dinsdag, augustus 14, 2007

I hear you knocking

….but you can’t come in. Een hit(je) van Dave Edmunds in de vroege jaren 70. Ik dacht er gisteren aan, toen ik dacht over de mogelijkheid van deze ‘post’. Vanmorgen hoorde ik het nummer voor het eerst sinds jaren op Arrow Rock. Toeval bestaat niet. Zegt men. Vandaar maar weer eens een mening.

Adformatie leverde afgelopen week een soort ‘nastoot’ rond het programma De Gouden Kooi. Het opent met nieuws verkregen uit onderzoek dat in haar opdracht is uitgevoerd. De voornaamste uitkomst blijkt “Meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat adverteerders omstreden (?) tv-programma’s als DGK moeten boycotten”. Waar een land zich toch druk over kan maken, denk ik dan, maar dat was al bekend.
Een meerderheid? Ja, 53,4% van 600 ondervraagden van 18 jaar of ouder steunden deze stelling. Ik sta er niet versteld van. Dit soort stellingen levert ook zonder probleem een meerderheid op voor de stelling dat alle reclame op televisie na 12 uur s’nachts moet worden uitgezonden. In mijn ogen zou die 53.4% dan ook niet als ‘nieuws’ aangemerkt mogen worden.
Nee, in het licht van al die commotie rond het programma, veroorzaakt door de hoeders van de goede smaak (in relatie tot tv-programma’s) is het % van 53,4 eigenlijk onwaarschijnlijk laag. Toch? DGK heeft zich in de laatste weken – het is zomervakantie, dus er valt niet veel te beleven op het scherm – weten op te werken tot kijkcijferkanon van Tien. Heel regelmatig kijken ruim 400.000 mensen naar DGK. Vierhonderdduizend. Zo uitgeschreven lijkt het zelfs nog meer. Maar uitgedrukt in een percentage is de 4% niet in zicht.
Zijn die andere 46% eigenlijk niet het grote nieuws? 16% is ronduit tegen de stelling en maar liefst 31% ‘weet het niet’.
Ik wil hier niet zo ver gaan te beweren dat de potentie van DGK ‘kennelijk’ enorm veel groter is dan de 400.000 kijkers van nu. Dat ligt overigens vooral aan mijn eigen afkeer van het programma. Als je er 2 keer over na denkt, en je voorstelt dat dit programma op RTL of SBS te zien zou zijn geweest, dan durf ik mijn hand er niet meer voor in het vuur te steken.

Wat ik nu mis in zo’n onderzoek is het inzicht in de psyche van die 400.000 die wel eens kijken. Wat vinden en vonden die er nu van.
Op de Adfo-blog heb ik een poging gewaagd om de discussie over de mogelijke schadelijke gevolgen van reclame rond DGK voor adverteerders 180 graden te draaien. Onder die 400.000 kijkers van het programma moeten toch snel circa 100.000 personen zijn die wel eens boodschappen doen bij AH. Wat vinden deze kijkers er van dat AH zich van hen distantieert. Niet zozeer door er geen reclame meer uit te zenden, maar wel door het zo nadrukkelijk in de pers te melden. Natuurlijk was er niemand die hier op reageerde. Het is immers veel makkelijker om zonder je volledige naam te noemen, even snel in te kloppen dat je ‘het ook een kut programma vind’. Wat dat betreft was het niveau van de meeste reacties bedroevend. ‘I hear you knocking’. Hmm, meer ‘never mind the bollocks’.

Jammer, van het onderzoek dus. Dit, dit was geen nastoot, hooguit een ‘kets’. DGK kan mij gestolen worden, maar let op mijn woorden, dit is niet The End.

vrijdag, juli 13, 2007

Modder


Het is de afgelopen weken een substantie waar wij allemaal in meerdere mate mee vertrouwd zijn geraakt. Verwacht hier geen verhaal over klimaat of Earth Life, dat vind je genoeg op Adfoblog.
Het viel mij op de afgelopen weken hoe genoten uit de media branche in brede zin de figuurlijke variant hanteren.
Verwijten over – vooral - onkunde vliegen al langer over en weer, maar de Adformatie van 5 juli was een voorlopig dieptepunt. John de Mol werkt daarbij als katalysator en de ‘spatten’ hebben een flinke reikwijdte. Een fraai decor om zelf eens ‘roomser’ dan te zijn.

