vrijdag, mei 19, 2006

De beste mediastrategieen worden geschreven door reclamebureaus, en niet door mediabureaus


Zo agiteert Adformatie op haar online pagina.

"In vijf jaar Amma ging de prijs voor de beste mediastrategie drie maal naar een reclamebureau, niet naar een mediabureau. En ook bij de uitreiking vorige week gingen twee van de belangrijkste prijzen naar reclamebureaus, Van Walbeek en TBWA. Wat zegt dat?"


De uitslag was koud uitgesproken, of ik dacht al; “dat gaat gezeur opleveren zoals hierboven verwoord”.


En nee, daar hoef je geen ziener voor te zijn. Tsja, wat zegt dat? Bijvoorbeeld dat reclamebureaus er vanuit hun basiskunde beter in slagen om een ideetje te presenteren en verkopen dan mediabureaus? Klinkt lekker, maar doet Jan Knaap wel erg te kort. Hij is namelijk ongetwijfeld degene die verantwoordelijk is voor het twee maal winnen van de prijs in de afgelopen jaren. En Jan is natuurlijk een geslepen oud-media strateeg. Wat je wel mag zeggen is dat reclamebureaus, gezien het grote aantal prijzen festivals waaraan zij gewoon zijn deel te nemen, meer ervaring hebben dan mediabureaus. En dat dus ondanks het feit dat er in MWG verband nog een avond is georganiseerd om mogelijke inzenders (van mediabureaus) op het goede spoor te zetten.

Wat hier overigens lastig is, is dat de expliciete afwegingen van de jury en de feitelijk ingediende cases (totaal) niet inzichtelijk zijn. Als ik het goed begrepen heb zijn de uitgereikte prijzen niet unaniem verkozen, maar bij meerderheid van stemmen. Zou het dan niet nog inzichtelijker zijn als duidelijk wordt hoe de verschillende bloedgroepen binnen de jury’s hun stem uitbrengen?

Wat de mediastunt betreft. Het spijt mij wel, maar het is in het TBWA geval toch vooral een ideetje wat mooi uitgepakt is. Het is moeilijk voor te stellen dat het uitgangspunt van de briefing een budget van € 500 is geweest. De mediastunt in de ware zin van het woord was in mijn ogen de Red Bull Air Race. Ook veel, heel veel, publiciteit in de media, en 700.000 mensen op de been. Waarvan je er dan ook nog eens veel met het product in aanraking kan brengen. Wat is er gebeurd? Niet ingestuurd? Was er helemaal geen bureau (reclame of media) bij betrokken? Kortom, wat zegt dat?

Blijft wel overeind, dat het irritant is dat reclame bureaus kunnen weglopen met mediaprijzen. Maar goed, de eerste AMMA afleveringen kregen qua organisatie en presentatie veel kritiek. De laatste twee uitreikingen waren goed georganiseerd. Ik zeg dan ook: “het is een kwestie van ervaring”. Komt goed.


Oh ja. Beste lezers, doe mij een plezier en stem even op deze link op de bovenstaande Adformatie vraag: NEE!

zondag, mei 14, 2006

Multimediaal? Wat is dat dan?

De Adformatie van 4 mei wijdde er zowat een hele pagina aan. Het seminar Blognomics.
Ik had er in de verschillende fora al over gelezen. Er werd heel wat af gediscussieerd. Vooral over de bijdrage van “oude bekende” Willem Sijthof liepen de meningen uiteen en hoog op.


De kop van het Adformatie artikel luidde “Multimediale aanpak in de blogosfeer”.

Mijn interesse was direct gegrepen. Halverwege werd ik – zo gezegd – geraakt als door een hamer. Als men het in deze kringen over multimedialiteit heeft dan dien je dat te verstaan als “het aansluiten van traditionele media op internet”. En, dat biedt kansen voor marketing (crosspromotion), sales (meer omzet met lagere kosten) en redactie (verhoging van de kwaliteit van content). En dit is dus een citaat.

In een flits werd mij duidelijk dat ik, als traditionele mediamens, een volstrekt verkeerde interpretatie toepaste. Zo doe ik Peter Wiegman in mijn post van 10 mei enorm onrecht aan. Zijn constatering dat er bij de dagbladen heel duidelijk een multimediamachine op gang komt is volkomen terecht. Gebaseerd op de hier boven genoemde definitie. En ook moet ik mijn mening misschien wel bijstellen als het gaat om de MWG aan Tafel bijeenkomst over multimediaal of crossmediaal. (Nah, toch niet.)

