dinsdag, april 23, 2013

Outdooronderzoek in de schijnwerper

Het buitenreclameonderzoek ligt onder vuur. JCDecaux laat het er bij monde van Bart de Vries niet bij zitten. Als fan van het onderzoek, kan ik zijn betoog alleen maar onderschrijven.


1 dingetje. Begrijpelijk dat je zo'n verhaal niet op een Abri of Billlboard kalkt, zelfs niet digitaal. Je gebruikt de vorm die het sterkst communiceert, namelijk de audio-visuele vorm. Dan is het beter om niet te gaan afgeven op het medium dat gebaseerd is op AV: TV. En als PS, Bart de volgende keer alsjeblieft 'real life' in beeld, want jouw comic alter ego leidt misschien te veel van de boodschap af.

woensdag, november 28, 2012

The (electrical) Power of Twizy

Twizy is een speelse vorm van electrische mobiliteit door automerk Renault. Als mediabureau van Renault hebben wij het model in maart-april op de Nederlandse markt geintroduceerd.

Samen met Reclamebureau Publicis en Social Mediabureau Dorst & Lesser en Radio 538  ontwikkelde OMD een media introductie die door bouwde op de internationale verbintenis tussen Renault Twizy en David Guetta. Een aanpak die zijn climax vond op het Amsterdam Pasha Festival.


Recent stelde Renault haar 'team en medewerkers' van OMD in de gelegenheid om de Twizy uitgebreid te beleven.

Als tegenprestatie heeft OMD het Twizy gevoel omgezet in beeld en geluid. En dat ziet er ZO uit!



dinsdag, november 20, 2012

The Tubes Forever


Wat een dag voor TV! Ten eerste werd ik door verschillende nieuwsbrieven attent gemaakt op een gloed nieuw rapport door Deloitte in samenwerking met SPOT en GFK: "a new breed of media?" met als pakkende ondertitel "Report on TV myths & truth". Of, zoals Marketingfacts het verwoordde "TV passé? ... Ik dacht het niet".

Het is niet in de stijl van "De wereld" om teksten van anderen te herhalen. Wat ik wel aan iedere geinteresseerde zou willen aanraden is de links te volgen en kennis te nemen van het onderzoek (in Engels) en de bespreking daarvan. The Tube is not dead yet. Jammer dat er meteen wordt geroepen dat de samenwerking met SPOT verdacht is. Dat zou echter betekenen dat als Deloitte maar genoeg betaald krijgt zij alles aan de wereld presenteren. Dat lijkt wel heel kort door de bocht en zou Deloitte een korte levenslijn bezorgen.

Goed, of dat nog niet genoeg is heeft SPOT er ook voor gezorgd dat 21 november, World Wide (ww) de Dag van de Tube wordt. Wat dat SPOT toch niet vermag! Het is tergend?

Jaap Bloem liet op Marketingfacts blijken er kijk op te hebben: The Tubes gaan nooit verloren. Zo is het maar net. Luisteren er naar is een groot plezier, er naar kijken enorm veel groter.

Doen!

vrijdag, mei 11, 2012

OMD - Renault: Beste Media/Middelenstrategie AMMA case 2011 "Nuchtere logica'

10 mei 2012 eindigde deze genomineerde case als runner-up in deze belangrijkste AMMA categorie voor mediaplanners. De hoofdjury oordeelde: ‘Simpel, krachtig, geniaal en heel knap gedaan.’ Hoewel de case is gepresenteerd tijdens het door MWG en OMD georganiseerde nominees preview op 26 april 2012 is de inhoud niet wijd bekend. Met gepaste trots, en namens alle betrokkenene, 'By popular demand' volgt hieronder de door Jolanda de Jonge bewerkte tekst die als case is ingestuurd. Veel plezier.

Renault – Nuchtere logica


Samenvatting


Deze case zouden we met hoofdletters willen beschrijven. Een case die je graag in het zicht van anderen legt vanwege de eenvoud en logica.

Renault heeftmodellen in het assortiment met name geschikt voor grote gezinnen. De Renault Espace heeft standaard zeven zitplaatsen en ook de Grand Scenic heeft er zeven. Met een gemiddeldegezinsgrootte in Nederland van 2,22 is de auto voor een doorsnee huishouden te ruim bemeten. OMD stelt voor de ‘bible belt’ te betreden. Als er ergens een ‘plek’ is waarruimte en gezinsgrootte matchen dan is het daar.

We willen geen reguliere campagne in media met een christelijke signatuur, maar een aangepaste campagne in wat voor orthodox christenen reguliere media zijn. Gefocust wordt op de functionele rol die de auto kan vervullen in het leven van de gezinnen. De hoofdboodschap is Beloon uzelf met de luxe van ruimte.

Twee christelijke dagbladen gericht op mensen met een gereformeerde levensovertuiging vormen de basis van het plan, inclusief bijbehorende sites. Op www.renault.nl komt een redactionele special te staan. In een christelijk familieblad komt een auto review. Renault geeft ‘acte de présence’ op een familie beurs gericht op mensen van gereformeerde gezindten. Er komt een speciale dealerpromotie met op de doelgroepafgestemde incentives. Kijk zeker naar de bijlage om bijvoorbeeld te zien hoe de kleurplaten van de beurs weer een rol speelden in de advertenties.

Dit is een case waar boodschap- en doelgroepdifferentiatie tot in het uiterste zijn doorgevoerd. Het is een campagne met aantoonbaar, tastbaar en bewijsbaar effect. Er rijden sinds onze inzet meer Renault Espaces en Grand Scenics rond op de Veluwe en wijde omgeving.

Achtergrond


Orthodox protestants en bevindelijk gereformeerden hebben een gemiddelde gezinsgrootte van 5,8 personen. Met zeven zitplaatsen in de Espace is dat de match die we zoeken. De rivier zal de zee niet halen als niet aan nog twee voorwaarden wordt voldaan. De eerste is fysieke aanwezigheid van voldoende dealers in de ‘regio’ (ja), de tweede is een goede waarde koppeling om de betrokkenheid bij de boodschap te vergroten.

De ‘bible belt’ is een voor media relatief gesloten gemeenschap. Daar staat tegenover dat haar bewoners een herkenbaar homogeen profiel hebben. Het Nederlands Dagblad (ND) en Reformatorisch Dagblad (RD) zijn landelijke dagbladen met hoogbereik in gereformeerde bolwerken. Beide titels zetten we in, offline en online. In het familieblad Terdege, een magazine over en voor christenen, zijn we met advertenties en met redactie (auto review) vertegenwoordigd.