Leon Bouman trapt op pagina 2 af in zijn hoofdredactioneel commentaar. Met het rumoer rond de Gouden Kooi als aanleiding zijn de Mol, Haas de Mediamarkt baas, en van Westerloo de mannen die er van langs krijgen.
Van Westerloo zelf komt op pagina 7 aan zijn trekken. Ruud de Langen en media-inkopers ‘as such’ worden weggezet als notoire jammeraars, ‘a pain anywhere’, een noodzakelijk kwaad. Fons praat het liefst rechtstreeks met adverteerders.
Ellen Nap houdt het op pagina 11 betrekkelijk neutraal, maar op pagina 12 ‘in de rondvraag’ mogen een aantal ‘kenners’ vrijelijk het hart luchten. Ik vraag mij af wat John zo iemand als Roland van Kralingen nu heeft aangedaan. Overigens geeft van Kralingen zelf ook geen staaltje creativiteit ten beste. Zijn 7 oorzaken zijn eerder op deze plek al eens, en beter voorgedaan.
Dan als klap midden in de poel, niets is toevallig in de wereld, tref ik op pagina 49 de column van Ruud de Langen. Bijtend vitriool druipt tergend van de pagina af. Samengevat op de meest vriendelijke manier is de Mol volgens Ruud een kruising tussen Willie Wortel en Malle Pietje. Hoe kan iemand verbaasd zijn over het eindresultaat?
Kijk, de animositeit tussen mensen als de Mol, van Westerloo en de Langen kan ik dus wel herleiden tot geld. Hoe het met die anderen zit, vind ik moeilijker te doorgronden, maar het fascineert mij wel.

Zelf ben ik op deze Blog verklaard ‘gelovige’ geweest in Talpa/Tien. Tot het laatst dacht ik dat het ‘maste plan’ zou voorzien in een andere uitkomst. Meer dan teleurgesteld, heeft het mij verrast. Persoonlijk was ik geen zware Talpa/10 kijker, zelfs de categorie ‘licht’ is te zwaar om dit stukje kijkgedrag te duiden. Maar vanuit het vak bekeken, vond en vind ik het iets weg hebben van een spannend jongensboek. Dat krijgt ongetwijfeld weer en vervolg. Iedereen die bij dit ‘avontuur’ betrokken is heeft geen recht op medelijden of leedvermaak. Niemand is gedwongen. Drie maal is scheepsrecht! Dit is niet het einde.

Wat die modder betreft, behalve van een bewust genomen bad voelt niemand zich daar beter van of bij. Een zuivere analyse die voorbij gaat aan niet terzake doende emoties, ja, daar zit ik wel op te wachten. Daar kunnen wij allemaal van leren. Misschien in een volgende Adformatie?

dinsdag, juli 03, 2007

Verguld geklooi


Het schrijven van stukjes voor je log is meestal niet gebaseerd op het onderschrijven van een gedachte of het toejuichen van een goed plan. Dat is niet zo spannend. Als blogger heb ik dan ook begrip voor de wijze waarop selectie van nieuws tot stand komt en hoe dat vervolgens over ons wordt uitgestort. Goed nieuws is geen nieuws. Op zijn best komkommernieuws.
Schrijvers van ingezonden brieven, lang geleden voor mij een favoriet onderdeel van krant en tijdschrift zijn het ook nooit met een tekst eens, of profileren zich als notoire betweters. Op zijn best beginnen zij hun oeverloze waardering uit te spreken, maar dan…


Ook ik heb maar weinig nodig om geïnspireerd – of is het toch echt geïrriteerd – te raken, en het toetenbord te attaqueren. Zo blijkt het opeens populair om een mening te hebben over de Gouden Kooi. Daar hadden wij vooraf toch al genoeg over gezegd?

