zaterdag, augustus 19, 2006

TIJD !

Tijd is een vreemd fenomeen. Naarmate zij verstrijkt effent het vele hobbels. Het heelt wonden, psychologische pijn, woede. Het maakt het verleden mooier (alles beter). Zet je op het verkeerde been.

Dat overkwam mij weer eens, zo merkte ik, met het tweede album van ‘the Tubes”. De band maakte rond 1976 naam en faam als live-band met een spectaculaire podium presentatie. Het live-geluid, gevangen op het album “What do you want from live?”, geeft je zelfs zonder beeld een vrij goed gevoel over de dynamiek van de shows. Zelf ben ik er getuige van geweest in 1978, toen de Tubes de PWA-zaal van het Haags Congresgebouw aandeden. Top amusement.


Terug naar het goede been. Het tweede studio album “Young and Rich” is nooit in mijn bezit geweest. Ik had een kopie op cassettebandje. Wel altijd willen kopen, de plaat, maar het kwam er niet van. Het ‘bandje’ is lang geleden verloren gegaan. Behalve het sensuele “Don’t touch me there”, dat wel op een verzamel-cd opdook, viel de CD-uitgave van het album hier nooit te ontdekken. Althans niet op de momenten dat ik weer bedacht er naar uit te kijken. Dus kreeg de plaat met het verstrijken van de jaren een welhaast mythische status in mijn herinnering. Dat hij beter was dan al het andere dat ik wel van de band in de kast heb staan.
Enkele weken geleden was het zo ver. Na vaak “vergeten”, leende ik het vinyl album van Hans van Hulst. Om het te digitaliseren en op CD te branden. “Ook een kopie voor mij graag”, vroeg Hans, die toegaf een zelfde idee te hebben over deze plaat.
Een week later belandde Young and Rich dan op de draaitafel in de huiskamer. Ik ging er eens goed voor zitten. Genieten!
Het viel tegen. Het was een domper. Naast het genoemde “Don’t touch..” staan er nog wel een paar aardige nummers op, maar de vonk die het in mijn herinnering had ontbrak geheel. Eigenlijk klinkt het geluid enorm gedateerd.

In een eerder stadium had ik de recensie op AMG al geraadpleegd om mijzelf te sterken in mijn opvatting. Toen ik die daar niet bevestigd zag was er verontwaardiging. Fan besprekingen sloten beter aan bij mijn herinneringen. Maar mijn waardering voor beiden, AMG en het album, dient dus bijgesteld te worden. AMG is nog beter dan ik al had gedacht, en Young and Rich blijkt te behoren tot het mindere dat de band geproduceerd heeft.
Het brengt mij overigens niet van het digitaliseren af, want ik zal het vast nog eens willen horen. Al is het maar om de tijd geen nieuwe kans te geven. Aan de andere kant, zou tijd natuurlijk ook in het voordeel van de plaat kunnen werken. Een fenomeen.



Naschrift: Terwijl ik de links bij elkaar aan het zoeken ben kom ik tot de ontdekking dat er al een paar jaar een cd is waarop de 1e 2 albums vezameld staan. Zie hier dan ook de meningen van de “fans” van het 2e album.

dinsdag, augustus 15, 2006

Lightning Seeds verlichten de dag

Ik heb het even nagezocht. 24 januari 1996. Uitverkoop! Ik kocht die dag 7 cd’s. Het was van alles wat, zoals gebruikelijk. Arthur Alexander, American Music Club, Arno. Plus een cd van de Lightning Seeds. Geen idee waar het naar klonk, maar de naam van wat het belangrijkste bandlid leek, Ian Broudie, ‘klikte’ vaag. De cover zag er bovendien smakelijk uit. Uitverkoop in de goede oude gulden tijd (sorry) gaf bovendien nog betekenis aan dat begrip. Voor 7,50 ging de CD op de stapel.

Het overkomt je niet vaak, dat je op deze onverhoedse wijze tegen muziek aanloopt die je zo betovert. Na twee, drie keer draaien was ik zwaar verslaafd aan deze cd. Vooral de zomer van 1996 was zodoende zeer dragelijk. Jollification heet de CD, die zonder meer doet wat de titel beloofd. De muziek is van een lichtheid die de Nederlandse critici – zo las ik later, als “onverdraaglijk” beschreven. Mierzoet, kermis snoep dat het glazuur van je tanden laat springen. Engels ook. Ten tijde van het hoogtepunt van britpop (Oasis, Blur).
Met die lichtheid valt het wel mee, maar ten tijde van de glorieuze terugkeer van de gitaar speelde die bij LS geen hoofdrol, terwijl de synthesizer nog wel belangrijk is. Zonder overigens een nadrukkelijk “eighties” gevoel te geven.
Na Jollification in 1996 te hebben stuk gedraaid, bleek de houdbaarheid van de muziek voor mij zeer elastisch. Heel regelmatig komt de cd weer uit de la en houdt het dan moeiteloos weer een aantal draaibeurten vol. Dat is niet veel muziek gegeven.