Samen zijn, samen ’doen’ en het wij-gevoel zijn voor de doelgroep belangrijke waarden. De jaarlijkse publieksbeurs Wegwijs is een begrip in gereformeerde kringen. Renault is op de beurs aanwezig met een stand. Er zijn activiteiten voor het hele gezin (kleurplaten, wedstrijd, informatie).


Dat we ‘all the way’ gaan, blijkt ook uit de incentives waarmee de dealers hun prospects kunnen verblijden. Zinvol en relevant. De dealers kunnen vrijkaartenvoor de beurs aan hun klanten geven of een fotoboek over Calvijn.


De opbouw is gelaagd (thema, promotie, actie). De intensiteit van het contact neemt toe naarmate de tijd verstrijkt en moet uiteindelijk resulteren in een bezoek aan de showroom, proefrit, contact op de beurs of aanschaf van de auto. Alle elementen verwijzen naar elkaar zodat een logische route gecreëerd wordt.

Resultaat


De effecten zijn op meerdere niveaus onderzocht. Omdat gedragsbeïnvloeding het hoofddoel was, focussen we op sales in het verzorgingsgebied van beide dagbladen.

De dealers hebben aan hun klanten 800 boeken en 350 vrijkaarten weggegeven. De actie werd door de dealers en de bezoekers (showroom en beurs) sympathiek gevonden.

Tijdens de campagne werden er 11% meer orders genoteerd voor de Renault Espace t.o.v. de zelfde periode in 2010, terwijl de verkoopcijfers een dalende tendens vertoonden. Van alle orders in deze periode is 49% (!) toe te schrijven aan kopers met adressen binnen het verspreidingsgebied van het Nederlands en Reformatorisch Dagblad.
(Bron: Renault Nederland)


Bijdrage


Het idee voor deze gerichte aanpak en het onderliggende inzicht is afkomstig van OMD.

Waarom een Amma?

Met een verschuiving in het denken over doelgroepen zijn er meer auto’s verkocht. Bijna de helft van het totale aantal geplaatste orders tijdens de campagneperiode is afkomstig uit het verzorgingsgebied van de christelijke dagbladen. De (mogelijke) distantie t.a.v. luxe en begeerte van de doelgroep inzake auto’s is ondervangen door de functionaliteit van de auto centraal te stellen en door een volledig op de doelgroep aangepaste promotie.

Laat de betekenis van deze case doordringen en ervaar wat inzicht inhoudt. Die ervaring sluit een stilzwijgend terzijde leggen van deze case ons inziens uit.


Jos van den Bergh (Renault), HP Faber, Rody van Vierssen en Alle Wijmenga (OMD), en namens ND/RD; Arjen Thoutenhoofd en Eibert Spaan.




maandag, december 12, 2011

Social media socialer!?

Volgens Forrester ontwikkelen social media zich de komede tijd (geen frame) tot een sneller, efficienter met een hogere waarde ten opzichte van de tijd die mensen eer aan besteden ten opzichet van de huidige situatie. En passant: het einde van hypes zoals FourSquare en tegelijkertijd- ongetwijfeld - een toename van 'hypes' maar met een kortere doorloop tijd. Want tijd daar gaat het u en mij aan ontbreken. En DAT klinkt mij heel logisch in de oren.

Bekijk en beluister de presenattie van George Colony hier

maandag, november 21, 2011

Engagement: wat je er niet over durft te vragen....lees het hier

Nou, om eerlijk te zijn niet op deze blog maar op Canalside View van Martin Weigel. Martin publiceerde hier op 12 september van dit jaar "Engagement: Fashionable yet bankrupt".

Geert-Jan wees mij er al 7 dagen later op met de tekst: "..artikel dat iedereen die in reclame, media, marketing werkt moet lezen. Jij dus ook. Koren ook op jouw molen omdat het ageert tegen de online zeloten/papegaaien. Lang, maar goed. Zoals artikelen horen te zijn.
Dat was aanbeveling genoeg, maar het duurde, om onverklaarbare reden, tot gisterenavond dat ik er toe kwam het te lezen. Het Engels-talige artikel is even doorbijten, maar van onschatbare waarde. Het plaatst 'engagement' als top exponent van het 'nieuwe' marketing denken op de plaats die het - inderdaad, ook in mijn ogen - verdient.
De schrijver gaat daarbij bepaald niet over één nacht ijs. In een nauwgezet opgebouwd betoog, met verwijzing naar meer dan voldoende ondersteunend onderzoek (en een forse literatuurverwijzing worden de argumenten van de pleitbezorgers van 'engagement' gefileerd en afgeserveerd. Hoogst lezenswaardig (ook de reacties op het stuk) vooral voor al die adverteerders die zich momenteel het hoofd breken hoe zij toch in een wederkerige dialoog met hun 'fans' kunnen komen. Houdt daar nu direct mee op en kom tot bezinning na het lezen van:

http://mweigel.typepad.com/canalside-view/2011/09/fashionable-yet-bankrupt.html.

Niet meer wachten,

maandag, november 07, 2011

Story telling: Verleiding in optima forma

Vanavond heb ik mij opperbest vermaakt bij de uitzending van het TROS programma Radar. Briljante verkopers zien kans plastic doosjes, die zijn gevuld met zand, met daaraan een stekker gemonteerd te verkopen voor astronomische bedragen. Wat doen die doosjes dan? Zij verminderen celstress. (lees zelf even na wat er aan de hand zou zijn). Fantastische filmfragmenten waarin onherkenbare verkopers met verhalen die bol staan van de electrotechnische termen inspelen op de angst die iedereen wel heeft. Al die electrische apparaten en hun straling: "is dat eigenlijk wel goed voor mij?" Wat dacht u zelf? Naar verluidt zou zelfs de Triodos Bank een investering in deze 'technologie' hebben gedaan ten behoeve van het welzijn van haar personeel. Heel aandoenlijk en het past overigens goed bij het ideëele imago van de - overigens door mij sympathiek bevonden - Bank. In een niet al te ver verleden was de vriendelijke benaming voor deze praktijk 'kwakzalverij'. De onaangenamere betiteling luidt 'oplichting'. Hele dure placebo's dus. Wat een goed verhaal al kan doen. Juist, story telling: het nieuwe adagium van de reclamewereld. Ik loop naar boven, open mijn mail, en....BINGO!

