dinsdag, december 04, 2007

Hot Hot Heat?


Hoe was het ook alweer volgens Mcluhan. Hij noemde TV een ‘cool’ medium. Omdat TV om participatie van de kijker vraagt. Nu ja, het waren de jaren 50 van de vorige eeuw. Je kan het je niet meer voorstellen. Sterker, met een beetje goede wil is Tv tegenwoordig te beschouwen als veel meer involverend dan… nog niet zo lang geleden.
Maar daar gaat het hier eigenlijk helemaal niet over. Ik wilde kwijt dat je tegenwoordig overal struikelt over media. Zo bezien zijn ze allemaal ‘hot’, en TV misschien wel het heetst.

Volgens het ‘hoge bomen’ principe levert dat weerstand op. Dat zorgt dan weer voor veel aandacht. Niet in de laatste plaats.... in de media zelf. Ook politici zien hier regelmatig kansen. Vanzelfsprekend om zich zelf te profileren. Wat te denken van SP-lid de Wit? Hem na te geven, het is voor hem geen ééndagsproject. Maar, zijn strijd tegen de belspelletjes bekijk ik toch nog altijd met een ongemakkelijk gevoel van wantrouwen. Ongemakkelijk, omdat ik zelf ook geen fan ben van deze programma’s. Het wantrouwen komt voort uit het vermeende ‘goede’ dat de Wit met ons voor heeft.
Voor de goede orde, als ik op het TV-scherm “ .agelbui “ lees en er wordt mij door een nieuwe Edwin Evers toevertrouwd dat het om bevroren regen gaat, en dat ik door een telefoontje zo maar € 900 rijker kan worden… Dan bel ik niet. Ik begrijp heel goed dat het geld niet dagelijks in die hoeveelheden op straat voor het oprapen ligt.
Maar volgens de Wit doet het overgrote deel van deze volksstam dat wel. Ik denk ook wel dat hij gelijk heeft. Anders waren die spelletjes er al lang niet meer geweest. Het is een vorm van bedrog die afstamt van de kwakzalverij. Mijn punt is dat mensen zich nu eenmaal graag in de luren laten leggen. BELazeren, volgens de Wit. Dat schaf je niet af. Dat kan je niet verbieden.

Nieuwsmaker de Wit wordt in Adformatie 48 een diepte interview afgenomen. Als ik het lees neemt mijn irritatie alleen maar toe.
Interviewer stelt: Volgens het OM hebben mediabedrijven als SBS 12 miljoen euro winst geboekt in 2006. (Zelf vind ik het moeilijk om dit te interpreteren gaat het hier nu om de SBS bedrijven of ook om RTL etc.?).
Antwoord de Wit: Volgens mij is het veel meer. Mijn eigen schatting komt toch al gauw uit op 50 miljoen winst. Tja, als ik dat zo lees, dan maak ik die de Wit voor een conservatief uit.
Wat nu ‘volgens mij’ en ‘al gauw’. Daar spreekt bepaald geen ‘diepgravendheid’ uit.
De interviewer vindt het al lang mooi, en draaft hijgend door:
“Daarnaast hebben we nog de toeleveranciers 2Way Traffic en Endemol…
Daar komt de Wit weer: Die zullen het ook niet voor niets doen. Bovendien verkopen ze het format over de wereld.
Bent u bij mij? De Wit weet er niets van af. Dat blijkt wel uit die eerste zin. Uit de tweede zin kunnen wij afleiden dat hij niet over een ‘kaasstolp’ blik beschikt. Het is zielig voor alle mensen op de hele wereld. Dat zij belazerd kunnen worden door een bel spelletje.
Van het front van de interviewer valt geen nieuws te verwachten. Een zorgvuldig voorbereid lijstje vragen wordt afgewerkt, daar brengt geen antwoord hem van af.
Een ding is zeker. Jan de Wit (familie?) gaat de TV geschiedenis in.