Voor de zekerheid maar eens via Google opgezocht wat multimedia eigenlijk blijkt te zijn.
Wikipedia geeft een antwoord. Ik word er niet blij van. Lees.

De term multimedia wordt vooral gebruikt in relatie tot computertoepassingen waarin verschillende media worden gebruikt. In deze context zijn media geluid, muziek (mp3, MIDI), foto's, video alsook invoermedia als toetsenbord, aanraakscherm, joystick, MIDI-klavier enz.

Nog even verder gezocht. Definieer vervangen door definitie. En dan kom je als eerste terecht bij Dact Multimedia uit Barendrecht. Webdesigners. Zij verwijzen naar Getnetwise.org. In hun “Guide to internet terms” omschrijven zij multimedia als: “Information presented in more than one format, such as text, audio, video, graphics, and images” Qua dragers, zo stelt Dact, zijn CD/DVD en internet het meest bekend.

Wie was het ook al weer? Van “zijn zij nu zo geniaal of ben ik zo wijs”. Het is in ieder geval het zoveelste bewijs dat de Blogosfeer uit een stel shoegazers van de ‘Hors Categorie’ bestaat. Een navel met de afmeting van een enorme vulkaan krater. En van daar uit wordt de hele wereld opnieuw gedefinieerd. Traditionele media mogen zich aansluiten!
Het trieste is dat vertegenwoordigers van de traditionele media ondertussen zo geïndoctrineerd zijn door deze niet aflatende intimidatie, dat de beste Hans – NOS – Laroes op het seminar stamelt dat “het denken in massapubliek sowieso niet meer van deze tijd is". En dan, aanhakend op het seminar thema, laat hij er stiekem op volgen; “Al zou dat commercieel een probleem kunnen zijn".
Gaat er een verzetsheld schuil in Hans? Opgelucht vergeef ik hem het er op volgende “Maar misschien ligt daar dan juist wel een rol voor de Publiek Omroep".

Ik leun achterover en denk “ik ben niet alleen in deze Blogmos”.

donderdag, mei 11, 2006

De Revival van “Sex sells”?

Het ontkennen er van is het ontkennen van ons bestaan. Uit politieke correctheid is het reclamebeeld ontdaan van de meeste “er met de haren bij gesleepte voorbeelden”. Die van de verleidelijke vrouw op de motorkap van een stoere auto is een archetype. De nieuwsbrief van de Sanoma Men’s Magazines (wij kennen mannen als geen ander) plaatst een opwekkende link naar een bericht dat is overgenomen van Algemeen Dagblad.nl (Hé!).

Hieruit blijkt dat modewinkels, met een afdeling mannen kleding, er goed aan doen om vooral vrouwelijke verkoopsters te selecteren op aantrekkelijke uiterlijke aspecten. Deze vrouwen een cursus flirten te laten lopen (sic). En, ze vervolgens te verplichten het aangeleerde in combinatie met het uitbundig benutten van het uiterlijk te gebruiken als middel om mannen geld uit te laten geven. Vooral jonge mannen (tot 24 jaar) zijn een makkelijke prooi. Bijna 30% laat het geld rijkelijk vloeien, smeltend voor de charmes(!) van dergelijke verkoopsters.

In deze tijden van economische behoudzucht en somberende consumenten met de hand op de knip is alles geoorloofd. Dus allee, terug ook met die vrouwen op de motorkap! Maar.......


Ik heb het nog niet opgeschreven of nieuwe tegen argumenten spoelen over het scherm. De Adrants Daily meldt een te publiceren studie, waarin zou worden aangetoond dat Sex toch niet altijd verkoopt. We kunnen nog geen kennis nemen van de inhoudelijke argumentatie, maar op voorhand ben ik wel bezorgd over de mededeling dat het onderzoek gebaseerd is op “200 college students”. Die wilden de professoren vast niet voor het hoofd stoten? Ik sluit mij ongeacht de “hardheid” van dit onderzoek graag aan bij de Adrants afsluiter:

“We hope everyone ignores the study”

woensdag, mei 10, 2006

Van veren, pluimen en andere waardering

Op de grote dag van de AMMA uitreiking, het jaarlijkse hoogtepunt in Media Werk Groep verband, blijkt maar weer eens dat de reclame wereld echt niet alleen staat in haar momenten van (zelf) verheerlijking.

