dinsdag, juli 11, 2006

Viva! Roxy Music

Ergens in het najaar van 1972 kwam ik thuis van school. Onderweg naar huis had ik de Muziek Express gekocht. De obsessie met het lezen van muziek/platen recensies had mij al vroeg in de greep, het was en is één van mijn favoriete onderdelen van tijdschriften. Niet alleen in muziekbladen overigens. Al dwalend over de pagina viel mijn oog op een plaatje van een hoes waarop een uitgestrekt liggende dame je vragend (?) aanstaarde.
Daaronder een recensie van de eerste LP van een groep met de naam Roxy Music.
Toen ik aan deze post begon verkeerde ik nog in de veronderstelling dat ik die recensie tekst nog in bezit zou hebben. Wat er precies heeft gestaan is dus niet meer terug te halen, maar ik weet nog heel goed dat ik een kwartier later op de fiets onderweg was naar Capi-Lux. Ik moet ook voldoende geld hebben gehad om de plaat direct te kopen. Als dat niet zo was dan liet ik een plaat helemaal draaien, en zoveel mogelijk dagen daarna tot ik het benodigde bedrag bijeen had. Terug naar huis gesneld, belandde het vinyl per omgaande op het plateau van mijn Dual pick-up (wel stereo).
Geïntrigeerd starend naar de afbeelding van genoemde dame op de uitklaphoes, maar niet minder verbaasd over de visuele presentatie van de groep op de binnenkant van de hoes, onderging ik de eerste luisterbeurt.

Hoewel het nu bijna 34 jaar later is, denk ik dat wanneer iemand die geen weet heeft van de groep en de platen nog nooit heeft gehoord, vandaag nog net zo verrast, uit het evenwicht gebracht kan worden als ik die middag. Het nummer “Re-make/Re-model” dondert letterlijk door de speakers. Razende gitaren, brullende saxofoons gieren op een – op dat moment – ongekende manier over een stampende rock ritme ondergrond. De zang(er) is heel apart, maar heeft de kwaliteit van een Sirene (myth). En dan zijn er de geluid-‘treatments’ van iemand die wordt aangeduid als Eno. Na het openingsnummer wisselen tempo en ‘mood’ elkaar veelzijdig af. Nooit denk je – de eerste keer luisterend – “Oh ja”. Het gaat alle kanten op, en altijd een goede. Adembenemend.
Het mag duidelijk zijn, hoewel – gebrek aan – geld niet altijd direct aanschaf van nieuwe Roxy – en later ook Brian Ferry-muziek mogelijk maakte, was dit het onstuimige begin van een ‘liefde’ die nooit meer over gaat.

Afgelopen zondagavond, kwart voor negen, Roxy Music betreedt het hoofdpodium van het Bospop festival. Het barst los met….”Re-make/Re-model”. De impact is identiek. Op tournee presenteren zich nog slechts drie oorspronkelijke leden; Ferry natuurlijk, Andy MacKay
(sax) en Phil Manzanera (terug van een gitaar snabbel bij David Gilmour). Eno schijnt na 32 jaar wel weer bij de opnamen van een nieuwe plaat te zijn betrokken, maar is niet van tournees gediend. Drummer Paul Thompson is ziek, zo wordt om mij heen verteld. Het podium staat echter mud vol met naast de drummer en bassist nog twee gitaristen, twee zangeressen en een keyboard bespeler die in 1 nummer opduikt en voor het eind al weer verdwijnt. Ik heb het allemaal niet bijgehouden, ik was 100% aan het genieten.
Details over het Bospop optreden en de tournee vind je hier.

Er wordt door de band net iets korter dan de beloofde vijf kwartier gespeeld. Het kan niet lang genoeg duren, maar bezien van uit het perspectief “wat krijgen wij te horen” valt er voor mij niets te klagen. Zeker de, wat mij betreft kwalitatief minder aangeslagen nummers als More than this, Heart still beating en Jealous Guy komen ook voorbij, maar de rest! Het leeuwendeel is een greep uit de gouden eerste vijf platen, waarbij het plezier van de band met het verstrijken van de vijf kwartier met het nummer lijkt toe te nemen.

In 2001 zag ik Roxy tijdens hun eerste tour sinds pakweg 12 jaar, in Ahoy. Toen circa 2 en een half uur lang. Beide keren slingerde de ervaring mij terug in de tijd. Naar de periode 1972-1975. Roxy Music is – in ieder geval voor iedereen die ze toen heeft beleefd – een probaat middel om te verjongen. Ook al werkt het maar voor even, de duur van het concert. Als je echter naar de fysieke staat van de band kijkt bestaat er terechte twijfel over dat “even”. Razend benieuwd ben ik naar de nieuwe muziek.