Dat kan ik ook, dacht CU kamerlid Slob. Het moet maar afgelopen zijn met die seks dating 06 belprogramma’s in de nacht. In het Parool las ik dat het volgens de CU toch niet zo kan zijn dat er s;nachts niets anders aan de man is te brengen dan seks. Bovendien paste het niet in het streven van deze regering om de seksualisering van deze maatschappij tegen te gaan.
Hoon en erger waren Slob’s deel. Hoewel ik van mening ben dat dit soort TV-zendtijd in het genre ‘Gouden Kooi’ kan worden ingedeeld, ben ik blij dat zijn motie kansloos bleek.
Slob had beter moeten opletten. Lenen bij de Wit. Immers, ook hier is sprake van BELazeren. De bellende sufferd krijgt zijn trekken thuis in de vorm van een gepeperde telefoon rekening. En ook hier zal gelden: hele volksstammen. Om het heet van te krijgen.

Benieuwd of McLuhan TV in deze context nog altijd als ‘cool’ zou betitelen. Volgens die participatie definitie natuurlijk wel. Of niet?
Vooruit, hij legt het zelf nog een keer uit:



zondag, december 02, 2007

Kronkels?

Het is bizar, hoe je hersens werken. Zo lees ik in het AD van 1 december op pagina 13 de intrigerende kop: “Daling aantal Amerikaanse doden in Irak zet door”. Het deed mij onmiddellijk schakelen naar ‘Wake up dead man’ van U2. Nou, nadat ik eerst nog dacht aan een medisch wetenschappelijke doorbraak van de Amerikanen, maar dat terzijde.

In eerste instantie had ik de titel trouwens niet helemaal goed, maar dacht aan; ‘Walk on dead man’. In plaats van te Google-n , greep ik terug op het vertrouwde zoeken op mijn cd’s.
Dat verliep niet goed. Van de laatste 15 jaar van U2 heb ik niet zo veel Cd’s. Het bracht mij dus bij de verzamelaar ‘the Best of 1990 – 2000’. Maar, zoals de kenners ondertussen hoofdschuddend beamen, dat was een nutteloze exercitie.
Het bevestigde mij wel opnieuw in mijn mening dat de band na het onweerstaanbare “Achting Baby” de draad volledig krijt raakte. Wat een armoede tussen 1991 en 2000. Wat een mediocre liedjes!! Wat een aanfluiting in vergelijking met de voorgaande verzamelaar ‘The best of 1980 – 1990”.



Ik zal mij zelf hier zeker niet uitroepen tot de Nederlandse ontdekker van de band. Wel staat mij nog helder op net- en trommelvlies de verpletterende indruk die zij op mij makten op PinkPop 1981. De volgende dag direct het debuut Boy aangeschaft. Dat luidde een 10 jaar durende liefdesverhouding met de band in die zich vooral uitte in het kopen van de lp’s.
Na Achtung Baby ging het uit. Zooropa en Pop konden niet bekoren en All that you can leave was een betere titel geweest voor het album waarop ‘Beautiful day’ en vooral ‘Stuck in a moment’ mij treffen als dieptepunten in de catalogus van de band. Vreemd genoeg ben ik kennelijk één van de weinigen die er zo over denkt, want de nummers presteerden het wel om U2 weer terug in de top-40 te brengen. Ook in mijn directe omgeving tref ik weinig bijval voor mijn kijk op het tweede decennium van de band.
Enfin, dat schakelde mij naar het Cultureel supplement van NRC van 30 november, met op pagina 11 “de geur van willekeur”. Een artikel over de vermeende beperkt- en éénzijdigheid van Radio 2’s Top 2000.
Ik had gezien dat in de top 10 van die lijst van 2006, U2 prijkt met “One’. En daar ga ik weer. Het is natuurlijk een mooi nummer, maar als ik aan U2 denk, dan toch liever aan iets meer sprankelends . Pride, Even better, Mysterious ways, the Fly, om het qua laatste drie bij Achtung Baby te houden.