Zo doet het veel genoegen om te vernemen dat het onvolprezen Fabchannel.com over enkele dagen een Webby Award in ontvangst kan gaan nemen. Voor het perspectief; de New York Times trekt een analogie met de Oscars, of wel onze eigen Gouden Kalveren. Hulde! Als er een site is waar je muzikaal beeld en geluid op een prima manier kan (her-) beleven, dan is het hier. Volstrekt terecht. Die award. Hier vindt je wat je nergens anders vindt in deze kwantiteit en vooral ook kwaliteit. Er kon wereldwijd gestemd worden, dus van twijfel kan geen sprake zijn. Nog los van alle eerder gewonnen prijzen. Trouwe lezers van Alleswereld wisten dit natuurlijk allang, en de prominente link hier links laat ook niks te raden over. Zo!

Ook het jaarlijkse webwereld krantenonderzoek heeft vanzelfsprekend een winnaar. Een beetje verrassend is het wel. Namelijk het AD! Winnaar op basis van het aantal bezoekers! De vraag dringt zich onherroepelijk op. Zouden dit al die mensen zijn die hun abonnement op de papieren versie de afgelopen tijd hebben opgezegd? Volgens Peter Wiegman (o.a. Stir) wel. Hij stelt “..In papier is geen droog brood meer te verdienen….”. Maar hij gaat dan verder: “…en dus zoeken uitgevers allerlei kanalen om lezers voor zich te winnen, zowel online als offline. Er is heel duidelijk een multimediamachine op gang gekomen.”

Er is HEEL duidelijk een multimediamachine op gang gekomen.

Ik heb HEEL duidelijk iets gemist dat Peter heeft waargenomen.

Aan de ene kant verbaast het mij niet. Want Peter plaatst het papieren dagbladhoofd dat hij eerst – als verdienmodel – van de dagblad romp afslaat, er in de volgende zin weer even gemakkelijk op. Waarom zou je iets waar je geen geld mee verdient in stand houden? Als commerciële organisatie. Om mensen de online weg te wijzen? Dat lukt immers niet. Dus waar komt die synergie dan vandaan, die de multimediamachine aan de gang houdt?

Voor een goed begrip, ik heb niks tegen een dergelijke machine. In tegendeel. Maar ik vind dit wel het zoveelste voorbeeld van opportunistische zendingsdrang van een betrekkelijk klein groepje mensen dat bezig (b)lijkt de mediawereld in versneld tempo te laten kantelen. Dat lijkt op eigenbelang. Laat u niets wijs maken! Er gebeurt van alles. Maar niet alles is even relevant. De mediawereld verandert continue. Van rigoureuze revoluties is echter geen sprake.

dinsdag, mei 02, 2006

Communicatienieuws Forum 2 mei 2006: 600.000 weblogs

Plots blijk dat 600.000 mensen in Nederland een weblog bijhouden. Wat is de betekenis hiervan voor adverteerders en media-exploitanten?


Alle Wijmenga, media director bij Media Planning:

's moeilijk. Iets eerder werd al gepubliceerd dat er wereldwijd iedere seconde iemand een weblog opstart. In dat perspectief vind ik 600.000 weblogs in Nederland licht teleurstellend.

Belangrijker vond ik dat in dat stukje in één adem door werd gemeld dat die logs het gemiddeld 3 maanden uithouden. En dan hebben we het nog niet gehad over de inhoud van die logs. Vakantiefoto's en andere albums, familiebijeenkomsten en meer - vooral - persoonlijke behartenswaardigheden. Leuk, maar vooral voor jezelf. Kortom, dat getal van 600.000 heeft beperkte betekenis. Naar mijn mening.

Dat geldt echter niet voor die pakweg 1000-2000 blogs die in een informatie- en/of community behoefte voorzien. Dat vraagt behoorlijk wat tijd van de betrokkenen en geïnteresseerden. Tijd die vast ten koste gaat van media. Van traditionele media, off-line. Maar DAT wisten wij toch al lang. Deze blogs zijn ondertussen behoorlijk professioneel. Je kunt er dan ook adverteren! En daar hebben wij dan weer de gespecialiseerde online media adviseurs voor. En dadelijk - hopelijk - ook STIR.

Ogen open dus, maar geen paniek.'

Enige discussie ontstond op: http://www.marketingfacts.nl/berichten/20060502_600000_weblogs_en_wat_nu/