Dank je Roxy, en vooral ook dank (Viva!) aan Lisette Manders die deze belevenis via Radio Veronica mogelijk maakte.

vrijdag, juli 07, 2006

Wat je echt niet wil weten !

Als jongetje was ik begin van de 70’s geabonneerd op de Kijk. Gelukkig was de term ‘nerd’ toen nog niet in zwang, en als er een andere benaming was, dan ben ik mij daar “conveniently” niet van bewust. Het was, en is voor zo ver ik weet nog steeds, een leuk blad. Goed voor je algemene ontwikkeling. En zo was het natuurlijk aan mij verkocht (al heette dat toen nog niet zo).

Ik moet toegeven dat, toen een paar jaar geleden het blad Quest werd geïntroduceerd, ik er op zijn zachtst sceptisch tegen aan keek. Nog niet zo veel eerder was Zizo (?) toch ook al roemloos ten onder gegaan.
Ik had het mis. Niet alleen laat Quest al geruime tijd mooie oplage cijfers zien, er zijn ook mensen, die ik buiten het vak tegenkom, die er spontaan enthousiast over zijn. Dat gebeurt niet veel.
Zelf werd mijn eerste mening gevormd door het gevoel overspoeld te worden met informatie. Waar te beginnen, hoe te selecteren? Het leek mij veel te veel in deze media cultuur die al jaren wordt gekarakteriseerd als “beeld georiënteerd”. Niets blijkt minder waar. Alleen dat is al zo positief dat het verdient gememoreerd te worden.

Toch is Quest niet de aanleiding voor dit schrijven. Woensdag al werd door Adformatie.nl melding gemaakt van de aanstaande introductie van het blad Triv’, en die tekst kreeg ik donderdag nog eens van
SMM.
Triv’, zo lees ik, biedt weetjes als ‘maar liefst 84% van de Nederlanders is gelukkig’, ‘vrouwen hebben een scherpere neus dan mannen’ en ‘in een liter zeewater zit 35 gram zout’. En dat dus 100 pagina’s lang.

Ook heeft Triv’ laten uitzoeken hoe gelukkig wij zijn. Rapportcijfer 7,43 blijken Nederlanders zichzelf te geven (let even op de decimalen).
Tsja, zelf word ik hier even iets ongelukkiger van. In een flits realiseer ik mij vervolgens dat Triv’ natuurlijk een pop verbastering is van triviaal. 100 pagina’s trivia, zou dat het kunnen winnen van informatie waar je op zit te wachten? (Quest komt vermoedelijk van Question of Queeste).

Ik denk eigenlijk van niet. En nu zit ik weer op niveau 7,43!

donderdag, juli 06, 2006

Journalist, wie of wat is dat?

In de NRC.next van woensdag 5 juli staat een aardig hoofd redactioneel (voorpagina) artikel met de krachtige titel “Journalistiek, dat kan toch iedereen”.

De vraag die expliciet wordt gesteld wordt impliciet ontkennend beantwoord. Zeker door de geplaatste aanverwante artikelen. Het is al een tijd een hot item voor de echte journalist. Echt verrast was ik dan ook niet dat ik diezelfde dag door De Nieuwe Reporter op het spoor werd gezet van een artikel in Trouw met een min of meer zelfde strekking.

Het mag duidelijk zijn, Journalisten voelen zich bedreigd. Vooroplopend in de weblog ontwikkeling hebben zij een “publicatie-beest”in de samenleving los gemaakt dat onstuitbaar lijkt. Sommige media geleerden vrezen zelfs dat de weblog hausse tot gevolg heeft dat lezers hun informatie primair aan deze bronnen gaan ontlenen. Persoonlijk lijkt mij dat sterk. Ondenkbaar zelfs. Maar dat terzijde.

Belangrijke aspecten bij de beoordeling van journalistiek gehalte zijn schrijfstijl en bovenal betrouwbaarheid. Dat laatste dient een journalist te waarborgen door waarheidszoekend te zijn, de feiten te checken en hoor en wederhoor toe te passen.
Heel anders dan bij al die burger journalisten en loggers die “waarnemingen, opinies, roddels en feiten naadloos in elkaar over laten gaan”.

Welnu, kranten zoals NRC hebben een redactie statuut waarin dat soort zaken wordt vastgelegd en waaraan journalisten zich dienen te houden. Ik geloof wel dat journalisten van die media zich daar in redelijke mate aan houden. Althans waar het de grotere gezag uitstralende artikelen betreft. Ik kan mij echter niet aan de indruk onttrekken dat zelfs in deze kranten kortere berichten worden afgedrukt waar de betrouwbaarheids controles niet voor 100% zijn toegepast.
Wat voor grote problemen zorgt, wat betreft de publieke perceptie van journalistiek, is dat wat wij ‘live’ zien en horen gebeuren op radio en TV. Persoonlijk vind ik de verslaggeving rondom de “val van Balkenende 2” daar een goed voorbeeld van.