Het artikel van Yaël Vinckx maakt naar het einde toe een draai. Inderdaad de top 10 van de meeste ‘Top whatever”-lijstjes is doorgaans heel voorspelbaar, of beter, inwisselbaar. Ook zijn het in dit soort lijsten vaak de liedjes die helemaal niet representatief zijn voor het werk van betreffende artiesten. Ik noem u 1 voorbeeld; ‘Nothing else matters”. Van Metallica (op 10). U weet wel, van die dik hout onversneden herrie. Dat hoor je nooit op de radio. Nooit! Dus wat doen die Metallica fans? Stemmen op het liedje dat de grootste kans maakt wel gedraaid te worden. Met succees. Sterker het wordt een hit. Want wat geen pijn doet, dat consumeert de doorsnee luisteraar wel, en die gaat het vervolgens nog mooi vinden ook. De gemiddelde Top zoveel biedt een keur aan soortgelijke voorbelden.

Ik zeg dan ook altijd dat echte liefhebbers van (pop)muziek, en ja daar reken ik mijzelf toe, de gemiddelde ‘Top-nogwat’ vermijden. Zeker de laatste uren, wanneer de top-10 binnen gehoorafstand komt. Allemaal nummers die je de neus uitkomen. Doorsnee die niemand pijn doet. Dus niks willekeur, maar ouderwets: ‘de geur van Spruitjes!’.

maandag, oktober 29, 2007

Valse Profeten?!


Twee weken geleden was het rondje langs de velden gwijd aan een onderwerp dat ook zijn oorsprong vindt bij John Faase (zie zijn weblog). De rondvraag kreeg de suggestive titel mee: “Onmeetbare media”. Het onderwerp kreeg een bovenmatig hoog soortelijk gewicht dankzij een opmerking van de Grote Giep. Hij vroeg zich af of wij niet (of wel) in de nadagen van de massacommunicatie zijn aanbeland. Dat zou wat zijn. Kunnen die leerstoelen direct in de hoek worden gezet.
Heel opmerkelijk was het begeleidende plaatje. Een afbeelding van een soort Eifeltoren. Met warrige sliertjes die naar kruisjes leiden. Zou die warrigheid de moeizaamheid van het bereiken moeten voorstellen? Dit leek toch eigenlijk veel meer op een zendmast met massabereik.
Maar goed, de rondvraag.
Hierin participeerden vijf vakbroeders, allen met een research link. Twee van een onderzoekbureau, 1 van een mediabureau, 1 van een mediumgroep (RTL) en de management consultant van Metrixlab. Dat lab lijkt een verwijzing naar obderzoek.
De voorgelegde vraag was; “weten we echt niet meer wie we bereiken?”

Wat volgde was een fijne verzameling stokpaardjes, (voor-) oordelen, reclame voor eigen standpunten en verkoop praatjes.
Niemand zei ja, of nee, en wel hierom.
Natuurlijk doken de ‘usual suspects’ fragmentatie, effect is belangrijker dan bereik, interactie met de klant, methode van dataverzameling, enzovoorts langs. Maar een antwoord? Niet gelezen.

Het is alweer een tijd geleden, maar Joost Swarte heeft jaren in Vrij Nederland een vermakelijk strip-item verzorgd onder het motto “Niet zo / Maar zo”. Mooi absurd. Daarom vast aandachtpunt. De inhoud van deze rondvraag was een prachtig voorbeeld van “Niet zo”,

Is de vraag wel te beantwoorden, zo hoor ik u vragen. Zeker. Er is zojuist een nieuwe Printmonitor gelanceerd. Voor en heleboel titels kan vrij goed worden vastgesteld wie er met die titels bereikt worden. Hetzelfde geldt voor TV, radio en in steeds meerdere mate ook voor allerlei pagina’s op internet. Allemaal media die nog steeds heel goed in staat zijn massa's te bereiken.
Punt is wel dat er nog veel meer kleine dan grote ‘media’ zijn (nog een suspect? Hier, de ‘long tail’). Zolang die media heel klein zijn, weten wij niet goed wie zij bereiken. De reden om er dan toch gebruik van te maken vindt zijn oorsprong dan in (nog 1x) het buikgevoel van betrokkenen. Maar dat is ook niet nieuw.