Over Lightning Seeds en Ian Broudie valt hier veel te lezen, dat kan ik mijzelf besparen. De groep was en is bij mijn weten nog steeds immens populair in Engeland. Van dit album dat de doorbraak betekende zijn 4-5 singles hoog in de Top-40 beland. Maar in Nederland bleef het lauwloenen. In een oplaaiende vlaag van zendingsdrang heb ik de CD nog twee keer gekocht. Ook in de uitverkoop, voor respectievelijk 5 en 2,50 (fl.). Volstrekt vergeefs heb ik die aan vrienden en bekenden trachten te slijten. 1 is er beland bij Hib Anninga. Ik denk echter dat hij er nog nooit naar geluisterd heeft. Anderen leverden de andere cd na verloop van tijd weer trouw in. Aardig, op zijn best, was de kwalificatie.

Van de week toen het vocht weer met liters uit de lucht kwam vallen, kon ik wel een dosis blijmoedigheid gebruiken. Niet gehel onverwacht bleef mijn vinger dan ook steken bij…. .
En weer, met het zelfde resultaat. Dat heeft mij er toe aangezet nog éénmaal aan mijn zendingsdrang toe te geven. Dit is een mooi platform. Lezers, je weet niet wat je mist gewoon. Jollification van Lightning Seeds. Probaat middel tegen tal van depressies. Als je de cd ergens tegen komt, dan meestal voor weinig, niet getwijfeld, kopen!
Wie ik nu zozeer geprikkeld heb dat er geen wachten meer aan is. Laat het mij weten, en ik leen je de cd met alle plezier. Als je de enige bent, en het leuk vindt, mag je hem nog houden ook. Mijn laatste exemplaar blijft echter bij mij. Ik denk niet dat ik zonder zou willen.

Nu rest mij niets meer…………

maandag, augustus 14, 2006

Gemak Dient U. En mij

Even over de kandidaat om bij PCM de afdeling Multimediasamenwerking gestalte en inhoud te geven. Met het commentaar geven wil het niet zo.

Maar het kan makkelijker:


Wie is de meest geschikte kandidaat, naar jouw mening:

1) Jaap van Huis
2) Hans Germeraad
3) Hidde Zwaagstra
4) Nico van Zetten
5) Sikke Bakker
6) Marco Boender
7) Iemand anders
8) Niemand


View Results


Make your own poll




Foute weblogs? Foute initiatieven?

Mosterd na de maaltijd? Beetje wel. Ik had het echter uit het hart geschreven, en na enige bewerking toch maar publiceren.

Ik had al besloten geen aandacht te besteden aan de kruistocht van Joost Ravoo van de NS. Voor
wie de afgelopen weken op vakantie is geweest in een notendop; naar aanleiding van een woordenwisseling op Geen Stijl is Ravoo daar voor Goebbels uitgemaakt. Niet fijn. Op zijn zachtst. Maar het is dan ook Geen Stijl. Ravoo wilde het er niet bij laten zitten en is via BVA en een eigen queeste, uit op het “Kalt stellen” van dubieuze sites, Geen Stijl voorop.

Joost Ravoo – niet zo lang geleden marketeer van het jaar - heeft de afgelopen weken op de verschillende forums niets aan aandacht te kort gekregen. Daarom zou ik er niet over schrijven. Nu publiceert Adformatie in # 32/33 echter een rondvraag over het onderwerp. Wat mij toch over de streep getrokken heeft is het volgende wat werd opgetekend namens Ravoo:

“Adverteerders moeten zicht hebben op wat zij aan mediaruimte inkopen. Je wilt met je advertentie toch niet in een bedenkelijk Umfeld staan? De sleutel om de selectie van websites te beheren zou bij de mediabureaus moeten komen te liggen. ….”