Zeker geen fijn besnaarde televisie, die Gouden Kooi (GK). Is het walgelijk? Tja, een kwestie van achtergrond vind ik. Ik heb er vanavond even naar gekeken, want ‘weet waarover je schrijft’. Het is niet lang vol te houden. Dus wegwezen bij dat programma.
Er zijn echter mensen die dit heerlijk vinden, en dat zal nooit veranderen. Niet door de politiek, en zeker niet door adverteerders. De politici van de strenge leer jeukt de vingers. O, wat willen zij graag een daad stellen. Maar die vingers branden, dat levert blaren op. Blaren hebben zij kennelijk genoeg om het bij woorden te houden. (Wat was er nu ook alweer Oliedom?)

Nu volgt dus een moreel beroep op het normbesef van adverteerders. Nee sterker, adverteerders worden opeens aangesproken in het kader van maatschappelijk ondernemen.
Hallo bent u daar?
In het kader van het uitzenden van een commercial rondom of in het programma de Gouden Kooi. Een mooi voorbeeld van íemand voor je karretje spannen’.
Ik wilde dit alles afschudden met medelijdende grimlach, maar tref dan opeens de voorpagina van het AD.

Hoe kon ik nu weer denken dat de reclame- en mediawereld deze oproep aan zich voorbij zou laten gaan. Je kunt je niet omdraaien of daar stellen een paar mediabedrijven zich behulpzaam op. Zij manen de eigen klanten om zich toch vooral niet in de omgeving van dit Sodom van de Nederlandse televisie te begeven. Want? “Je moet als bedrijf niet met dit programma willen worden geassocieerd”. “Dat is schadelijk voor je imago”. Grotere onzin heb ik de afgelopen tijd, nou paar dagen, niet gelezen. Ik zie spotjes van genoemde adverteerders overal. Rond programma’s die mij de meest gruwelijke zaken tonen. Dan heb ik het echt niet over de journaals en het enkele actualiteitenprogramma dat er nog is. Op de Nederlandse televisie wordt een enorme hoeveelheid reclame uitgezonden, en dat nu al weer bijna 20 jaar. Het is toch wel heel naïef om te denken dat kijkers zouden kunnen denken dat een adverteerder bij de Gouden Kooi dat programma zou goedkeuren.
O.K., als je twee minuten van het programma gezien hebt, dan kan je je dat in gemoede afvragen, maar dan is het volgende probleem toch dat die betreffende mensen dat bij al die andere programma’s ook doen. Zij zien die commercials de rest van de avond nog zeker twintig keer.


Dus, collega’s blijft objectief in je advisering en laat je niet gebruiken. Gebruik andersom dit ook niet als een goedkoop middel om even zelf enige publiciteit te genereren. Zo professioneel zijn wij met zijn allen ondertussen wel ;-).

In het begin van het tijdperk van de commerciële televisie, zo herinner ik mij, was er een sectie waarin kon worden aangegeven bij welke programma’s een adverteerder beslist niet wilde adverteren. Dat leverde mooie teksten op als “programma’s met een negatief beeld van het bedrijfsleven”. Het vakje bleef uiteindelijk meestal leeg en verdween rap van het A4-tje. Natuurlijk staat het iedere adverteerder ook nu vrij om niet bij de GK en dergelijke te willen worden gezien. Als men daar echter van verwacht dat het imago gespaard blijft, dan is dat naar mijn mening wel heel kortzichtig. Of beter, een zeldzame overschatting van de eigen reclameboodschap.

Hulde Pieter Haas, je bent toch niet gek!

O ja, dat was ook nog even lachen, die zwarte lijst. Erotische programma’s van SBS uit de vorige eeuw, twee voorbeelden daarvan, en nu alleen nog de GK overgebleven op de lijst.
Wat een aperte onzin. Vooruit collega’s laten wij ons bepalen tot zinniger zaken.

