ja: waar vandaan en waar naartoe? En waarom blijft die arbeidsmarkt maar zo krap of zijn we straks juist allemaal werkloos?"

De vraag was dan ook "Hoe staat het met de crisis in de communicatiewereld? Hoe staan we ervoor, wat gaat er veranderen, wat is jouw visie op de conjunctuur in de communicatie?"

Hier kan je lezen wat mijn mening is, en waar die lichte jaloezie vandaan komt.

donderdag, juni 12, 2008

Apeldoorn? Wereldstad!

Sinds heugenis houdt iedereen die iets voor reclame voelt van de serie "Even Apeldoorn bellen...". Vaak brilhant, en zo niet, dan toch altijd een paar keer de moeite van het zien en horen waard. De wereldwijde reclamebranche kent CB ondertussen wel, maar nu slaat het verzekeringsbedrijf de vleugels uit naar consumenten buiten Nederland. Een verbod op uitzending via de TV maakt dat mogelijk. Onbegrijpelijk als je de inhoud afzet tegen de gemiddelde Benneton uiting uit de jaren 80-90. Maar veelzeggend in een land waar Christen Unie een stempel drukt op alles wat het niet zint. Zoals gebruikelijk bereiken ze het tegendeel. Heel de wereld zal aan "Adam" worden blootgesteld. Apeldoorn wordt het centrum van het Universum. Gefeliciteerd!


zaterdag, april 12, 2008

Andere tijden 2

Kijk, op pagina 3 van Adformatie 15 een voorspeller van de zoveelste ziener. Je zou er bijna over heen lezen, maar het gele áccent op de eerste twee letters deed zijn werk:

“Reclame verdwijnt uit traditionele media”

De ziener blijkt een trendanalist, Justine Marseille. Voor wie het gemist heeft zal ik de kern van het betoog dat zij woensdag/donderdag 16-17 april in de HMH afsteekt hier – geheel tegen mijn gewoonte – herhalen.

"De nieuwe technologie maakt het mogelijk om het product te maken dat je wilt hebben en het komt ook nog naar je toe ook. Oude marketing was wel heel erg plaats gebonden. De winkel en informatie daarover via radio en TV is een heel inefficiënt systeem. Internet zorgt er voor dat vraag en aanbod overal zijn. En over reclame zegt Justine: Beïnvloeding door reclame verdwijnt niet maar de zender gestuurde beïnvloeding wel. Je krijgt veel meer bron informatie. En dus gaat d winkel als marketingkanaal een groot aandeel verliezen, de traditionele media gaan terug naar redactionele inhoud en reclame verdwijnt uit de media.”

Tja, wie ben ik dan om te gaan beweren dat het niet zo is. Maar internet is er ondertussen al een tijdje, en de komende paar jaar zie ik niet dat het zo’n vaart gaat lopen.

Het is dan ook jammer dat Justine niet wat uitdagender is. Het zou een stuk spannender zijn als zij ook een tijd duiding aan deze trend voorspelling zou hangen. 2010, 2050, 2100?
Het kan nog, misschien van de week tijdens haar praatje. Maar ik denk het niet.

Ik heb zoveel reclame revoluties horen en zien voorspellen, dat ik daar niet meer in geloof. Evolutie vind ik dan weer wel heel aanvaardbaar. Dit scenario ligt dan eerder in de buurt van 2050 dan 2010, denk ik. Hoewel ook ik als liefhebber van science fiction moet toegeven dat ontwikkelingen steeds sneller gaan.
Dir soort praatjes doet mij altijd weer denken aan onze huidige MWG-voorzitter. Hij hield mij eens voor: “als het gebeurd ben ik de pief, want dan weten ze nog wel dat ik het gezegd heb en gebeurd het niet, dan herinnert niemand zich dat meer”.
Maar al te vaak heb ik sindsdien kunnen constateren dat dit principe exact zo opgaat. Het grappige is wel, dat ik het sinds die tijd vaak nog wel weet.