Kop van de wekelijkse Marketing online nieuwsbrief: "Storytelling verdubbelt koopintentie". Was ik verbaasd? NEE! Was ik onglovig? DUBBEL NEE!! Storytelling is immers niets anders dan ... reclame. En iedereen weet: "goede reclame verkoopt".


Toch kreeg ik na het zien van het Radar item, een nare smaak in mijn mond bij het lezen van het artikel over het storytelling onderzoek. Linker- en rechter hersenhelften. Peer-to-peer communicatie. Driver voor word of mouth! Zelfs de vermaledijde 70% van de koop beslissing komt langs. Ditmaal echter wordt deze niet op de verkoopvloer genomen, maar naar aanleiding van peer-to-peer invloed. En, natuurlijk is dat een enorme kans voor merken in een tijd dat klassieke communicatie zoals reclame steeds minder goed werkt.

Een ding is zeker, deze storytellers hebben hun storytelling theorie niet over één nacht ijs naar ons toe laten glijden. Er ligt een experimenteel onderzoek ontwerp aan ten grondslag dat 5 sets van 2 merken testte in kwalitatief marktonderzoek. Vijftig studenten fungeerden als respondent. U raadt het vermoedelijk zelf al - ook als u het artikel nog niet hebt gelezen. Storytelling is een doorslaand succes. Waar is het Radar programma van de reclame om dit eens haarfijn te kloven? Storytelling, 'een goed verteld verhaal reist vervolgens ook verder'. Dat deed mij dan weer denken aan het spelletje in de kring waar de eerste persoon rechts in het linker oor van de buur een kort verhaal fluisterde. Dat ging zo de kring door, waarna de laatste hardop mocht uitspreken wat hem verteld was. Het leek in 90% van de gevallen niet in de verste verte op het 'origineel'. Jongens noem reclame vooral storytelling. Maar alsjeblieft vrijwaar ons van kwakzalver onderzoek dat het reclame image - zoals dat verbreid heerst - onderschrijft.

zondag, oktober 30, 2011

Soft Machine in beeld en geluid uit 1968

Dankzij het onvolprezen MOJO kwam ik enkele weken geleden op het spoor van circa 25 minuten video opnamen van mijn favotiete line-up van Soft Machine. Ze zijn ontleend aan de Franse TV en de kwaliteit van beeld en geluid is verbazingwekkend goed. Zie 'de man met  de ondenkbare stem' in actie op een wijze zoals hi,j sinds een onfortuinlijke val uit een raam in 1973, niet meer te zien is. De geacteerde stoicijnse rust in 'high spirit' van andere held Kevin Ayers is eveneens een lust voor het oog.

De Drie spelen A Certain Kind, Save yourself en Hope for happiness en improviseren alle kanten op. Dat kan en mag allemaal in 1968. Alle 'flower Power' liefhebbers moeten vooral eens goed kijken hoe het publiek dat spontaan (?) aan het dansen slaat er uit ziet. Cool!

Te zien op DANGEROUS MINDS en geheel terecht gekwalificeerd als mind-blowing. :-P

http://www.dangerousminds.net/comments/mind-blowing_early_soft_machine_footage_1968/

zondag, oktober 23, 2011

Niwuwe media? Oude media?

Het is vermoedelijk al weer een jaar geleden. De discussie over dode bomen media. Gedane zaken? Of nemen zij een keer? Letterlijk is dat de invalshoek van dit filmpje (dat indertijd ook bij de MWG is vertoond). Aanbevolen voor iedereen die een tijdspanningsboog van 2.26 minuut nog aankan. Als je niet wil lezen kan je ook alleen luisteren, als het licht maar gaat branden!

zaterdag, januari 22, 2011

Koffiedik uitgekeken?

Een nieuw jaar! Nieuwe inzichten! ?
De kenners, trendwatchers en andere goeroes hebben hun licht weer laten schijnen over het jaar 2011.
En? Heeft het u nog nieuwe inzichten opgeleverd?

Hieronder twee handen vol headlines van Adformatie.

Reclamecode schiet online tekort


Populaire banners niet het meest effectief

Nederlanders raken folder moe

Tijdschriften bestedingen onder druk


Nederlanders ‘in’ voor online folders


Mobile advertising geen groei platform


Digitale televisie: meer reclame skippen


Rol mediabureau wordt straks kleiner


Marketeers leren niet van reclame effect


Adverteerders negeren mobiele reclame


Nederlandse consument wil niet zonder Blokker, Hema en Kruidvat


VEA moet reclamevak meer verkopen

Van gisteren, eergisteren of nog eerder? Of misschien toch van volgende week?
"A change is gonna come" zong Sam Cooke. Zeker, maar o zo langzaam.
Bent u ook zo benieuwd in welke vorm u bovenstaande vaststellingen in 2011 opnieuw tegenkomt?

Een heel plezierig en leerzaam 2011 toegewenst.

maandag, juli 19, 2010

Reclameprofessor toch niet zo gek!?

Naar aanleiding van de post “Nutty reclameprofessor” deelt Geert-Jan Baltus zijn visie op het interview met ons op ‘Alleswereld’. Geert-Jan is merkstrateeg/planner bij Woedend! in Amsterdam.



"Ondanks het feit dat Fennis stellig is in zijn overtuiging dat reclamemakers te weinig kennis hebben over de psychologie van de mens en dit onvoldoende toepassen in hun werk, moet ik zeggen dat ik veel waarheid zie in wat hij schrijft.

Natuurlijk is er een eeuwige strijd tussen wetenschappers en creatieven waarbij de ene partij zegt dat intuïtie te onbetrouwbaar is om op te varen en de andere partij zegt dat (wetenschappelijke) onderzoek slechts open deuren in trapt en het creatieve denken knecht.

Maar aan de andere kant is het wel degelijk zo dat een hoop kennis over de werking van de menselijke geest ongebruikt blijft in de creatieve industrie. Kennis die gebruikt kan worden om een creatief concept of campagne plan te onderbouwen en te verkopen.

Ik zeg niet dat het niet gebeurt, maar wel dat het te weinig gebeurt. Het algemene kennisniveau over mensen (wat toch het centrale onderwerp is in ons vak); over hoe ze in elkaar steken, zich onderling bewegen en met elkaar onderhouden mag en kan best een beetje hoger zijn.