Wat de eerste zin betreft, ik kan niet bedenken dat er adverteerders zijn die dat zicht niet hebben. Op wat zij inkopen. Doorgaans weten zij exact om welke titels, zenders en zelfs blokken op zenders het gaat. Logisch. Internet is inderdaad misschien iets minder doorzichtig, maar adverteerders krijgen ook daarvoor vooraf een plan met site titels. Nu kan het argument zijn dat het ondoenlijk is om al die sites iedere dag door te lezen. Maar dat gaat op voor alle media. Ravoo en zijn communicatie afdeling zijn hoogst waarschijnlijk – ook – niet in staat om van alles in alle andere media kennis te nemen. Je zou overigens wel verwachten dat oplettende marketeers weet hebben van Geen Stijl.

Dan is er de definitie van bedenkelijk. Die zou dienen te worden vastgelegd in een gedragscode. Voor hen die publiceren en voor degenen die moeten beoordelen? Dat zal een boekwerk worden. Want woorden en contexten zijn multi interpretabel. Onbegonnen werk.

Tot slot de toebedeelde rol aan mediabureaus. Welja, ga die maar opzadelen met het beheer van de interpretaties. Ik bedoel natuurlijk van niet, maar nog terwijl ik het opschrijf denk ik “ja, wel”. Wat een mooie mogelijkheid om hier een riante afdeling voor in te richten. Dat wordt goed verdienen. Het mag duidelijk zijn dat zoiets niet uit een percentage kan. Zelfs nog niet uit de volle 15%. Sterker, in die afdeling zie ik een noodzaak voor een hoog juridisch gehalte. Daar horen dito uur tarieven bij.

Na enkele dagen bezinken, heb ik op de rest van mijn tekst zelf censuur toegepast. Uit de band vliegen is immers zo gebeurd, en al helemaal in mijn eigen Wereld. Vind ik. Beste Joost Ravoo, volg mijn voorbeeld. De nu foor jou ingeslagen weg is heilloos. Je gelijk halen over de rug van anderen is niet anders te karakteriseren dan: stijlloos.

vrijdag, augustus 11, 2006

Zomerzotheid? !!

27 juli verschijnt de Reclame Week.


Het is al weken zinderend heet. En dat is te merken. “TV-reclame katapulteert” kopt de voorpagina van RW. Dat warmte tot het gebruik van die werkwoordvorm inspireert is tot daar aan toe. De zomerzotheid slaat echter toe in de conclusie.
Na de vaststelling dat de groei van reclame bestedingen op TV – ondanks kritisch onderzoek – in het voorjaar 2006 de “double digits” weer in zicht brengen, wordt dat gekarakteriseerd als goed nieuws. De adem stokte. Bij mij. Voor wie dan? Goed nieuws?
Ok, natuurlijk voor TV exploitanten. Nu vooruit. Hoewel onduidelijk is over welke soort bestedingen het hier gaat. Bruto of netto? En waar ligt het nu echt aan, die groei? Was het vorig jaar in de eerste zes maanden dan soms zo slecht?Dankzij die kritische rapporten? De Economie? Een combinatie. Hmmm.

De adem stokte overigens om een heel andere reden. In mijn beleving is dit helemaal geen goed nieuws voor adverteerders. Overvolle TV reclameblokken doen immers niet noodzakelijkerwijs goede dingen voor individuele campagnes. Dat hebben die kritische rapporten toch proberen duidelijk te maken?


Het werd nog beter, in hetzelfde artikel. “Ook digitale televisie groeit razendsnel. Volgens SKO kan al 24% (?) vandaag DTV ontvangen. Dankzij KPN en UPC komt interactieve TV snel binnen het bereik van adverteerders."

Ik waag dat te betwijfelen. Zoek het eerste beste forum over aansluiting op digitale TV, op Internet eens op. De woede en frustratie van de gelukkigen die het mogen ervaren spoelt er van af. Persoonlijk werd ik door het lezen van die belevenissen weer enigszins gerustgesteld. Mijn UPC settop box heeft er voor gezorgd dat ik digitaal vrijwel alleen ‘blokken’ op het scherm zie, terwijl ik nu analoog wordt geteisterd door prachtig diagonale lijnen. Ik, en al die anderen waarvan ik ervaringen lees in genoemde fora, schoppen "digitaal" zo snel mogelijk de deur uit. Opnieuw zijn wij blij gemaakt met een gebleken dode mus (een digitale vergelijking ontbeer ik nog). Het goede nieuws is dus dat het 24% zou kunnen zijn. Het gaat het echte niet worden. Nog niet.

Resteert de vraag waarom RW dit ‘nieuws’ tot opening van haar uitgave verheft? De titel – niet toevallig ook van het hoofdredactioneel commentaar in het betreffende nummer – is het antwoord.