Deze vergulde placebo zal toch, hoop ik, niemand verleiden beter over jullie te gaan denken (imago)?
Advies; luister lekker vaak naar ‘An end has a start ‘ van Editors.
Titel en muziek, niets op af te dingen.

vrijdag, juni 22, 2007

Ode aan Hans

Er zijn zaken die je nooit zal kwijt raken. Op 18 april 1988 verstuurde Hans een kort handgeschreven briefje vergezeld van een uitgetypte lijst die twee A4 vellen besloeg.
De regelmatige lezers van dit log weten dan wel hoe laat het is.
De lijst betrof inderdaad muziek. De tekst van de brief luidde:

Beste Alle,

Bijgaand ontvang je een overzicht van de 50 beste platen uit de popgeschiedenis. Het zal een opluchting voor je zijn te merken dat deze meesterwerken voor het overgrote deel al in je bezit zijn.
De lijst opent met 19 zeer favoriete artiesten, ieder met 2 of 3 lp’s. Als ik een computer had zouden deze platen evenwichtiger over de 50 verdeeld raken. Dan volgen 22 mindere goden met ieder 1 lp.
Graag zie ik binnenkort jouw versie van dit overzicht. Het zal je heel wat hoofdbrekens kosten, maar het is een leuk soort puzzle.

Hans vertelde niet hoe lang hij er over had gedaan om tot zijn lijst te komen. De laatste zin gaf echter – zo ontdekte ik - aan dat hij wist waarover hij schreef. Het kostte mij in ieder geval een paar jaar voordat ik een antwoord had samengesteld.
In de afgelopen 19 jaar heeft Hans het nooit nodig gevonden om een actueler overzicht te maken. Dat zou overigens voor de keus aan artiesten niet veel hebben uitgemaakt. Hooguit de gekozen lp-titels. Ik vermoed echter dat er niet veel verschil in zou zitten. Hans volgde de ontwikkeling van de popmuziek namelijk nog nauwgezet via het gedrukte woord. Veel luisteren naar de muziek van de afgelopen 15 jaar deed hij – naar eigen zeggen – niet meer. Naar zijn overtuiging was de meest belangrijke (pop)muziek gemaakt in de periode 1965 - 1985 . Op die muziek was het voor ‘nieuwe’ bandjes en artiesten prettig variëren, maar echt iets nieuws? Nee, dat hoorde hij niet.

Hoe het ook zij, het maakt niet meer uit. Na 19 jaar en krap 2 maanden, blikt die lijst van 1988, voor mij nu toch zijn eindlijst te zijn. Daarom vind ik het belangrijk dat iedereen die er interesse in kan hebben, er hier kennis van kan nemen. Dat Hans trouw was aan zijn Pophelden ontleen ik aan zijn profiel op de Beefheart-site. Dit is de lijst:

01. Todd Rundgren: A Wizzard, A true star / Something/Anything / Todd
02. Captain Beefheart: Clear spot / Trout Mask replica / Shiny beast
03. John Cale: Fear / Paris 1919 / Slow dazzle
04. Beatles: Revolver / Help / Sgt Pepper
05. Kevin Ayers: Confessions of Dr Dream / Joy of a Toy / Sweet deceiver
06. David Bowie: Low / Station to station / Young Americans
07. Bryan Ferry – Roxy Music: In your mind / For your pleasure
08. Talking Heads: 1977 / Remain in light / Little creatures
09. Prince: Sign “O” the times / Parade / Around the world in a day
10. Van Dyke Parks: Discover America / Song cycle
11. John Lennon: with Plastic Ono Band
12. Steely Dan: the Royal Scam
13. Lou Reed: Street Hassle
14. Elvis Presley – Heartbreak hotel
15. Rolling Stones: Aftermath
16. Police: Ghost in the machine
17. The The: Soul mining
18. Nico: Behind the iron curtain
19. Little Feat: Feats won’t fail me now
20. Anthony more: World service
21. Doors: Waiting for the sun
22. Beach Boys: Pet sounds
23. Iggy Pop: Lust for life
24. Sex pistols: Never mind the bollocks
25. Pere Ubu: the Modern Dance
26. Ry Cooder: Ry Cooder
27. Bonzo Dog Doo Dah Band: History of
28. Tubes: Young and rich
29. Tom Waits: Swordfihtrombone
30. Joy Division: Unknown pleasures
31. Frank Zappa: Hot rats
32. Pink Floyd: Meddle