Weet u wat? Als het zover is dan bevestig ik het hier.

vrijdag, april 11, 2008

Andere tijden ? 1


Metro botst met kranten over onderzoek, zo opent Adformatie 13 van twee weken geleden. Natuurlijk gaat het ook om geld. Geld dat Metro ‘opeens’ in ruime mate dient te betalen voor rapportage van haar bereikcijfers in NOM. Of dat terecht is, daar kan ik niet over oordelen, en dat is voor dit stukje eigenlijk ook niet zo belangrijk.
Wat mij opviel was dat Metro-man Silvio de Groot het Cebuco verweet “dingen te doen die tegen gratis kranten zijn gericht”. Daarbij verwees Silvio naar een Cebuco publicatie van enige tijd geleden, waarin werd gesteld dat de binding die lezers met een betaalde krant hebben sterker is. Ik zeg; ’als je bereid bent ergens voor te betalen, dat zou mij dat niet verbazen'. Maar waar is het bewijs, want je kan je ook wel gedwongen voelen om te betalen, bij gebrek aan iets wat je nog liever zou lezen. Bovendien, voor de gratis bladen zou die binding best wel eens heel sterk kunnen zijn, ‘juist’ omdat ze gratis zijn. We zijn hier immers in Nederland. Waar blijft dat ‘kranten-breed’ onderzoek?

Ondertussen zijn we 2 weken verder, en hebben de airbags kennelijk hun werk gedaan, want het is volstrekt rustig aan het oppervlak van de krantenvijver. Ik heb echter nog een kiezel in mijn toetsenbord die weer wat rimpeling teweeg mag brengen. Die kiezel is de afsluitende quote van het gememoreerde artikel, opgetekend uit de mond van ‘scheidend’ Cebuco directeur Cees Polman:

“Toen dat Cebuco boekje uit kwam vertegenwoordigde het Cebuco ook nog geen gratis kranten.”

Wat staat daar nu? Zou het Cebuco, als de freebies zich wel direct hadden aangesloten (of is het “mogen aansluiten”) de gewraakte karakterisering achterwege hebben gelaten? Is er van die hele binding en herkenning helemaal geen sprake, of geldt die juist wel degelijk ook voor gratis krantjes”. Wordt straks de oplage van "krant is Koning" via een recall weer ingenomen, en krijgen wij een herziene versie? Heel intrigerend.

zaterdag, maart 01, 2008

‘Oude’ media hebben toekomst!

Column geschreven voor de Zenith Op-ti-date van maart 2008


Rond de jaarwisseling verscheen in de USA het rapport “The state of Media Democracy”.
Dit online onderzoek is uitgevoerd door de Harrison Group, in opdracht van Deloitte & Touch, onder 2200 personen tussen 13 en 75 jaar. Doel van het onderzoek is het geven van inzicht hoe de verschillende generaties omgaan met media. Door het onderzoek regelmatig te herhalen worden bovendien ontwikkelingen in beeld gebracht, en geven de gecombineerde data de mogelijkheid om gegronde voorspellingen te doen.

De recente resultaten hebben een ware 360° benadering gekregen uit de ‘mediawereld’. Met andere woorden, oude media en nieuwe interactieve-, mobiele media of anderszins vonden allen aanleiding om de eigen toekomst in een zonnig perspectief te plaatsen. Vooral nieuwe media doen dat ten koste van oude media, en vooral TV. De oude media vertegenwoordigers kijken veel meer naar de interactie tussen media, en dat is vooralsnog de meest objectieve vorm.

In het rapport worden 4 generaties onderscheiden:
Millenials 13 – 24 jaar
Gen X 25 – 41 jaar
Boomers 42 – 60 jaar
Matures 61 – 75 jaar

In het algemeen toont het onderzoek overduidelijk aan dat ‘User Generated Content’ (UGC) bij alle consumenten een grote vlucht neemt. 51% geeft aan een grote interesse te hebben in het lezen en bekijken van wat andere consumenten belangrijk genoeg vinden om zelf te publiceren. Hoewel die interesse wel sterker is ontwikkeld bij jongeren, is het zeker niet zo dat dit fenomeen zich vooral tot die groep beperkt.