Één voorbeeld. Mingele staat met Halsema vlak voordat de opgeroepen Zalm in de kamer aankomt. Opeens duikt Weissglas op, die voor de camera nog eens wil benadrukken dat er geen sprake is geweest van een VVD-top, maar dat hij daar aanwezig is geweest in zijn functie als kamervoorzitter. Hij mag uitpraten, dat wel. Maar daarna gaat het even makkelijk – tussen Mingele en Halsema – verder over deze "VVD-top". Zo ook in het volgende debat, waarop ook Zalm nog eens uitlegt waarom wie, en in welke hoedanigheid aanwezig is. De volgende dag lees je overal ook in de kranten en NOVA over een VVD-top.

Als dat journalistiek bedrijven is, dan zeker niet 100% volgens de betrouwbaarheids maatstaven. Feiten en fictie lopen al snel in elkaar over. Maar wat je vervolgens wel vaststelt is dat “Journalisten” op dat soort momenten vanuit hun “Heilig geachte betrouwbaarheidsplicht” – als alibi voor scoringsdrift – een ondervraging techniek hanteren waarbij “hoor en wederhoor” tot een lachwekkend spel verwordt. Als de journalist het gewenste antwoord niet hoort, wordt dezelfde vraag eindeloos opnieuw gesteld. Levert dat de gewenste response niet op, dan wordt er niet zelden afsluitend door de journalist afgesloten met dat wat hij had willen horen.

Dat is zeer ergernis wekkend. Met al die voorbeelden elke dag om ons heen, echt niet alleen op radio en Tv, is er geen enkele reden om burgerjournalistiek minderwaardig te bekijken. Vooral de kranten wereld geeft er echter telkens weer blijk van de wereld niet echt bij te kunnen houden. De ivoren torens zijn nog niet geslecht. De oplages dalen in het eerste kwartaal van 2006 wel weer dramatisch. Opletten dus heren, dat u straks niet voor uzelf aan het schrijven bent. Zoals ik en uw webloggende collega’s. Wie was het ook al weer…..”if you can not beat them, joint hem”. Al heel lang een probate strategie voor velen.

woensdag, juli 05, 2006

Beeldende communicatie

Wat hier doorgaans door mij gepost wordt betreft media, en soms iets over muziek. Nu liep ik van het weekend met mijzelf te filosoferen over wat er onder het begrip media is te vatten. Zonder tegenspraak kwam ik tot de conclusie dat alles dat impliciet of expliciet een boodschap kan uitdragen of doorgeven kan worden aangemekt als medium (of media). Kwam dat even goed uit. Ik vroeg mij namelijk kort daarvoor af of het mogelijk zou zijn op deze log aandacht te besteden aan kunst. Aangezien de meeste kunstenaars met hun werk op welke manier dan ook iets tot uitdrukking willen brengen – dus communiceren – is het antwoord een volmondig ja.

Waar gaat het om.

Mijn vriend, Hib Anninga, is enkele jaren geleden vroeg gestopt met zijn werk voor ABN-AMRO. Hij verkocht zijn pand aan de Prinsengracht in Amsterdam en kocht de boerderij van zijn ouders. Die ligt noordelijk van Zwolle dicht aan de A28. Vele ideeën om de boerderij een nieuwe wending te geven passeerden. Had het eerst, in zekere zin, nog met beesten te maken – forel, wijngaardslakken – uiteindelijk rees het plan om een beeldentuin te beginnen. Dat zou minder bewerkelijk zijn?
Een gedurfd plan voor iemand die geen enkel verstand heeft van beeldende kunst – “moet je daar wel verstand van hebben, kan dat?” – die zelf niemand in die wereld kent. Dat was niet helemaal waar, want hij heeft kennis aan ene Loerakker een gewezen galeriehouder te Amsterdam. Dat helpt natuurlijk enorm.
Zelf heb ik ook niet zoveel met beeldende kunst. Van beeldentuinen wist ik het bestaan zonder er ooit één bezocht te hebben. Toen ik dat deed om mij in te leven was ik niet direct enthousiast. Achter iedere struik staat een object, op het claustrofobische af. Nee, leuk is anders.

Hib heeft echter een enorm voordeel. Ruimte.