Deze kennis zou meer gebruikt moeten worden om opdrachtgevers meer zekerheid te geven dat het product dat ze kopen echt gaat werken (en er niet alleen heel cool uitziet). Een onderbouwd plan van aanpak van hoe een campagne gaat werken en een op maat gemaakt meetsysteem om deze werking ook daadwerkelijk te kunnen volgen is volgens mij een noodzakelijkheid voor elk campagnevoorstel. In de praktijk zie je dit echter zelden. Vaak ook omdat er door opdrachtgevers zelden om gevraagd wordt.

Als dit meer zou gebeuren krijgen bureaus zelf meer zicht op de effectiviteit van hun werk en hoeven we met z'n allen niet zo blind te varen op (gestandaardiseerd) marktonderzoek, waarvan in veel gevallen de gehanteerde methodieken al jaren achterhaald zijn.

Te vaak wordt reclamewerking gezien als een simpel en gemakkelijk manipuleerbaar procesmodel. Dit is echter een vreselijk achterhaald gedachtegoed. De meest gebruikte exponent hiervan, AIDA, is niet eens bedoeld voor reclame- of communicatiedoeleinden maar was slechts een model om deur-tot-deur verkopers te ondersteunen. Maar er zijn in het vak te weinig mensen die het model wantrouwen en dus wordt het te pas en te pas gebruikt in briefings en campagnevoorstellen.

Het probleem is, volgens mij, dan ook het blind volgen van wat iemand ooit eens als een standaard heeft gebombardeerd. Het probleem is het onvoldoende nadenken over hoe mensen in elkaar steken en hoe deze mensen in hun dagelijks leven bezig zijn met je product of dienst. Er wordt te weinig gezocht naar alternatieve kennis of modellen dan de meest gangbare. Elkaar na-papegaaien is eerder regel dan uitzondering. Er wordt teveel uit routine gehandeld, zonder zelf na te denken of verder te kijken dan de neus lang is.

De kennis over hoe mensen tot hun houdingen, meningen en beslissingen komen is er wel degelijk. Maar we hebben het dan over een complex interactiesysteem waarin een veelvoud aan invloeden werkzaam zijn. Deze invloeden doen hun werk niet, zoals aangenomen, procesmatig (als een klok), maar simultaan (als een wolk). Omdat mensen nu eenmaal niet in staat zijn alle prikkels bewust te verwerken en veelal gebruik maken van vuistregels en sluiproutes in hun informatieverwerking, speelt het onderbewustzijn een grote rol. Daar moet je je als reclamemaker bewust van zijn en in je creatieve concept en campagneplan rekening mee houden. Enige kennis hierover helpt zeker mee.

Het komt reclamemakers in hun dagelijkse praktijk vaak niet van pas dat deze kennis minder gestructureerd en ingewikkeld is. Aangezien complexiteit niet lekker verkoopt en we met z'n allen liever snel door de bocht willen, worden er op dit gebied een hoop kansen gemist.
Zoals al wordt aangegeven zijn er geen gouden formules of gouden regels, maar volgens mij heb je als reclamemaker een verantwoordelijkheid om je voortdurend zo goed mogelijk op de hoogte te stellen van zoveel mogelijk beschikbare kennis op het gebied van de menselijke geest, menselijke motivaties en drijfveren. Essentiële kennis om uit te putten op het moment dat je een campagne aan het ontwikkelen bent.
Je kunt namelijk niet steeds dezelfde modellen en routines afdraaien, want dan ga je nat. Ieder probleem heeft z'n eigen oplossing nodig en dan kun je maar beter zo goed en zo breed mogelijk op de hoogte zijn en alle alternatieven kennen. Dan kun je daar uit putten om je aanbeveling zo goed en gefundeerd mogelijk te onderbouwen en de effecten ervan te meten.

Ook al is de houding van Fennis nogal pretentieus en dogmatisch, ik zal toch zijn boek lezen om me op de hoogte te stellen van wat hij schrijft. Het zou namelijk altijd van pas kunnen komen. "

zondag, juli 18, 2010

Reclame is het mysterie van de hippe bril

In VK van 5 juli stond een interview, met Bob Fennis, over reclame en psychologie.

Naar aanleiding van dat interview schrijft Willem van Hees op 15 juli een reactie op de pagina Opinie en Debat (p16) van VK.


Al langs en om het onderwerp meanderend, ‘en passant’ enkele verwante artikelen in de VK van 8 juli aanhalend, komt hij in zijn laatste alinea ‘to the point’: “Reclame is niet te analyseren”!

Dat wil zeggen, met de kennis van vandaag, kunnen de successen (en misstappen) van gisteren heel ver worden ontrafeld. Maar de kennis van vandaag én gisteren heeft een beperkte voorspellende waarde voor morgen. Grote successen blijken maar al te vaak ‘toevaltreffers’ die onverwacht omarmd worden door ‘de consument’. Die consument evolueert door van dag tot dag, op een volstrekt ongelijkmatige wijze, afhankelijk van prikkels in zijn nabije omgeving..

Dit betekent, wat mij betreft, niet dat reclamemakers aan de psychologische kennis over reclame(ver)werking door consumenten voorbij moeten gaan. Aan de andere kant gaat het te ver om te suggereren dat die kennis een boodschappenlijstje oplevert dat een blauwdruk is voor (reclame) succes.

dinsdag, juli 13, 2010

Nutty reclame professor?

Aanleiding voor deze ‘post’ is een vraaggesprekje (interview?) dat Paul Onkenhout maandag 5 juli 2010 publiceerde in de Volkskrant op de paginas “Media en Mensen”: “In reclamemakers heb ik totaal geen vertrouwen”.
Aan het woord is hoogleraar Consumer Behaviour, Bob Fennis. Mede auteur van een boek. De Adformatie van 1 juli met op pagina 6 het artikel “Creatieven op niveau AIDA” was mij ontgaan, en daarom reageerde ik negatiever op het Volkskrant artikel. Even enkele citaten:

De consument is onbeschermd wild, “onderzoek…laat een overweldigende rol zien van .. onbewuste beïnvloeding door reclame beïnvloeding die onder de radar duikt”.
“Reclame heeft een grotere invloed dan we altijd dachten…en dat is de griezelige boodschap van ons boek. Effecten zijn niet altijd dramatis..groot..maar ze zijn er wel …structureel en subtiel. Heel lang werd dat ontkend.”