Millenials
Het zal niet verbazen dat jongeren voorop lopen in het omarmen van de mogelijkheden, en dus ook media, die de nieuwe technologie hen biedt; games, entertainment platforms, USC, Instant messaging (IM), SMS en sociale netwerken. En dat met een intensiteit die uitstraalt en effect heeft op oudere generaties.
Wanneer Millenials iets tegenkomen dat zij de moeite van het ‘delen’ waard vinden, dan wordt dit met een grote reikwijdte uitgezonden. Hun IM en SMS lijsten bestaan uit gemiddeld 37 mensen (tegen gemiddeld 17 voor de hele populatie). Wanneer zij een bepaalde TV show of website bijzonder waarderen, dan vertellen zij dat gemiddeld 18 mensen (10 voor de hele populatie). Het is vervolgens niet vreemd dat het onderzoek voor deze groep ‘vindt’ dat ‘Word of mouth’ (WOM) de belangrijkste reden is om websites te bezoeken (gevolgd door TV reclame).
Persoonlijk vind ik dit een belangrijke opbrengst uit dit onderzoek, die ik verder niet veel ben tegengekomen in publicaties over dit onderzoek. Die WOM overdracht moet ergens vandaan komen, en dat zijn in belangrijke mate de ‘oude’ media, waarvoor – ook - Millenials een hoge mate van affiniteit ten toon spreiden.
Zo gebruikt 60% intensief magazines om te weten te komen wat er nu ‘hip & cool’ is, als het gaat om bijvoorbeeld kleding, auto’s en muziek. Van deze groep prefereert zelfs ruim 70% het lezen van magazines om die reden, al realiseren zij zich dat zij die zelfde informatie ook online kunnen vinden. Logisch, want daar is die informatie verspreid geraakt, terwijl het magazine een gebundeld totaal overzicht biedt. Voor de Millenials geldt dat veelbelovende nieuwe en favoriete TV shows het ‘web’ verslaan als ‘meest besproken media onderwerpen', een feit dat voor de hele populatie gevonden is. Maar, zoals er ergens wordt verzucht; “Die TV staat ook altijd en overal aan”. Dat is buiten de USA, natuurlijk niet overal hetzelfde.
Hoe dan ook, naast de confrontatie met het TV-scherm zelf, bezoekt de helft van de Millenials ook nog eens TV websites per week. Het onderzoek voorspelt een grote toekomst voor dit type sites. Die voorspelling vindt zijn oorsprong in de gegevens dat alle onderzoek deelnemers, en Millenials in het bijzonder, er op gebrand zijn TV en Internet met elkaar verbonden te zien. Het TV scherm laat zich toch prettiger bekijken. Het ‘Home Media Centre’ duikt hier weer op.

Daar houdt het wensen pakket overigens niet op. Consumenten willen (programma-) inhoud probleemloos kunnen verplaatsen naar elk denkbaar apparaat dat zij bezitten. Het gewenste alternatief is één apparaat dat hen in staat stelt elke communicatie- en entertainment activiteit te laten doen. De vraag is wel wie dat straks kan betalen? Millenials stellen hier wel de hoogste eisen, maar wanneer duidelijk is dat voor 60% van de jongste (13-18 jaar) en zelfs ook nog 25% van de ouderen (19-24 jaar) de rekening van het mobieltje door iemand anders (ouders) betaald wordt, dan is ook duidelijk dat hier grenzen zullen gelden.

Als het op reclame aan komt, dan vormt zich min of meer hetzelfde – positieve – beeld voor de ‘oude’ media. Ruim 60% geeft doorgaans meer aandacht aan advertenties in magazines of dagbladen, dan aan online reclame. Online reclame gaat een nieuwe uitdaging tegemoet in de komende jaren. Immers, meer dan een kwart van de respondenten geeft aan best bereid te zijn om voor online 'content' te betalen als zij dan verschoond blijven van reclame. Een déja-vu.