De verwarring wordt al maar groter door heel hard 'verwarring' te roepen. En elkaar na te doen. We willen graag alles weten. Dat lukte vroeger niet, en dat lukt nog steeds niet. Maar we weten toch zoveel meer dan vroeger. Zeker als we massa’s willen bereiken.


Helaas kon ik op het net geen voorbeeld van “niet zo” van Joost Swarte vinden. Wel van ‘maar zo’!

vrijdag, oktober 26, 2007

Over 'missers' gesproken

Adformatie #43 jaargang 35 bevat een prachtige advertentie reeks, die op een rechter pagina (39) aftrapt met een als opinie geafficheerde platinum misser:

“We vinden hun sound niks en gitaarmuziek is op z’n retour.”

Of wel de manier waarop Decca’s A&R manager de Beatles in 1962 afserveerde. Prachtige tekst in een blauw-zeegroen vlak.

1 rechter pagina verder (41), een vervolg:

“Er is geen enkele reden voor wie dan ook om thuis een computer te hebben.”

Ook zo’n uitspraak die vandaag de dag onbegrijpelijk voorkomt uit de mond van de CEO van Digital Equipment Corporation in het zo nabij ogende 1977.

Weer een rechter pagina verder belanden we met beide benen in het heden. Zelfde simpele pagina nog steeds. Dat blauw-zeegroene vlak in een wit kader met de zin:

‘De Pers wordt nauwelijks gelezen.” Opgetekend uit de mond van John Faase, 'onderzoeker' bij Kobalt.

BENG! Meer “in your face” is niet denkbaar. Boodschap: “LOUD and clear”.


Wat enorm jammer dat de betaler van deze pagina’s heeft gemeend er nog een pagina met 'feiten' op te moeten laten volgen. Allemaal saaie feiten, die niets toevoegen aan de impact van die eerste drie pagina’s. Sterker, die 4e pagina doet regelrecht afbreuk aan de eerste 3.

Was het een 4=3 deal? Had die 4e dan in #44 jaargang 35 geplaatst!
Jammer, jammer, wat een gemiste kans, Cornelis.

Enne, ‘by the way’ over feiten:
Decca’s Rowe valt weinig kwalijk te nemen als je de demo’s beluistert die hij in 1962 kreeg aangeboden. Dankzij internet kan iedere geïnteresseerde tegenwoordig kennisnemen van dat stukje huisvlijt van John en Paul. Typisch geval van ‘je zou willen dat je het nooit gehoord had’.

Aan Ken Olsen van DEC hoef ik toch zeker geen woorden meer te besteden?
Dus ook niet aan de conclusie van John.


Op naar de volgende ‘briljante’ quote

maandag, oktober 15, 2007

Vaarwel Marianna


Het opladen van deze ‘post’ heeft de nodige twijfel doorstaan. Uiteindelijk heb ik dus besloten het te doen. Media zijn immers mensen, en had ik niet gezegd dat het hier soms persoonlijk kon worden?