Door wie, vraag ik dan? Door wie wordt dat ontkend? Vooral door mensen die graag wilden dat het niet waar is, zo vermoed ik. Tegen beter weten in.
Want als al die kostbare commerciële communicatie geen structureel effect zou hebben, waarom dan nog adverteren?

Wat hier natuurlijk nog veel sterker de aandacht trekt zijn de zinsneden “onder de radar duikt” en “subtiel”. Personen die reclame per definitie in een kwaad daglicht zien richten daarop direct de focus (zoals ook te radiomakers van ‘de Praktijk’ en ‘Radio Kassa’ en een site zoals Leefbewust). In deze hoeken  duiken dan direct ook weer de verwijzingen op naar ‘subliminal advertising’, waar Fennis vervolgens gretig op inhaakt.
Ook al zou het beter zijn om zijn eigen woorden van de goede context te voorzien.
Een mooi voorbeeld van subtiel onder de radar duiken, meneer Fennis?

En zo gat het vervolgens maar door in het Onkenhout-interview. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat de manier waarop Onkenhout het allemaal heeft opgeschreven verantwoordelijk is voor mijn ‘nare smaak in de mond’ bij het lezen van de tekst, want iedere paar zinnen is er wel iets te vinden waarvan het bloed kan gaan borrelen. Maar oordeel vooral zelf.

Kennelijk hebben nog weinigen uit het vak echt kennis genomen van de interviews met Fennis, want op het net tref ik bijzonder weinig reactie. Wel, beste reclamemakers en aanverwanten, de boodschap van Bob Fennis is dat u er niets van bakt, en als uw baksel een keer slaagt dan is dat: toeval!

Voor mijzelf telt de tekst waarmee het artikel opent zwaar. In de uitzending van ‘de Praktijk’ (23 juni) zegt Fennis dat consumenten elke dag wel duizend reclame impulsen te verwerken krijgt. Dan komt het; “ik verwees naar dat getal omdat het in studies wordt genoemd. Op de weg naar huis twijfelde ik aan dat aantal … na een half uur tellen had ik er tweehonderdzoveel gezien, dus waarschijnlijk is de schatting nog aan de lage kant.”

Juist. Halverwege de 80-er jaren van de vorige eeuw stelden professor van Cuilenburg en Giep Franzen dat het aantal reclame impulsen waarmee consumenten per dag worden geconfronteerd ergens lag tussen de 1000 en 1500. De letterlijke tekst die van Cuilenburg op die vaststelling liet volgen luidde: “het informatie aanbod is over 15-20 jaar 4,2x zo groot als thans het geval is”. En Franzen (Intermagazine 1988) “per generatie (30 jaar) verviervoudigt de marketingcommunicatie”.

Kortom, een schatting dat wij vandaag de dag bestookt worden met 3000+ commerciële impulsen is helemaal niet raar. Mooi dat het wetenschappelijke telwerk (een half uur) van Fennis de voorspellende woorden van Van Cuilenburg nu dus ondersteunen.

Jammer dat Fennis beide voorgenoemde mannen kennelijk heeft gemist in zijn poging om 50 jaar wetenschappelijk psychologisch onderzoek samen te vatten. Fennis claimt nu dat hij nu weet hoe reclame werk, maar hij vertelt het ons niet, ook al weet hij dat wij nog niet half weten hoe reclame werkt. Dat is maar goed ook stelt hij, voor die kansloze consumenten. Als we mogen geloven wat wij lezen sluit hij af met; “Ze (reclamemakers) zijn vaak innemend, maar om hel eerlijk te zijn er zit altijd bellenblazerij omheen, een verhaal dat nergens op gebaseerd is.”

Wij zullen zijn boek ‘The psychology of Advertising' moeten kopen om vast te kunnen stellen welke ‘Hocuspocus’ Fennis zelf heeft gevonden en toegepast. Hoewel ik het gevaar loop dezelfde fout te maken die Fenis maakt, houd ik voorlopig meer vertrouwen in reclameman Franzen’s ‘Hoe reclame echt werkt’ uit 1992.

En dat ondanks de inleiding van dit boek, waarin Franzen aangeeft dat er geen toverformules en/of gouden regels in te vinden zijn.

zondag, juli 04, 2010

Volkskrant Advertentie Promotie?

Half juni zorgde de hoofdredacteur van de Volkskrant voor enige ophef in mediakringen. Tijdens een bijeenkomst in Brussel riep hij adverteerders op om hun verantwoordelijkheid te nemen. Daarmee bedoelde Pieter Broertjes dat adverteerders veel meer advertenties in zijn mooie krant moeten plaatsen, om deze zo te helpen overleven.

Ik moest er direct aan terugdenken toen ik de Volkskrant van zaterdag 3 juli doorlas. Aangekomen op pagina 29 (maar eigenlijk 61, waarover later meer) zie ik een prachtige full colour advertentie van Pearle (goeie actie!) die inhaakt op de uitslag van de wedstrijd Nederland - Brazilië een dag eerder. “Over verantwoordelijkheid nemen gesproken”, zo schoot het door mijn hoofd.


Even uitweiden.

Sinds VK als tabloid verschijnt, worden de katernen van de krant ineen geschoven. Dat betekent dat op zaterdag in het hart van het, ‘Actuele-nieuwskatern’ eerst een 12-pagina’s tellend Economie-katern wordt geschoven, en in het hart daarvan een 20 pagina’s groot Sportkatern. Samen dit keer dus 64 pagina's.

Hoeveel lezers zullen de moeite nemen om de krant uiteen te rafelen in de drie genoemde katernen om deze vervolgens eenduidig te kunnen lezen? Ik schat dat het er niet veel zijn.

De lezer, ik in ieder geval, bladert gemakzuchtig door van voor naar achteren. Het tabloid wordt daardoor een beetje als magazine benaderd. Zo stel ik vast dat de advertentie op pagina 29 van het ‘actuele-nieuwskatern’ feitelijk de 61e pagina van het eerste deel van de zaterdag VK is.


Waarom val ik hier over?

Als personeelsadvertenties, Mini-advertenties, eigen VK publiciteit en enkele kleien IM’s buiten beschouwing worden gelaten, dat tellen de totaal 64 pagina’s van de drie genoemde katernen samen in totaal 4 commerciële advertentie pagina’s. Twee halve pagina’s, van Vodafone en Marco Polo Reizen,. Drie 1/1 pagina’s; een informatieve “van A naar Beter” aankondiging (p14), een opruimingsadvertentie van Van Til op de achterpagina, en die sympathieke Pearle advertentie dus.