Gen X
Deze generatie heeft in haar jeugd de explosieve groei van ‘media- entertainment’ mee gekregen, en hecht daar vandaag nog steeds veel waarde aan. Zij zijn dan ook het meest geïnteresseerd in algemene lifestyle en personal/special interest informatie, waaronder ‘celebrity’ en entertainment nieuws. Ook deze groep is een belangrijke bezoeker van TV-show-sites.
Online is Gen X meer te karakteriseren als surfer, dan als (‘social’) netwreker.
Gen x, en de Boomers, zijn de grootste fan van de Digital Video Recorder (DVR met Tivo). De allerbelangrijkste reden (66%) van die liefde is de mogelijkheid die het apparaat biedt om programma’s op een zelf gewenst moment te kunnen bekijken (time shift). Dan volgt de mogelijkheid om op deze wijze hele TV show seizoenen te kunnen bekijken, en op de derde plaats het vermijden van reclame. Dat laatste is overigens belangrijker voor vrouwen dan voor mannen.

Matures
Naar algemene verwachting zijn Ouderen print ‘sweethearts’, maar hun interesse en gebruik van electronische media kan niet worden onderschat. Het sociale aspect is hier het belangrijkst (mail, Instant messaging, blogs, etc.). Het blijkt echter ook uit de vraag “in hoeverre men zich een ‘broadcaster’ van eigen media waant”. 32% van de consumenten reageerden hier bevestigend op. Ten opzichte van Gen X en de Boomers (resp. 38 en 23%) steekt de 10% voor de Ouderen lang niet zo schril af als het kale cijfer suggereert. Ook is dit de groep die ondertussen substantieel de mogelijkheden van het net benut voor het doen van aankopen.
Natuurlijk neemt TV nog steeds een voorname plaats in bij ouderen.

Boomers
Boomers staan eigenlijk, qua mediagebruik, met één van beide benen in de Gen X en Matures generaties.

Leve(n) de traditionele media?
Een volmondig ja. Ondanks de nog steeds toenemende populariteit van het Internet, blijven de ‘oude’ media, TV en print, diep geworteld in alle generaties. Natuurlijk verliezen zij terrein aan Internet, maar het aandeel in tijdbesteding en de relevantie blijven onverminderd hoog, wat nog eens kan worden geïllustreerd met de volgende feiten:

79% van alle consumenten bespreekt zijn favoriete TV programma met vrienden, familie of collega’s. 38% doet dat zelfde over favoriete websites.
72% van alle consumenten leest graag een magazine, dat cijfer is consistent over alle categorieën.

De onderzoekers concluderen dan ook dat TV (kijken) nog altijd een kern activiteit is. Niet zo zeer in de zin dat het een hoofd activiteit is, maar “de TV staat altijd aan”, ook tijdens het ‘gamen’, SMS-en en surfen. Het kijken ‘met een half oog’ is ingebakken en betekent niet dat TV (reclame) minder effectief is:

Internetverkeer wordt in hoge mate gedreven door Search engines (84%) en WOM (82%). TV reclame neemt als bron voor website adressen de derde plaats in. (stimuleert mijn vermoeden dat de WOM-score in niet geringe mate voortkomt uit diezelfde TV reclame.)

In dit kader wekt het geen verbazing dat de onderzoekers voorspellen dat TV een vooraanstaande rol blijft spelen in het toekomstige medialandschap. Er wordt dan, mede via de TV websites, een stap gemaakt naar ‘participatory’ TV, met een (hoge) mate van interactiviteit. Voortschrijdende technologische ontwikkeling en de kundigheid van de (new) Millenial zullen de toon zetten.

Conclusie
De Nederlandse mediamarkt is geen spiegel van de Amerikaanse (USA) markt. Gezien echter de commerciële staat van TV in de USA en de status die het medium desondanks handhaaft, is mijn verwachting dat het in Nederland niet heel anders zal gaan verlopen. Daar komt bij dat, hoewel mensen het enorm leuk vinden om ook eens ‘broadcaster te spelen’, men doorgaans toch liever vermaakt wordt door een ander. Traditionele media blijven in dat opzicht een voorname rol vervullen, ook al zal die aan verandering en erosie onderhevig zijn.
Voor mij is de eind conclusie na het lezen van alle informatie over dit onderzoek opnieuw dat er vandaag, en zeker ook morgen, geen sprake is van of ‘oude’, of ‘nieuwe’ media. Het is EN/EN.