Wat oorspronkelijk een weiland was heeft hij omgetoverd tot een geaccidenteerd terrein met waterpartijen. Hij liet een flink aantal grote bomen (over-) planten die karakteristiek zijn voor het landschap in de omgeving. Schuren werden verbouwd, paden werden aangelegd, bloemen gezaaid en planten aangeplant. In de tussentijd ging hij op zoek naar geïnteresseerde beeldende kunstenaars. Hij wist een aantal enthousiast te maken met de ruimte die hij beschikbaar heeft. Toen hij twee jaar geleden voor het eerst opende, was dat geen beeldentuin, maar een trots Anningahof. Sinds die tijd is het hard gegaan. Zeker wat betreft de interesse van de kunstenaars. Anninga is ondertussen een begrip in die wereld en vele ‘grote’ namen willen graag exposeren. Het Hof is ondertussen als door geëvolueerd tot een heus landgoed. Geloof mij, daar is niets overdrevens aan.

Wat ik iedereen wil aanraden is om een verloren middag of heel bewust een bezoek te brengen aan Landgoed Anninga. Ook als je helemaal niks kan met kunst is het een feest er rond te lopen. Je kijkt je ogen uit. Ook naar de bloemen en planten.
Al rond lopend krijg je vanuit verschillende standpunten mooie brede blikken op verschillende objecten. Soms wordt je ronduit verrast. Mooi of niet, de eindconclusie is dat het de moeite(?) meer dan waard is.

Zorg wel voor tijd. Met een half of heel uur doe je je zelf namelijk zeer te kort. Drink lekker koffie, thee of fris op het heerlijke terras. Vertel het door en kom nog eens terug. Ten opzichte van vorig jaar staan er in 2006 ruim 60 nieuwe objecten. Ook zijn er objecten verplaatst. Daardoor zie je ze nu in een andere ruimte en context (met andere beelden).


Ga dus vooral zelf kijken. Immers, beelden zeggen meer dan woorden. Laat ze maar eens tegen je aan communiceren. Als zij het niet doen, dan doet Hib het wel.

maandag, juli 03, 2006

De media kosmos van Cosmos?

Het is te warm. Zelfs schrijven kost moeite. Ook lang niet alle onderwerpen inspireren echt. Dit gaat over wat 2 weken geleden in het oog sprong en afgelopen week een vervolg kreeg.


In de Adformatie van 22 juni is de allereerste advertentiepagina ‘vergeven’ aan Cosmos. Cosmos is zoals iedereen heeft kunnen lezen een nieuw mediabureau. Dan is het een noodzaak om te profileren. Als je jong bent dan spat de dynamiek en de wilskracht er van af. Dan ben je heel anders dan al die routineuze collega bureaus die niet veel meer doen dan wat cijfers ophoesten en een plaatsingsopdracht versturen. Dat is een beetje de teneur van de tekst, en het staat er leuk geschreven, en de claim “de cosmos is de limit” is ook best een leuke variant.
Direct daarna gaat het mis. Dan wordt op eens de branche een gebrek aan transparantie in de schoenen geschoven. Termen als mistig, gekonkel en heimelijk passeren. Bij Cosmos is daar gegarandeerd geen sprake van. Tenminste, als de adverteerder mede-eigenaar wordt. In meerdere opzichten een matige claim op onderscheid. Hoewel er vast nog bureaus zijn die konkelen en rookgordijnen optrekken, zijn die praktijken geen gemeengoed. Verder heeft deze nieuwe ‘kleinste’ de zelfde opzet als bureau Kobalt, momenteel de grootste.
Wat die transparantie betreft was de een paar pagina’s verderop volgende van BrandConnection een leuke inhaker. Jumbo’s marketing manager Huitenga stelt daar zijn bureau dagelijks te kunnen afrekenen op superprestaties. Vooruit Cosmos, oppakken deze handschoen.

In Adformatie van afgelopen week (29 juni) staat alweer een Cosmos advertentie. Opnieuw gaat het in mijn beleving niet helemaal goed. Was er in de (eerste) advertentie immers niet beloofd ons niet te vermoeien met copy-paste en Déja-vu gevoelens? Het betreft echter een regelrechte herplaatsing. Niks nieuws. Sterker nog, een pagina of 20 verder wordt ik al weer verveeld met die zelfde advertentie. Zou dit een vondst zijn van die gerenommeerde, uit de reclame afkomstige strategy director? Je ziet het niet zo vaak meer, maar een aparte kijk op effectieve communicatie is het wel.

Cosmos is dan wel nieuw, maar herbergt een groepje ‘oude rotten’ uit het vak. Daar is niets mis mee, maar een betere advertentie tekst dan nu gebuikt zou je zeker wel van ze mogen verwachten.