Er is – zegge – één (1) adverteerder die de moeite neemt en lef toont om een (heel leuke) inhaakadvertentie te maken en deze bij de VK aan te bieden. Waar zet de dankbare VK (voor genomen verantwoordelijkheid) deze pagina weg? Op PAGINA één-en-zestig, tegenover een saai grijze personeelswerving pagina, gevolgd door nog twee pagina’s familieberichten en een achterpagina, kortom de krant was na pagina 59 (27 zo u wilt) uit.


Wat zeurt die Wijmenga toch, denkt u misschien?

Nou inderdaad, want deze Pearle advertentie had dus een veel mooiere positie kunnen krijgen en moeten hebben. Deze zaterdag-editie schenkt haar voorpagina aan de overwinning van Oranje. Een overheersende kleurenfoto van de onverzettelijke Kuyt, Van Bommel en Ooijer, met als heading “op karakter langs Brazilië”.
Naast alle aandacht voor de wedstrijd in het sportkatern, kent de redactie zoveel waarde aan dit nieuws toe, dat heel pagina 5 van het actuele nieuwskatern eveneens aan de Oranje voetbalploeg wordt gewijd.

Ja, waarom zou je dan als commerciële krant je verantwoordelijkheid nemen om die ene actuele adverteerder te belonen met een plek die recht zou hebben gedaan aan de moeite en de (plaatsing) kosten daarvan?
Zo bijvoorbeeld:

Ik kan alle tegenwerpingen van VK-zijde zelf ook bedenken, maar gezien de door mij waargenomen en hiervoor beschreven omstandigheden vind ik er ECHT geen één valide.


Tragisch!

dinsdag, februari 16, 2010

‘Schrikbeeld’: Huis aan Huis Televisie

Het stond er echt. Afgelopen week in Adformatie. De TV jaarcijfers over 2009 gepubliceerd door SPOT leidden tot de kwalificatie “een moeizaam jaar”. Met andere woorden; de netto bestedingen aan TV-spots daalden met bijna 9 procent, en die aan non-spot zelfs bijna 13%!

Ik weet niet hoe het u als TV-kijker het afgelopen jaar is vergaan en ook nu vergaat, maar die indruk had ik dus h-e-l-e-m-a-a-l niet.
Integendeel, overeenkomstige groeicijfers hadden mij niet verbaasd. Wat een verwarrende tegenspraak tussen perceptie en realiteit.

Gelukkig opende diezelfde Adformatie met; “TV clutter boven het Europese gemiddelde”. Uit een rapport van Initiative blijkt dat het aantal TV spots dat een gemiddelde Nederlandse TV-kijker per week ziet in 2009 “380” bedraagt. Gemiddeld zelfs één spot meer dan in 2008.
Vergelen met het bericht over de bestedingen is dat enigszins geruststellend, maar niet helemaal. Dan blijkt er ook uit het rapport dat het aantal commercials in 2009 met 15% is gegroeid, in ‘prime-time’ zelfs met 26!! procent. Kijk, nu komen we ergens.

Samengevoegd, is de conclusie uit beide rapporten dus dat de kosten van TV-spots in Nederland bizar laag zijn geworden.

(Ik wil ‘GRP-praat’ voorkomen, maar als het om vergelijken gaat is dat helaas onontkoombaar. Ongeveer 5 jaar geleden kon een mediaplanner voor de kosten van 1 TV-GRP wel 5 hoogwaardige radio-GRP’s kopen. Die ratio ligt nu in de buurt van 1:2. Zo aantrekkelijk goedkoop is TV reclame dus voor adverteerders geworden. Oh ja, 1 GRP = 1% bereikte doelgroeppersonen. Verder ga ik hier niet.)

De consequenties?

Reclameblokken worden tegenwoordig gedomineerd door commercials van retailers en dan vooral Prijsvechters (tot 40% korting alleen deze zaterdag!!). Nickelodeon’s Kaja Wolfers zegt – ook al in deze Adformatie – “TV beste middel om mensen te raken”. Ik ben dat in de grond helemaal met hem eens, maar die prijs ‘crashers’ – helaas – dus ook (“Ik ben toch niet GEK!”).
Verder lees ik uit de samenvatting van het Initiative rapport dat de Nederlandse TV-kijker steeds behendiger wordt in ‘het zappen’. Dat mag niet baten. De prijs-beukers draaien hun budget portemonnee niet eens meer helemaal om voor een paar ‘onsjes’ extra GRP’s.
Kijk naar Adformatie’s Reclame TV Top-10 van week 4. Vier retailers (echte) zijn daarin verantwoordelijk voor 52% van het door deze 10 adverteerders bestede TV-budget. Van de overige zes adverteerders in deze Top-10 kunnen er op basis van de boodschap overigens nog wel 4 als retailers worden aangemerkt. Dat terzijde.

Televisie was(!) ooit het domein van de merkenbouwers. Commercials werden gebaseerd op concepten waarover lang was nagedacht en die met zorg en liefde waren vormgegeven en uitgevoerd. Zozeer dat de productiekosten in het eerste jaar van uitzenden hoger waren dan de uitzendkosten. Dat was niet erg, want toen gingen die films ook een jaar of drie (of nog) langer mee dan nu. Dat was in de, heus niet zo heel goede, tijd voordat commerciële TV de Nederlandse huiskamer veroverde.
Een tijd waarin Print het medialandschap domineerde. Print kende ook toen hoogwaardige- en lager aangeslagen ‘kanalen’. Zo zou er in die tijd geen A-merk adverteerder, die een vermogen had besteed aan een (TV) commercial met speelfilmbudget proporties, er over peinzen om te adverteren in Huis-aan-Huis kranten. “Ik ga toch zeker niet met mijn advertentie naast een 1/1 pagina zwart/wit ‘Henk zal je nooit belazeren’-pagina staan. Ben je belazerd?!”

Heftige onderlinge concurrentie tussen de aanbieders van TV-zendtijd en een sterk doorgevoerde focus op inkoopvoordeel door adverteerders – ook A-merk adverteerders – hebben de TV-zendtijd gruwelijk goedkoop gemaakt. Met alle gevolgen van dien.
Het zorgt er voor dat “het beste mediakanaal om mensen te raken” steeds minder goed is te verteren door TV-kijkers. Het lijkt nu nog steeds goed te gaan omdat TV-kijkers zo ontstellend lui zijn, en hun goede tijd nu nog verliezen aan nutteloos zappen. Dat kan echter niet heel lang meer gaan duren. Toch?