2007 is in meerdere opzichten geen fijn jaar. Eerst was er 10 juni het volstrekt onverwachte wegvallen van Hans van Hulst. Nu 2 oktober volgde het onvermijdelijke overlijden van Marianna Buterin. Onvermijdelijk, dat wist iedereen, maar dat maakt het toch niet minder moeilijk te accepteren.
In juni 2006 hoorde ik dat Marianna door Nederlandse artsen was opgegeven. Of beter, overgegeven aan de ziekte die enkele jaren daarvoor begon met borstkanker. Marianna is snel daarna vertrokken naar Australië, om voor haar dochter een nieuw ‘huis en haard” te vinden. Begin juli 2006 kreeg ik Marianna’s mailadres van Leontien Wenneker. De dag daarna schreef ik mijn eerste mail. In het Engels. Ik had immers geen idee hoe het met haar ging.
Die mail vertelt goed wat ik toen voelde, en dat is eigenlijk onveranderd:

Dear dear Marianna,

A few weeks ago someone told me about the terrible development of your illness.
Shivers running up and down my spine, then and now.
Unthinkable, unbearable, unacceptable. Yet, we all know deep down inside that this is happening all the time. BUT NOT TO THE PEOPLE YOU KNOW!

Fortunately l met Leontien yesterday and she gave me your e-mail address. Since l learned the news about you, the plan lingered to write to you. Now I can do that.

Marianna, although knowing each other never developed into a deeper friendship, l have always felt affection for you. You are a person who could easily brighten up a (my) day, if only by passing along. I vividly recall our conversations at Initiative. I was on the brink of leaving for Carat, you were still with Wouter and we discussed future opportunities. Then after IM we occasionally met. I see you stumbling from the MediaWerkGroup party in Noordwijkerhout (you faked) claiming to be (dressed up as) a Russian streetwalker.

I remember meeting at The Management Team 25th celebration Supper Club boat. You were already pregnant and you confessed “Alle, I’ve made a soap series of my life”. Then, last year (2005) at the AMMA’s was the last time we met. You told me about your breast operation, your future plans to dedicate your love and life to your little girl. We were happy.

Now, I know that soon you will no longer be around. We will not be meeting each other again, because you have returned to Australia. A brave and wise decision. For me, you have obviously done the best you can, considering all the circumstances (I know of). Nothing much like a ‘soap’ at all. But that is no secret to anyone I know of, who knew you.

I will miss you as a friend, your infectious enthusiasm, your gentle madness, your warmth as a person and above all that heavenly broad smile of yours.

Personally, I am not religious at all. Still l can imagine that there is something after this life. That thought is indeed somewhat comforting. For all of us.
Nothing more l can do now than to wish you strength and the best l can think of.
It has been a real pleasure knowing you. Maybe….?

Twee dagen later war er antwoord van Marianna, nog bijkomende van een heftige behandeling was zij schrijvend 1 en al optimisme en vol strijd- en levenslust. Wat haar betreft was het nog lang niet over. We mailden regelmatig, tot in afgelopen zomer. Als de tijd dan verstrijkt, dreig je jezelf te bedriegen. In haar laatste mail aan mij schrift zij zelfs naar Nederland te willen terugkomen. Een afscheidstournee! Ook schrift zij dan dat zij op Hyves haar eigen weblog is begonnen. Die volg ik dus.

Vrijdagavond 21 september verzeil ik bij toeval op Hyves en check Marianna’s pagina.
Haar laatste schrijven dateert van de 13e. Het is een mooi verhaal over haar liefde voor lezen, van boeken in het bijzonder. Zo herkenbaar. Dan besterft de glimlach op mijn lippen. Marianna schrijft dat dit het afscheid zal zijn. Het maanden lange gevecht tegen de slopende ziekte loopt op het eind, zo heeft zij net van de Australische doktoren gehoord.
Zij stelt ons gerust, wenst ons sterkte, bedankt ons.
Ik mail haar direct, voor het spreekwoordelijke hart onder de riem, en de wens nog veel te kunnen mailen.
Het is hard gegaan. 6 oktober kwam ik terug van vakantie uit Marokko. Marriana, zo bleek, was er al niet meer.

Ik denk niet dat mensen die Marianna iets beter kenden, haar snel zullen vergeten. Als ik aan haar denk en terugdenk, dan is het met een glimlach.

Vaarwel, Marianna