Nu de lijst is overgenomen weet ik met 100% zekerheid date er toch iets essentieels ontbreekt in deze lijst. In 1988 had Hans niet durven dromen dat Brian Wilson het ‘Smile’ project toch zou voltooien. Laat staan dat hij het in Nederland zou uitvoeren op 13 maart 2004. Hans had al driekwart jaar van te voren kaarten gekocht. Voorpret, dat was iets dat Hans uitgevonden zou kunnen hebben. Maar niets daarvan reikte zo hoog als de euforie die hij ten toon spreidde op die bewuste avond in het Amsterdamse Cola Paleis. Tineke en ik keken er naar en waren nog dieper ontroerd dan door het optreden van Wilson. Achteraf zou Smile zeker een plek in de 50 van Hans hebben ingenomen.

Muziek en momenten om te koesteren. Hier op internet gaat niets verloren.
Dus ook de 50 van Hans van Hulst niet!

zaterdag, juni 09, 2007

Geloofwaardigheid?

De voorlaatste post was eigenlijk geïnspireerd door de vraag van Adformatie’s Leon Bouman of ik mijn mening wilde geven over de geloofwaardigheid van mediaonderzoek. Nadrukkelijk ingegeven door het SPOT initiatief om zelf het tijdbestedingsonderzoek nog eens dunnetje over te doen. En met resultaat! De Adformatie bijdrage mocht 100 woorden omvatten. Regelmatige bezoekers van deze blog weten dat dit op zijn zachtst een uitdaging voor mij is. De eerste ruwe tekst bedroeg dan ook ruim 250 woorden. De eigen bezem wist dat uiteindelijk tot 200 terug te brengen. De redactionele vaardigheid van Bouman knipte verwed, maar ik kan mij goed vinden in het afgedrukte resultaat. Het biedt mij mooi de gelegenheid de onder zelf restrictie geproduceerde tekst van 200 woorden hier te publiceren. Lees en vergelijk!

De vraagstelling luidde:

Volgens onderzoek van het Uitgeversverbond is de tijdschriftlezer dol op advertenties en onderneemt een meerderheid geen andere activiteit tijdens het lezen. Maar volgens tv-promotieclub Spot wordt juist het merendeel van de leestijd gecombineerd met andere media, en wordt tijdens het tv-kijken het minst gemultitaskt. Hoe geloofwaardig zijn dit soort onderzoeken nog?


Op zich is er niets mis met de geloofwaardigheid van media onderzoeken. Zij moeten alleen ook echt worden gelezen en men dient zich te realiseren wie de afzender is. Vervolgens is de interpretatie van de uitkomsten afhankelijk van de eigen kennis en kunde gebaseerd op ervaring.
JIC initiatieven? Graag. Spot verklaart zich overigens ook bereid om het onderzoek in 2008 met andere partijen te herhalen. Het is echter een illusie dat dit leidt tot onderzoeksuitkomsten die alle partijen aanstaan. Het is niet voor niets dat mediabranche (vakblad-) onderzoek nauwelijks nog bestaat. Met Summo ging het heel lang goed. Over DM gonst het gerucht dat het einde nabij is. Dat gaat dan nog om zogenaamd harde uitkomsten. Levendig herinner ik mij het Mediabelevingonderzoek van 10 jaar geleden. Alle mediumtypen wisten hier data aan te ontlenen die de eigen communicatie kracht over het voetlicht brachten. Allen kozen een eigen invalshoek en/of interpretatie. Allen hadden gelijk. Maar de markt is niet meer gewend te lezen. Verder dan het oppervlakkige plaatje. De verwarring sloeg toe. Weer sneuvelde een mooi onderzoek.
Ook ik juich over gezamenlijke initiatieven. Niet van uit de verwachting dat deze onderzoeksuitkomsten onomstreden zullen zijn. Meten is niet altijd weten. Wel ‘meer weten’.