Met de huidige stand van de techniek is voor adverteerders die zich niet meer in de huidige TV-scene herkennen, natuurlijk gemakkelijk om te bezwijken voor de lokkende zang van de ‘nieuwe media sirenes’. Ik doe een andere suggestie.
Gebaseerd op de door kenners en zieners gepropageerde hang van de consument naar het authentieke, en haar focus voor de directe omgeving; denk weer eens serieus na over adverteren in Huis-aan-Huis kranten! Die worden immers gelezen.





Zie ook!

woensdag, februari 10, 2010

The Wizard, he is A True Star

In de periode 1972-1974 bracht Todd Rundgren 3 monumentale platen uit; Something/Anything, A Wizard, A True Star en Todd. Een onuitputtelijk lijkende creatieve productie die maar liefst tien (10) plaatkanten besloeg. Twee aspecten maakte deze platen bovengemiddeld bijzonder. Als soloartiest ‘par excellence’ schreef en speelde Todd de eerste 2 albums vrijwel alleen vol, de derde voor ongeveer 50%. Vanzelfsprekend tekende hij zelf voor vrijwel alle arrangementen en de productie. Belangrijker is zijn ongebreidelde interesse in het gebruiken van nieuwe technieken en instrumenten om muzikale grenzen op te rekken, zo niet te overschrijden.
Die combinatie levert een cocktail op die varieert van ballads naar experimentele soundscapes, van prog-rock naar pre-punk en van soul naar jazz en – oh ja – binnen rock van ‘roll’ naar harde metal. Wie de muziek niet kent denkt ongetwijfeld dat deze platen niet om aan te horen zijn. De afgewogen opbouw per albumkant (vinyl!) en van album naar album maakt het echter allemaal volstrekt logisch.
Hans van Hulst had de platen het eerste. Ik zelf kocht de albums tussen 5 november 1974 en 5 januari 1975. Terugkijkend denk ik dat deze maanden bepalend zijn geweest voor mijn eigen uitwaaierende muzikale smaak. Niets, bijna niets, was hierna nog taboe. Voor zover ze er nog wel waren werden ze in de volgende jaren één voor 1 geslecht.
Hoewel Todd op de hoes van AWATS direct ontkent een echte ster te zijn, was hij dat voor zijn fans zeker wel. En hoewel zijn latere albums wisselvalliger zijn,, blijft Rundgren voor zijn fans van de eerste helft van de 70-er jaren een Echte Ster. Je kunt overal lezen dat AWATS ‘het’ album was dat niet ‘live’ uitgevoerd kon worden. Te veel studiotechniek, die op het podium niet kon worden gereproduceerd (behalve van een bandrecorder!?). Vandaag de dag blijkt ook die barrière overwonnen.
Ergens in de zomer van 2009 stuitte vriend Geert-Jan, die ik kort daarvoor AWATS cadeau had gedaan, op het bericht dat Todd 8 februari 2010 in Paradiso zou optreden onder de aankondiging “A Wizard A True Star”. Internet leerde snel dat het ging om een integrale uitvoering van het album, samen met een 6 maan (en 1 vrouw) tellende band.
Daar moesten wij bij zijn, en afgelopen maandag was het eindelijk zover. Twee optredens in Europa! Het tweede in Amsterdam!!

Hoe het was?

Afgezien van enkele harde passages waar het geluid ‘verzoop’, was het geweldig. Todd voerde een show op, liet zien en horen dat hij een gemene gitaarpartij nog altijd in zijn vingertoppen heeft en – meest belangrijk – dat zijn 61-jarige stem de nummers met gemak aan kon. Halverwege het optreden tijdens “Sometimes l don’t know what to feel” overmande de emotie mij. “Hier had Hans ook bij moeten kunnen zijn.”
Als muziek in staat is die emotie ongeremd te laten opborrelen, dan kan het niet anders dan goed zijn!

Ook nu kan ik iedereen die Todd ‘gemist’ heeft aanraden om de genoemde drie albums blind! aan te schaffen. Horen is geloven. En wees niet geremd, de albums zijn allemaal aan het begin van deze eeuw opnieuw ‘geremastered’ en klinken prima.
Na het succes van deze optredens is het moeilijk te geloven dat Todd dit staaltje niet nog eens zal herhalen. Misschien komt hij ook nog eens terug om ons hier Something/Anything of Todd integraal te laten beleven. Hij kan het.
De man is een tovenaar.

woensdag, januari 06, 2010

Waarzeggen?

Voorspellingen zijn van alle tijden. Sommigen zijn gebaseerd op overlevering (2012). Anderen blijven dichter op de huid en beperken zich tot het jaar dat gaat komen.


In die laatste categorie heb ik zojuist kennisgenomen van de 10 megatrends in Media - 2010, waarvan Bas Vlugt ons al op 31 december van het vorig jaar deelgenoot maakte. Aan wie ze nog niet heeft gelezen, hierbij de aanbeveling om dat alsnog te doen. Vooral de begeleidende teksten van de trends zijn de moeite waard.
Daarna op naar december 2010 om met elkaar vast te stellen welke trends het hebben gemaakt of toekomst hebben. Sommige trends vinden hun oorsprong in de afgelopen jaren. Nieuw zijn zij dus niet. Laat 2010 voor die trends dan het jaar van de waarheid zijn.


dinsdag, december 29, 2009

Komt een reclameman bij de dokter…..

(eerder te lezen hier en vervolg op)

Dokter! De mensen hebben genoeg van mijn reclame. Help!
Kom, kom reclamemens, niets nieuws onder de zon, toch? Een recept heb ik niet, een advies wel. Doe het allemaal een tikje minder en besteed wat meer aandacht aan de kwaliteit. Je zult het zien, daar leef je van op.

Flauw? Zeker!

Maar niet meer of minder flauw dan mijn inspiratiebron. Laten we beginnen met die kwaliteit van reclame. Daar zijn wij snel mee klaar.
Als de politiek al geen definitie kan verzinnen van zwaar werk, hoe moet een (reclame)mens dan in hemelsnaam een norm kunnen vaststellen voor kwalitatieve reclame? Leuk, informatief, beide? Ja, maar hoe? Onbegonnen werk.
Overigens ook reclamekwaliteitsleverancier Bart Kuiper vond al eens dat slechte reclame van het TV-scherm geweerd moest worden. Ja! Zeker! Het is er niet beter op geworden. ‘To put it
mildly’.

Tenminste, dat gevoel heb ik er ook wel bij als ik de reclame die ik zie algemeen beschouw. Maar dat geldt vast en zeker niet voor de adverteerders die deze reclame op ons af vuren. Als zij al een moment getwijfeld zouden hebben, dan hebben de makers van die reclame de twijfel geheel weg kunnen praten. Niemand stopt geld in iets waar hij niet in gelooft? Maar toch. Uit ongeveer het zelfde verleden waaruit ‘ik koop alleen bekende merken’ stamt, kan ik mij ook herinneren: “dat irritatie een negatieve invloed heeft op merkbekendheid blijkt niet uit onderzoek”. Dus.

En dan de queeste ‘minder reclame’. TV reclame, daar wordt zo vermoed ik op geduid. Het gaat hier immers om reclamebureaus. Hoewel dat in het Volkskrant interview niet helemaal tot uitdrukking komt, want daar lazen wij het volgende: ‘Bij kranten was vroeger de reclamepagina heilig(sic), tegenwoordig zien we er afgeprijsde bankstellen”. Omdat iedereen het in de basis wel met het praatje van Ralph Wisbrun eens is, komt hij er nog mee weg ook.
Maar naast de adverteerder, die al dat reclamegeld uitgeeft, zijn wij nu aangeland bij de andere partij met een enorm belang; de media-exploitanten.

Dat de hoeveelheid reclame in de afgelopen decennia zo is toegenomen heeft ook ‘iets’ te maken met het explosief toegenomen media aanbod. Heel veel van die productie vindt haar fundament in reclameopbrengsten. Kortom het ligt niet voor de hand dat deze partij het idee van minder reclame een warm hart toedraagt. Och ja, misschien onder een bepaalde voorwaarde: een hoger advertentietarief.
Ook daar is de afgelopen twee decennia eerder in de vakpers over van gedachten gewisseld. Of nee, toch niet echt. Voor de mensen die het mediabudget beheren is dat natuurlijk onaanvaardbaar.

Is het ‘onsje minder’-initiatief van de VEA dus een proefballon, een lege huls, een natte krant? Schrijvend vanuit zowel mijn consumentenhart als mijn liefde voor ‘het vak’: “ik hoop het niet, maar ik vrees het ergste”.

Wordt de schrijver gebeld door een onderzoekbureau….’Mevrouw, ik houd niet van reclame, ik ben er gek van’.

maandag, december 07, 2009

Komt een huisvrouw bij een onderzoekbureau….

“Ik let nooit op reclame. Ik koop alleen bekende merken!”

Wanneer was dat? In de jaren 80, 90? Of van alle tijden? Ralph Wisbrun citeerde haar nog maar eens in het kader van de afsluitende vraag van een interview naar aanleiding van zijn oproep tijdens de recente VEA jaarvergadering.
Daar pleitte hij voor minder reclame, maar dan wel van een kwalitatief beter niveau. De afsluitende vraag luidde dan ook of Wisbrun verwachtte dat consumenten in dat geval weer meer open staan voor reclame. Vanzelfsprekend beaamde Wisbrun deze welhaast retorische vraag bevestigend en voegde daar voor het dramatische effect de bovengenoemde, ‘legendarische’, uitspraak van de ondervraagde mevrouw aan toe. Reclame werkt!

En zo is het!

Maar hoe reclame nu precies werkt, dat weet niemand. Precies.
De invloeden zijn omvangrijk en veelzijdig. Boekenplanken vol zijn er over het onderwerp gepubliceerd, op basis van een eindeloze hoeveelheid onderzoeken.
(Latente) interesse is zonder meer de belangrijkste factor die aandacht aan reclame laat schenken. Kwaliteit van de reclame speelt in de daaropvolgende hiërarchische ladder van belangwekkende elementen een rol. Deze rol is echter lang niet zo sterk als het begrip kwaliteit zou doen veronderstellen.
Regelmaat echter wel. Vele onderzoeken hebben aangetoornd dat juist regelmatige confrontaties, en dan liefst ook nog zo kort mogelijk voor een potentieel aankoop moment, grote invloed heeft op consumenten(gedrag).

Opmerkelijk dus dat Wisbrun pleit voor minder reclame per individuele adverteerder(?). Terwijl er recent juist stemmen opgaan om, nu de interactieve technieken dat mogelijk maken, in permanent contact met consumenten te treden. Tijdens een MWG bijeenkomst op 17 november hield Tom Himpe van Ag8 de zaal voor “Merken bewegen van campagnes naar een 24/7 aanwezigheid”.
Toegegeven, Himpe bedoelde daarmee geen spotcampagnes maar, hoe dan ook, reclame is het wel.

Dus is de kardinale vraag, hoe stelt Wisbrun zich dat voor? Uit het hier aangehaalde interview in de Volkskrant van 4 december blijkt het plan te zijn een ‘code’ te ontwikkelen. Die moet ondermeer leiden tot beter reclame? Daarnaast een gezamenlijk streven naar minder reclame.

Oh ja. Dat kunnen de reclamebureaus natuurlijk niet alleen bewerkstelligen. Er is ook steun nodig van de pers, de politiek en de (niet VEA) reclamebureaus en de mediabureaus.
Twee cruciale partijen ontbreken volgens mij in die opsomming: adverteerders en de media-exploitanten, dunkt mij.

Komt een reclameman bij de dokter......(wordt vervolgd)

maandag, oktober 12, 2009

BUMA/STEMRA et al: "ONS GEVECHT"

Heel soms kom ik iets tegen waarvan ik denk; "delen op de blog"!

Hier kreeg ik tranen van in mijn ogen. BUMA/STEMRA, Stichting Brein, NORMA, CLIP, SENA, STAP, Videma en aanverwanten worden in deze 'clip' op een bijzondere manier 'weggezet'. Althans, waar het hun methoden om greep te krijgen op een losgeslagen wereld betreft.
Met embedden moet je oppassen, daarom:

http://www.youtube.com/watch?v=zXgOJ4wIW6U

Dit is werkelijk brrriljant! 4 minuten die je makkelijk uitzit